*** Hemelse Bloemen ***

Vandaag is een bijzondere dag.

Vandaag is haar lieve moedertje jarig, het moedertje dat nu in de Hemel is.

De vrouw zit met een kop koffie in haar handen en staart naar buiten.

Als een film trekken de beelden van het afscheid van haar moeder aan haar voorbij.

Het was een mooi afscheid, een afscheid dat in alle rust mocht gebeuren.

Met liefde, zachtheid en ruimte om los te laten.

In gedachten ziet ze opnieuw alle bloemen die haar moeder vlak voor haar heengaan nog heeft mogen ontvangen voor haar verjaardag.

Het kleine huisje stond er vol mee, kleurrijk en warm, net als zijzelf was.

De vrouw glimlacht.

Haar moeder was echt een moedertje.

Iemand die altijd klaarstond voor iedereen.

Iedereen was gek op haar.

Door de ziekte werd ze steeds zwakker, maar haar zorgzaamheid verdween nooit.

Ze vergat geen verjaardag, belde altijd even of stuurde een kaartje.

Tot het einde bleef ze geven en denken aan anderen.

Ze miste haar moeder.

Ze miste het om zomaar even bij haar langs te gaan, gewoon voor een kop koffie.

Zonder reden, zonder haast.

Ze miste de gezelligheid met kerst, samen aan tafel.

De warmte van bij elkaar zijn.

De vrouw zucht zacht.

Er was geen graf, geen plek waar ze even naartoe kon gaan om stil te zijn, om te praten of te zwijgen.

Er was wel een urn, maar die stond niet in háár kast.

Niet binnen handbereik.

Niet op een plek waar ze haar hand erop kon leggen wanneer ze dat nodig had.

Dus droeg ze haar moeder ergens anders bij zich.

In herinneringen.

In kleine momenten.

Iedereen noemde haar ook “ons moedertje”, ook al was ze voor velen niet hun echte moeder.

Maar zo voelde het wel.

Ze wilden dat zij hún moeder was, omdat ze nooit onderscheid maakte tussen haar eigen kinderen en anderen.

Haar liefde was vanzelfsprekend en onvoorwaardelijk.

Ze was zó liefdevol, zó aardig, en vanaf het eerste moment gaf ze je het gevoel dat je gezien werd.

Dat... ja, dát gevoel is zo onmisbaar.

Met haar hand veegt de vrouw de tranen van haar gezicht.

Ze kijkt in de spiegel en glimlacht zacht.

Haar moeder zou niet gewild hebben dat ze zoveel verdriet had, dat weet ze.

Maar ze mist haar zó erg.

Ze trekt haar jas aan en loopt naar de bloemenstal bij haar om de hoek.

Daar kijkt ze even rond, totdat haar oog valt op een bos prachtige rozen.

“Kan ik u helpen, mevrouw?” vraagt de bloemenverkoper.

De vrouw kijkt op en wijst naar de rozen die ze heeft gezien.

De man pakt ze zorgvuldig in en zij betaalt.

Eenmaal thuis zet ze de bloemen in een vaas en plaatst die naast de foto van haar moeder.

“Voor jou, mama,” zegt ze met een trillende stem, door haar tranen heen.

Heel even voelt ze een warmte langs zich heen glijden en sluit ze haar ogen.

Voor zich ziet ze het gezicht van haar moeder.

Ze glimlacht, zo warm en vertrouwd.

Het leek vanzelf te gaan, alsof iets het leidde.

En opeens, zonder dat ze erover nadacht, overhandigde ze haar moeder de prachtige bos rozen.

In haar geestesoog waren de rozen nog roder, nog voller en nog mooier dan in de werkelijkheid.

Haar moeder pakte ze van haar aan en alles ging zo snel, zo vanzelfsprekend.

Langzaam vervaagde het beeld en de vrouw huilde zachtjes.

Ze stak een kaarsje aan en fluisterde een dankwoord, omdat ze haar moeder even had mogen zien.

Daarna zat ze op de bank en keek naar de foto van haar moeder.

Haar ogen bleven hangen bij de rode rozen die naast de foto stonden.

Plotseling drong het tot haar door:

Ze had de bloemen zelf aan haar moeder overhandigd.

Dit... dit kon echt!

Moeder kijkt naar haar dochter.

Haar dochter heeft het zwaar en moeder wil haar zo graag helpen.

De Engel die bij de vrouw staat, kijkt moeder verdrietig aan.

“Ik weet het, moedertje.

Het is voor velen zwaar om een moeder te verliezen.

Misschien kunnen we een beetje helpen.”

Moeder kijkt de Engel liefdevol en vrolijk aan.

“Oh, dat zou zo fijn zijn,” zegt ze zacht.

“Kijk! Welke bloemen vind je mooi?” vraagt de Engel aan moeder.

“Ik hou van rozen,” antwoordt ze.

“Ga dan naast haar staan en laat haar weten dat je de rozen zo mooi vindt.”

Moeder gaat naast haar dochter staan en legt haar hand zacht op haar schouder.

Dan wijst ze naar de rode rozen en haar dochter kijkt op, richting de bloemen.

“Zie je? Zo makkelijk gaat dat.

Kijk maar, je dochter kiest voor de rozen.”

Eenmaal terug bij het huis van haar dochter, en nadat haar dochter zachtjes had gezegd: “Voor jou, mama,” legde de Engel zijn hand op het hoofd van de vrouw.

Op dat moment ziet de vrouw onmiddellijk haar moeder voor zich.

De Engel legt uit dat ze op deze manier de bloemen aan haar moeder kan overhandigen.

Moeder pakt de bloemen aan en straalt van dankbaarheid voor dit kostbare moment.

Het gaat snel, te snel, maar het is een begin.

Moeder kijkt de Engel aan en zegt zacht:

“Ik had graag nog wat langer met haar willen zijn.

Hoe kan ik haar duidelijk maken dat, wanneer ze haar ogen sluit en mij voor haar geest haalt, ze mij altijd bloemen kan geven?

Dat ik die bloemen zal koesteren en een plekje zal geven in mijn Hemelse huis?

En dat ze dit niet alleen bij mij hoeft te doen, maar bij iedereen die is heengegaan?

Hoe fijn zou het zijn als iedereen hun dierbaren die zijn achtergebleven bloemen stuurt?

Dat moet toch iedereen weten?”

De Engel legt liefdevol een arm om moeder heen.

“Uw wens zal uitkomen, mijn kind,” zegt hij zacht.

 

Samen kijken ze toe hoe mensen, stuk voor stuk, bloemen sturen naar hun dierbaren die zijn overgegaan en hoe die bloemen met liefde worden ontvangen.