*** Hand in Hand ***

Een vrouw zit op de rand van haar bed en staart naar buiten. Het is al donker en de sterren fonkelen in het nachtelijke uur. Het is tijd om naar bed te gaan; er is weer een dag voorbij.

Ze kijkt even naar de foto van haar beide kinderen op het nachtkastje. Wat zijn ze al groot. Ze leiden nu hun eigen leven.

Ze glimlacht naar de foto en streelt met haar vinger over de contouren van hun gezichten.

Ze zucht, staat op en trekt haar nachtjapon aan. Daarna stapt ze in bed. De gordijnen houdt ze open, dat vindt ze fijn. Zo kan ze nog even naar de sterren kijken voordat ze in slaap valt.

Er is een nieuwe maan in deze donkere nacht, dus een nieuw begin, zeggen ze.

De vrouw zucht opnieuw, doet het licht uit, kijkt naar de sterren en valt langzaam in slaap.

Ze zakt langzaam weg in de lagen van de nacht. Steeds verder verwijderd van denken en tijd. Toch blijft ze zich bewust van de dingen die ze onderweg ziet.

De wereld die ze binnenstapt is rustig. Er is geen dualiteit en de zwaarte uit het verleden, die ze normaal met zich meedraagt, is verdwenen.

Alles is hier vredig.

De natuur lijkt op die van de Aarde, maar de kleuren zijn intenser en de liefde is hier voelbaar.

De vrouw gaat op een bankje zitten om de sfeer in zich op te nemen.

Ze kijkt om zich heen.

De natuur is prachtig. Ze ziet bomen, bossen, meren, bloemen en vlinders. Alles wat ze ziet straalt een liefdevolle energie uit.

Plotseling hoort ze stemmen.

Geschrokken kijkt ze op.

Ze ziet een groep kinderen op zich af komen lopen, waardoor ze een moment van angst ervaart. Wat moet ze doen? Moet ze blijven zitten of weggaan zodat niemand haar ziet?

Een gevoel van rust komt over haar heen wanneer ze ziet dat de groep een andere weg inslaat.

Opgelucht zucht ze.

Nu kan ze weer genieten van de plek waar ze zich bevindt.

Opeens hoort ze een stem achter zich.

Verschrikt draait ze zich om.

“Hallo, fijn dat je er bent!”

De vrouw weet even niets te zeggen.

Ze ziet twee Engelen die heel veel op elkaar lijken.

“Wij storen je toch niet?” vragen ze.

De vrouw blijft hen verbaasd aankijken en schudt langzaam haar hoofd.

De twee Engelen gaan aan weerszijden van haar op het bankje zitten en pakken haar handen vast.

Een liefdevolle energie stroomt door haar lichaam.

Ze begint te huilen.

Nog nooit heeft ze zoveel liefde gevoeld. Nog nooit heeft ze zich zo beschermd gevoeld.

De Engelen glimlachen naar haar en samen genieten ze van het uitzicht.

Na een tijdje zegt één van de Engelen:

“Kom, wij willen je iets laten zien.”

Samen staan ze op en lopen hand in hand over het pad.

Langs het pad bloeien witte lelies en witte rozen. Hun geuren zijn sterk en zorgen ervoor dat ze in een soort trance raakt.

Een gevoel van gelukzaligheid neemt bezit van haar. Alle angst en verdriet verdwijnen en maken plaats voor een gevoel van vrijheid.

De vogels en vlinders vliegen om haar heen en de vrouw voelt zich steeds meer op haar gemak.

Ze lacht en stelt honderduit vragen over deze wereld.

De beide Engelen hebben het er maar druk mee.

Dit is inmiddels een heel andere vrouw dan degene die hun wereld binnenkwam. Nu is ze sprankelend en vol levensvreugde. Ze wil alles zien en alles weten, in tegenstelling tot de vrouw op het bankje die angstig om zich heen keek.

De vrouw is zo blij dat ze begint te huppelen.

De beide Engelen huppelen lachend met haar mee.

Ze lachen en maken ontzettend veel plezier.

Totdat ze bij een groot meer aankomen.

Ze kent dit meer. Ze is hier vaker geweest.

Alleen is dit meer schoner, liefdevoller en het zand is prachtig wit.

Ze trekt haar schoenen uit om het zand aan haar voeten te voelen.

Ze zucht tevreden.

“Dit voelt heerlijk.”

Opnieuw stroomt er een andere energie door haar heen.

Een gevoel van onvoorwaardelijke liefde.

“Kom, laten we gaan zwemmen!”

Ze lacht breeduit naar haar nieuwe vrienden.

De Engelen kijken haar lachend aan en besluiten mee te gaan.

Zo rennen ze met zijn drieën hand in hand door het witte zand het water in.

Het water is heerlijk. Het voelt helend en zuiver.

De vrouw en de Engelen genieten van elkaars gezelschap en van het water.

“Wat heerlijk!” roept de vrouw. “Ik ben vrij!”

Samen spelen ze als kinderen, vol geluk en liefde.

Na een tijdje zijn ze uitgespeeld en krijgt één van de Engelen het idee om ergens iets te gaan eten en drinken.

Samen lopen ze het water uit en keren terug naar het pad.

Tot haar verbazing merkt de vrouw dat haar kleren alweer droog zijn.

“Kom, we gaan,” zeggen de Engelen tegelijk.

Hand in hand lopen ze verder over het pad.

Na enkele bochten zien ze in de verte een klein huisje staan.

Het huisje heeft een rieten dak, blauwe kozijnen en een geel deurtje dat openstaat.

Uit de schoorsteen, die prominent midden op het dak staat, kringelt een heerlijke zoete geur van versgebakken koekjes.

“Dat huisje dat je daar ziet,” zegt één van de Engelen, “is het huisje van een wijze oude vrouw. Het staat aan de rand van Zomerland.

Zomerland is een wereld waar alle kinderen in hun dromen naartoe gaan, of wanneer zij afscheid hebben genomen van hun aardse leven.

Hier, bij de oude vrouw, komen ze samen. Ze eten iets lekkers en drinken zelfgemaakte limonade van verse vruchten. De oude vrouw geeft raad en antwoord op alle vragen.

De kinderen komen hier vaak. Ze kunnen hun verhaal kwijt en even bijkomen van de moeilijke lessen op Aarde.”

“Dus kinderen die zijn overgegaan en kinderen die dromen komen hier samen? Maar ik ben geen kind meer. Wat doe ik hier dan?” vraagt de vrouw verbaasd.

Eén van de Engelen kijkt haar glimlachend aan.

“Iedereen is nog een kind. Heb jij zojuist niet gespeeld als een kind? Heb jij die vrijheid dan niet gevoeld?”

De vrouw knikt.

“Maar komen hier dan ook volwassen mensen?”

“Ja, soms wel. Alleen wanneer ze weer even kind willen zijn. Maar kom, we gaan naar binnen.”

Ze openen het gele deurtje en stappen met zijn drieën naar binnen.

Ze zoeken een tafeltje dicht bij het raam en gaan zitten.

Nu is het wachten tot de oude vrouw iets lekkers komt brengen.

De vrouw kijkt ondertussen naar buiten en ziet de kinderen spelen. In de verte ziet ze speeltuinen en andere attracties.

Ze zucht en kijkt de beide Engelen aan.

“Wat gebeurt er als een kindje overgaat?” vraagt ze.

De beide Engelen kijken elkaar aan. Eén van hen begint te vertellen.

“Als een kindje hier aankomt, wordt het met veel liefde verzorgd. Het krijgt alles wat het nodig heeft en groeit hier langzaam op. De kinderen gaan naar school en leren over onze werelden, maar ook over de aardse wereld.

Samen met de Engelen bezoeken ze de ouders die achtergebleven zijn. Vaak laten ze tekens achter, maar helaas worden die niet altijd opgemerkt.

Wanneer ze ouder worden, bereiden ze zich voor op hun nieuwe taak. Vaak is dat het helpen van een familielid. Dat is een heel dankbare taak.

Maar wanneer de signalen niet worden opgepikt, kunnen ze niets anders doen dan wachten tot diegene overkomt, zodat ze hem of haar kunnen begeleiden naar het Hiernamaals.”

De vrouw heeft met bewondering geluisterd en vraagt zich af of zij ook helpers heeft.

De Engelen, die haar gedachten hebben opgevangen, glimlachen.

“Jazeker. Je hebt er zelfs twee.”

De vrouw kijkt hen ongelovig aan.

“Twee?”

“Ja, twee. Jouw beide kinderen zijn jouw helpers. Ze zijn dag en nacht bij jou.

Ze willen zo graag dat je luistert. Ze willen je zo graag helpen.

Maar je zegt steeds dat je niet in een hemel gelooft en dat er niets is na de dood. Maar dat is er wel.

Je hebt zoveel pijn gekend, zoveel verdriet gehad en zo lang in angst geleefd, dat je daardoor het mooie niet meer kunt voelen.

Open jezelf en laat de liefdevolle energie door je lichaam stromen.

Laat je beide kinderen je helpen op te staan en laat jezelf omringen door liefde en bescherming. De liefde die jij zo nodig hebt.

Weet dat ze naast je staan. Weet dat ze je handen vasthouden en samen met jou jouw pad bewandelen.

Zie ze voor je en voel ze naast je.

Ze houden zoveel van jou.”

De vrouw huilt zachtjes.

“Kom, laten we iets eten en drinken,” zegt één van de Engelen.

De oude vrouw brengt een dienblad vol lekkers en kijkt de vrouw bij het raam liefdevol aan.

“Het komt goed, als jij ze maar binnenlaat. Dan pas zal jouw nieuwe wereld opengaan.”

Ze knipoogt naar de beide Engelen.

Wanneer alles op is, zegt één van hen:

“Het is tijd. We brengen je naar huis.”

Samen lopen ze hand in hand naar buiten en volgen het pad terug naar de slaapkamer van de vrouw.

De vrouw stapt weer in bed en kijkt naar de beide Engelen die voor haar staan.

“Vergeet nooit dat wij naast je staan.”

Langzaam neemt de slaap haar weer mee.

Op het laatste moment ziet ze dat de twee Engelen veranderen in haar twee meisjes.

Haar dochters, die ze in haar hart zo liefhad.

Haar twee meisjes van wie ze lang geleden afscheid heeft moeten nemen.

Ze zijn bij haar terug.

Met een glimlach op haar gezicht valt de vrouw verder in slaap.

De beide meisjes aaien nog even door haar haren en geven haar een kus op haar voorhoofd.

“Wij zijn altijd bij je, mama. Vergeet ons niet.”

De vrouw zucht diep en voelt hun liefde.

 

De liefde van haar twee dochters.