*** Hemels feest ***

De zon was bijna onder. Een jonge vrouw stond op haar veranda en keek uit over het landschap. Het uitgestrekte landschap zag er magisch uit nu de zon bijna verdwenen was. Geen enkel huis of boom was in de wijde omtrek te zien en het voelde alsof ze alleen op deze wereld was.

Ze ging vanavond uit. Ze wilde naar een feest in de stad. Haar lievelingsjurk had ze al aangetrokken en ze wachtte tot het tijd was om te gaan.

Het werd bijna donker. De maan was vol en de sterren kwamen steeds helderder tevoorschijn.

Ze pakte haar autosleutels en haar vestje en liep naar haar auto, een oude pick-uptruck. Ze startte de motor en reed langzaam de weg op. Het was een lange, stille weg. Alleen bestemmingsverkeer maakte hier gebruik van.

In de verte zag ze een fel licht op zich afkomen. Ze zette haar auto aan de kant. Meestal was het een grote tractor waarvoor ze even moest stoppen om het gevaarte voorbij te laten gaan.

De jonge vrouw wachtte totdat het felle licht dichterbij zou komen, zodat ze weer verder kon rijden. Maar het licht bleef op dezelfde plaats en kwam niet dichterbij.

Ze zette de motor af, haalde de sleutels uit het contact, opende het portier, stapte uit en liep in de richting van het felle licht.

Een warm gevoel overviel haar.

Ze stond in het witte licht en werd omarmd door liefde, geluk en blijdschap.

Opeens was het felle licht verdwenen en bevond ze zich op een plek die ze wel herkende, maar niet kon plaatsen. Ze was hier eerder geweest, maar kon zich niet herinneren wanneer.

Een oude vrouw stond naast haar, glimlachte en zei:

“Kom, meisje. Ik neem je mee naar een echt groot feest.”

De oude dame begeleidde de jonge vrouw naar een groep mensen die met elkaar stonden te praten.

“Ik wil graag deze mooie jonge vrouw voorstellen. Ze is nieuw hier. Ik heb haar een uitnodiging gestuurd om vannacht aanwezig te zijn,” zei de vrouw.

De groep mensen keek de jonge vrouw aan, begon te lachen en begroette haar liefdevol.

Toen begon de muziek te spelen en kwam er een optocht de straat ingereden.

Samen met de groep mensen keek ze naar wie er allemaal voorbij kwamen. Ze zag Meester Sananda en ze zag Moeder Maria. Ze maakte contact met Meester Kuthumi, kreeg een handkus van Meester Germain en mocht op audiëntie bij Meester Boeddha.

Ze zag de prachtigste praalwagens, de mooiste bloemen en hoorde de heerlijkste muziek.

Ze zag engelen en vreemde wezens die ongelooflijk lief waren.

Ze werd omringd door geluk en heel veel liefde.

Er werd gedanst, heel veel gedanst.

Grote kringen van zielen, met verschillende gedaanten, dansten zij aan zij.

Het was allemaal zo hemels.

Tot het moment dat ze afscheid moest nemen.

De oude vrouw kwam haar ophalen en keek blij.

“Wat fijn dat jij zoveel plezier hebt gehad,” zei ze. “Vanaf nu ben je altijd uitgenodigd om hier te komen wanneer wij feest vieren. Kom, ik breng je naar huis.”

De jonge vrouw nam afscheid van haar nieuwe vrienden en ook de Meesters namen afscheid van haar.

Meester Sananda knipoogde naar haar en streelde haar wang.

“Alles komt goed. Weet dat ik altijd naast je sta.”

De jonge vrouw knikte en lachte door haar tranen heen.

In een flits stond ze weer langs de kant van de weg. Het felle licht was er nog steeds en een stem zei liefelijk en zacht:

“Tot volgend jaar, lieverd. Tot volgend jaar.”

Toen verdween het licht.

Het was koud en de jonge vrouw deed de knoopjes van haar vestje dicht.

Ze keek nog eens naar de sterren en de maan en huilde zachtjes.

Het gemis van de blijdschap en liefde was nu al voelbaar.

Ze zuchtte.

 

Een zachte hand streelde haar wang en ze wist dat ze nooit alleen zou zijn.