*** De zwarte Engel ***

Het was ochtend en een zwarte Engel werd wakker. Ze was wakker geworden van het lawaai dat vanuit de straat kwam. Het was het geschreeuw van de andere Engelen die bij haar in de straat woonden. Het kwam steeds vaker voor dat zij daarvan wakker werd. En ook als zij naar bed wilde gaan, waren er nog veel Engelen laat op straat. Ze maakten de straat onveilig en zij wist wat ze doormaakten. De haat die je dan kon voelen en de pijn omdat je niet begrepen werd door de andere Engelen.

Het was een lange tijd geleden dat zij net als deze Engelen over straat zwierf en alles wat ze maar kapot kon maken, ook daadwerkelijk kapot maakte. Ook andere Engelen had zij beschadigd, want de macht van de sterkste was heel belangrijk in deze straat.

Inmiddels was ze rustiger geworden, omdat ze een oude Engel was geworden. Haar prachtige verenpak was bijna kaal en zwart geworden.

De oude Engel stond op en liep naar de spiegel die zij ooit voor zichzelf had gemaakt. De spiegel zag er net zo oud en vuil uit als zijzelf en ook haar huis zag er armoedig uit. Het huis was vuil en er liep ongedierte op plaatsen waar het niet thuishoorde.

Ze kon zich nog vaag herinneren dat haar huis ooit straalde in de zon. Het was een prachtige straat geweest en de Engelen die er woonden waren prachtig wit van kleur. Het was een mooie wereld, dat kon ze zich nog wel herinneren. Iedereen was vrolijk en blij en de kleine Engelen speelden op straat. Ze konden er veilig leven.

Nu was het tegenovergestelde van wat het ooit was geweest.

De oude Engel liep naar het raam en maakte met haar zwarte veren een stukje van het glas schoon. Ze kon door het vuile raam de straat op kijken. De zon was hier ook al heel lang niet meer geweest. De lucht was zo zwaar vervuild dat de wolken alleen nog maar zwart water regenden, waar je vervolgens ziek van werd.

De oude Engel liep weg bij het raam en ging weer naar de spiegel die in de hoek stond. Ze keek naar haar donkere silhouet. Ze schrok van hoe ze eruitzag. Een oude zwarte Engel die te veel had meegemaakt.

Ze liep naar haar bed en ging op de rand zitten. Ze staarde voor zich uit.

“Hoe kon ik mijzelf zo verliezen?” dacht de Engel. “Wat is er gebeurd waardoor ik ben geworden zoals ik nu ben? Het leven dat ik eens had als witte Engel was zoveel mooier dan wat ik nu heb. Wat kan ik doen? Wat moet ik doen om het leven terug te krijgen dat ik zo liefhad?”

Er was nog een klein beetje liefde in de Engel aanwezig en dat kleine beetje liefde begon weer op te leven. Het begon te gloeien en werd licht van kleur.

De oude Engel stond op en begon te zoeken. Ze had nog ergens schoonmaakspullen staan. En ja hoor, in een hoekje van de kast vond ze een emmer met schoonmaakspullen. De spullen waren bijna niet meer te zien door al het stof.

Ze pakte de spullen op en liep ermee naar de kraan. Het water was het enige zuivere dat nog in deze straat te vinden was.

De geur in de fles met schoonmaakmiddel was blijven hangen en rook naar witte rozen en witte lelies. Het was alsof alle herinneringen terugkwamen toen ze de fles opendraaide. De heerlijke geur was zo bekend dat ze er tranen van in haar ogen kreeg.

De herinneringen aan die mooie tijd kwamen langzaam weer terug.

De oude Engel begon te poetsen en was een hele dag bezig om haar huisje van binnen schoon te krijgen. Het was een hele klus, maar de voldoening die het haar gaf nu alles weer schoon was, was vele malen mooier dan hele dagen in een vies huis te moeten zitten.

Voordat de Engel tussen haar hagelwitte lakens ging liggen, nam ze een schuimend bad en genoot van het water. Ze droogde zich af en zag tot haar stomme verbazing dat ze allemaal nieuwe veren kreeg. Het waren kleine veertjes, maar ze waren wit!

“Dit is een goed begin,” dacht de Engel en tevreden stapte ze in bed.

Ze dacht heel even aan de dag van morgen, want dan wilde zij de buitenkant van haar huisje schoonmaken. Ze had het nog niet gedacht of ze viel al in een diepe slaap.

De volgende morgen werd de Engel wakker. Ze had in tijden niet zo goed geslapen. Ze maakte een sprongetje om uit bed te komen. Blij liep ze naar de spiegel om zichzelf te bekijken.

Ze schrok.

Ze was wit geworden en had opeens zoveel veren, prachtige witte veren.

“En dat allemaal in één nacht omdat ik mijn huisje schoon heb gemaakt. Wat zal er gebeuren als ik de buitenkant ga schoonmaken?”

Ze wilde niet langer wachten. Opnieuw maakte ze een emmer met sop klaar en ging naar buiten.

Ze begon bovenaan en iedere dakpan en iedere steen van de muur werd schoon geschrobd totdat alles blonk. De grauwe stenen waren niet langer grauw, maar wit van kleur. Het dak, dat ooit een zilveren gloed had gehad, was nu weer zoals vroeger.

Alle Engelen in de straat stonden haar uit te lachen.

“Wat zag die Engel er gek uit en wat was zij in vredesnaam aan het doen?”

De oude Engel was niet verbaasd over de reacties vanuit de straat. Ze wist heel goed dat het voor hen een vreemde gewaarwording was.

Aan het einde van de dag was haar huisje sprankelend schoon en haar tuintje netjes onderhouden. Het was het mooiste wat zij in tijden had gezien.

De andere Engelen kwamen voor haar huis staan en begonnen vragen te stellen. Het werd een leerzame avond en voor het eerst sinds lange tijd was het weer gezellig in de straat.

Voldaan ging de oude Engel naar bed en viel in slaap.

De volgende morgen werd ze opnieuw wakker van veel lawaai. Ze had gehoopt dat de andere Engelen er iets van hadden opgestoken, maar blijkbaar was dat niet het geval geweest.

Ze ging weer voor de spiegel staan en schrok zich wezenloos.

Wat was dit?

Ze had gouden vleugels!

Zo mooi dat tranen van ontroering over haar wangen stroomden.

Ze liep naar het raam en keek naar buiten. Het zonnetje kwam een beetje tussen de donkere wolken door en de Engel keek verder de straat in.

Iedereen was aan het boenen en poetsen. Iedereen hielp mee.

Het was een prachtig gezicht om te zien hoe ze tegelijkertijd de binnen- en buitenkant van hun huisjes schoonmaakten.

 

En de zon werd feller en feller, naarmate de straat schoner en schoner werd.