*** Het nachtelijk uur ***

Een vrouw stond buiten en keek omhoog.

Het was bijna donker en de smalle sikkel van de maan begon al zichtbaar te worden aan de horizon. Een kleine ster wachtte geduldig op de nacht, zodat ze met al haar kracht kon schitteren aan de heldere hemel.

De vrouw keek gefascineerd naar hoe de dag veranderde in de nacht. Ze keek hoe langzaamaan de sterren tevoorschijn kwamen. Ze hoorde de dagelijkse geluiden langzaam wegebben, totdat alleen de vogels overbleven met hun avondzang. Ze waren moe van de warme zomerdag, maar voldaan zongen ze hun laatste lied.

Zodra de stilte inviel, lieten de kikkers en krekels zich horen. Een prachtig concert in het nachtelijk uur.

De vrouw stond nog steeds stil en luisterde. Haar lichaam en geest waren volledig verbonden met Moeder Aarde en met de nachtelijke hemel, die op haar eigen tempo om de aarde heen bewoog.

De vrouw was stil. Ze had geen gedachten en dus ook geen zorgen of angst. Alles was stil in haar en een groot bewustzijn in haarzelf observeerde alles zonder er een naam aan te geven.

Ieder geluidje, iedere ster aan de hemel, alles was met elkaar verbonden. En de vrouw was daar een onderdeel van.

Opeens voelde ze een hand op haar schouder. Haar man, die haar al die tijd had gadegeslagen, ging achter haar staan. Samen keken ze naar de maan en de sterren. Ze waren één met de nacht.

Zo bleven ze staan, totdat de zon achter hen haar eerste zonnestralen zichtbaar maakte.

De nacht veranderde langzaam in de dag en de eerste vogels zongen hun welkomstlied. Ze keken elkaar aan en glimlachten. Alles was zo mooi op elkaar afgestemd en zij waren daar getuige van geweest.

Ze draaiden zich weer om en keken naar de maan en de sterren. Ze waren in prachtig gezelschap geweest en bedankten hen voor de liefde, het geluk en de stilte die ze samen hadden ervaren.

En de kleine ster fonkelde nog heel even, voordat ze uit het zicht verdween.