*** Bang in het donker ***

Er was hier heel ver vandaan een jongetje en dat jongetje heette Marik.

Marik was een heel lief jongetje. Hij hielp zijn moeder elke dag met de afwas, ruimde zijn kamer netjes op nadat hij er had gespeeld en at zonder klagen zijn spruitjes op tijdens het avondeten.

Maar toch was er iets met Marik.

Hij had vaak verdriet en was vaak bang. Als hij bang was, ging hij huilen. Heel hard huilen.

Zijn papa en mama hielden heel veel van hem, maar ze konden hem niet zo goed helpen.

Marik was bang voor het donker.

Papa en mama hadden een bedlampje aan laten staan, maar toch zag Marik schimmen in zijn kamer. Dan werd hij weer bang. Hij was bang dat het monsters waren of enge geesten die hem kwamen halen.

Daarom zorgde Marik er altijd voor dat zijn kamer netjes was. Want het zou zomaar kunnen dat er iets verkeerd stond, waardoor er “s avonds enge schaduwen ontstonden.

Op een avond lag Marik vanuit zijn bed naar zijn kamer te kijken.

Hij concentreerde zich op ieder boek, iedere knuffel en alle speelgoedauto’s om te controleren of alles op de juiste plaats stond. Alles stond netjes op zijn plek, maar toch kon hij niet ontdekken waar de schaduwen vandaan kwamen.

Want iedere avond zag hij ze weer.

Moeder had hem een verhaaltje voorgelezen, het lampje op zijn nachtkastje aangelaten, hem een kus gegeven en de deur op een kier laten staan.

Toen mama naar beneden ging, zag Marik de schaduwen weer.

Hij wist niet waar ze vandaan kwamen en hij durfde zijn bed niet uit te stappen.

Marik ging weer liggen en viel uiteindelijk in slaap met zijn ogen stevig dichtgeknepen.

“Pak me dan als je kan!”

Opeens stond er een meisje tegenover hem.

Ze droeg een jurkje van wit satijn en had een strik in haar haar van dezelfde kleur.

“Pak me dan!” riep ze opnieuw.

Marik keek verbaasd om zich heen.

Waar was hij?

Overal zag hij kinderen spelen.

“Waar ben ik?” vroeg Marik aan het meisje, dat naar hem toe kwam lopen.

“Je bent in Zomerland.”

“En waar is Zomerland?” vroeg Marik verlegen.

“Zomerland is in de Hemel. Daar gaan alle kinderen naartoe als ze slapen.”

“Dus jij slaapt ook?” vroeg Marik.

“Ja, dat klopt. Elke avond kom ik hierheen en spelen alle kinderen samen.”

Marik keek naar de grote groep spelende kinderen.

“Ik heb jou hier nog nooit gezien. Hoe komt dat?” vroeg het meisje.

Marik haalde zijn schouders op en keek verdrietig.

“Ik snap het al,” zei ze. “Dat had ik vroeger ook. Ik had veel verdriet toen mijn ouders gingen scheiden. Daardoor kon ik niet goed slapen en kwam ik ook niet naar Zomerland. Maar op een avond viel ik meteen in slaap en kwam ik hier terecht.

Ik heb die nacht heerlijk gespeeld. Een oud vrouwtje dat hier woont heeft mij toen geholpen. We hebben gepraat over de scheiding van mijn ouders en over het verdriet dat ik voelde. Daardoor begrijp ik het nu veel beter en heb ik geen verdriet meer.

Waar ben jij verdrietig om?” vroeg ze.

Marik keek naar zijn blote voeten.

Hij droeg nog steeds zijn pyjama.

“Ik ben bang in het donker,” zei hij zacht.

Het meisje kwam dichterbij, pakte zijn hand vast en zei:

“Kom, ik breng je naar oma. Zij weet op alle vragen antwoord. Misschien kan ze jou ook helpen.”

Marik keek haar verdrietig aan en knikte.

Samen liepen ze door Zomerland.

In de verte zag Marik een lief klein huisje staan. Het had een rieten dak, witte muren, gele kozijnen en een blauw deurtje. Midden op het dak stond een schoorsteentje waar rook uit kringelde die heerlijk naar roomboter en honing rook.

Ze bleven even staan om naar het huisje te kijken.

Buiten stonden allemaal kleine krukjes.

“Daar zitten we als we een kringgesprek houden,” vertelde het meisje blij. “Dan vertellen we oma wat we die dag allemaal hebben meegemaakt. Oma is echt lief. Ze houdt van ons allemaal.”

Samen renden ze de heuvel af richting het schattige huisje.

Oma stond al in de deuropening te wachten en zwaaide naar hen.

“Oma! Oma!” riep het meisje enthousiast.

Toen ze bij haar aankwamen, bukte de oude vrouw zich.

“Dag Marik. Ik stond al op je te wachten. Wat fijn dat je er bent. Welkom in Zomerland.”

Daarna keek ze naar het meisje.

“Dank je wel, lieverd. Fijn dat je Marik naar mij toe hebt gebracht. Ga nu maar weer lekker spelen.”

Ze gaf het meisje een kus op haar wang.

“Dag oma!” riep ze, waarna ze terugrende naar de andere kinderen.

“Zo Marik, daar ben je dan eindelijk. Ga je met mij mee?”

Ze gaf hem een hand en samen liepen ze naar binnen.

Het rook er heerlijk. Op een tafeltje stond een mandje met zelfgebakken koekjes.

Marik keek er nieuwsgierig naar.

Oma glimlachte.

“Zullen we even aan tafel gaan zitten?”

Ze wees hem een stoel aan.

“Ga hier maar lekker zitten.”

De oude vrouw schonk een glas zelfgemaakte limonade voor hem in en legde een koekje voor hem neer.

“Zo, eerst even genieten,” zei ze lachend.

Marik vond het een beetje spannend, maar nam toch een hap van zijn koekje en een slok van zijn limonade.

Het was heerlijk.

Sterker nog, hij had nog nooit zoiets lekkers geproefd.

Oma keek glimlachend toe en wachtte tot zijn glas leeg was en zijn koekje op.

Met stralende ogen keek Marik haar aan.

“Dat was lekker. Dank u wel.”

Oma glimlachte opnieuw.

“Vertel eens, Marik. Ik hoorde dat jij “s avonds niet goed kunt slapen omdat je bang bent in het donker.”

Meteen werd Marik weer verdrietig.

“Vertel eens, Marik. Ik hoorde dat jij “s avonds niet goed kunt slapen omdat je bang bent in het donker.”

Meteen werd Marik weer verdrietig. Hij liet zijn hoofd hangen en keek naar zijn lege glas.

“Ach lieverd toch, kom eens bij mij op schoot zitten.”

Oma klopte zachtjes op haar bovenbenen.

Marik stond op en ging bij haar op schoot zitten. Hij vond het een beetje vreemd, want hij was tenslotte al acht jaar oud. Maar veel tijd om daarover na te denken kreeg hij niet.

“Weet je misschien hoe het komt dat je bang bent in het donker?” vroeg de oude vrouw.

Marik haalde zijn schouders op. Hij wist het niet.

“Hmm,” zei oma bedachtzaam. “Misschien kan ik je helpen. Ga maar met mij mee, dan gaan we samen kijken waar je bang voor bent.”

Ze tilde Marik van haar schoot af en pakte zijn hand vast.

“Kom.”

Samen liepen ze naar buiten. Ze gingen richting een groot gebouw. Toen ze daar aankwamen, stapten ze naar binnen en liepen een klaslokaal binnen.

“In dit gebouw kunnen we toveren,” zei oma. “Kijk maar.”

Het licht ging uit en er verscheen een film.

Marik zag zijn papa en mama, hij zag zijn hond Tommy en hij zag zichzelf.

“Hoe kan dit? Dit was gisteravond!” riep hij verbaasd uit.

Hij keek oma verwonderd aan.

“Dat klopt,” zei oma. “Wij kunnen vanuit de Hemel naar jou kijken. We kunnen ook zien waar jij zo bang voor bent. In dit klaslokaal vinden we op iedere vraag een antwoord. Kijk maar.”

Marik zag nu een andere film.

Hij was nog heel klein.

“Hier ben je bijna twee jaar oud,” zei oma. “Kijk eens wat er gebeurde.”

Marik zag een stormachtige avond. Buiten waaide de wind hard. De schaduwen van boomtakken bewogen over de muren van zijn slaapkamer. Af en toe tikten ze tegen het raam, wat een krassend geluid veroorzaakte.

Daarna zag hij zichzelf.

Hij lag nog in een klein ledikantje en stond rechtop, met zijn vuistjes stevig om de spijlen geklemd.

Dikke tranen liepen over zijn rode wangetjes.

Met angstige ogen keek hij naar de muur.

Toen kwam zijn moeder binnen en troostte hem.

De film stopte.

“Zo is je angst begonnen,” zei oma. “Dat heeft ervoor gezorgd dat je bang bent geworden in het donker. Daardoor kun je moeilijk slapen. Daardoor schrik je van iedere schaduw en van ieder geluid. En daardoor ben je overdag moe, omdat je niet goed uitrust.”

Marik keek aandachtig naar het scherm.

“Kom,” zei oma. “Laten we verder kijken.”

Opnieuw ging het licht uit en begon er een nieuwe film.

Samen keken ze naar Mariks slaapkamer.

Ze zagen een licht langs de muur bewegen.

Als ze goed keken, zagen ze dat het de koplampen van een auto waren die voorbijreed.

In combinatie met de takken van de boom leek het net alsof er een monster op de muur verscheen.

Ook zagen ze een donkere schaduw in een hoek van de slaapkamer.

Samen keken ze waar die vandaan kwam.

Het bleek een oude knuffel te zijn.

Wanneer een auto vanaf de andere kant kwam aanrijden en zijn licht door de gordijnen naar binnen scheen, leek het alsof er een groot monster met enorme oren in de hoek zat.

Marik keek zijn ogen uit.

“Het zijn helemaal geen monsters die ik zie!” riep hij verbaasd uit. “Het is gewoon mijn knuffel en een boom!”

Hij keek oma vol verwondering aan.

“Ja,” zei oma lachend. “Fijn hè, om dat nu te weten?”

Marik keek opnieuw naar het scherm.

“Maar wat kunnen we eraan doen? Het blijft eng, ook al weet ik nu waar het vandaan komt.”

Oma knikte begrijpend.

“Ik ga je zo weer naar huis brengen. Je papa en mama slapen al. Dan gaan we heel voorzichtig naar hen toe.”

Ze glimlachte.

“Ga je mee?”

Opeens stonden ze naast het bed van papa en mama.

Marik genoot van alles wat er gebeurde. Het was spannend, maar bang hoefde hij niet meer te zijn.

Oma ging op haar knieën zitten en fluisterde iets in mama’s oor.

Moeder draaide zich om en mompelde iets in haar slaap.

“Geregeld,” zei oma glimlachend.

“Kom, laat mij nu eens jouw kamer zien.”

Samen liepen ze over de overloop naar Mariks slaapkamer.

Zijn bed was leeg en het nachtlampje brandde nog.

Oma keek rustig rond en liep naar een hoek van de kamer. Ze bukte zich, pakte het speelgoedkonijn onder het bed vandaan en gaf het aan Marik.

“Ga nu maar lekker slapen, mijn kind.”

Marik stapte in bed.

Oma sloeg het dekbed over hem heen en gaf hem een kus op zijn voorhoofd.

“Ik zie jou morgen weer, toch?”

Marik knikte enthousiast.

“Slaap nu maar lekker, mijn kind. Tot morgen.”

De oude vrouw liep de kamer uit en verdween weer terug naar Zomerland.

De volgende morgen was Marik al vroeg wakker.

Hij had heerlijk gedroomd.

Op school merkte hij meteen verschil. Voor het eerst was hij niet de laatste die werd gekozen tijdens gym, maar één van de eersten.

“s Middags, toen hij thuiskwam, zag hij dat zijn moeder druk bezig was.

Ze had nieuwe, donkere gordijnen gekocht. Nu kon er geen licht van buiten meer door zijn slaapkamer naar binnen schijnen.

Marik glimlachte in zichzelf.

Opeens zag hij weer voor zich hoe oma op haar knieën naast het bed van zijn moeder had gezeten.

Dus dát had ze in haar oor gefluisterd.

Die avond ging Marik opgewekt naar bed.

Hij had er zelfs zin in.

Net als altijd liet zijn moeder het nachtlampje branden.

Marik keek rustig zijn kamer rond.

Er waren geen lichten meer die vreemde monsters op de muren maakten. Zijn speelgoedkonijn zat nu op het voeteneind van zijn bed, dus ook dat probleem was opgelost.

Nog één keer keek hij om zich heen.

Daarna viel hij in een diepe slaap.

Bij de poort van Zomerland stond oma alle kinderen al op te wachten.

Later, tijdens het kringgesprek, vertelde Marik vol enthousiasme dat hij als één van de eersten was gekozen tijdens gym en dat hij niet meer bang was in het donker.

Het kleine meisje dat naast hem zat, pakte hem even bij zijn arm en zei glimlachend:

“Ik zei toch dat ze lief was.”

Marik begon te glunderen.

Hij was gelukkig.

Later die avond speelde hij de leukste spelletjes, maakte nieuwe vrienden en lachte meer dan ooit tevoren.

En voordat alle kinderen weer naar huis gingen, kregen ze een groot glas zelfgemaakte limonade en een heerlijk zelfgebakken koekje.

Marik keek naar oma.

Oma glimlachte naar hem.

 

Hij wist dat hij nooit meer bang hoefde te zijn.