*** Moeder Aarde ***

Moeder Aarde werd wakker. Ze rekte zich uit en keek eens om zich heen.

Ze zag zichzelf in de weerspiegeling van de zon en de maan. Ze vond zichzelf prachtig!

Ze was water, ze was zand, ze was lucht en ze was vuur.

Ze zag alle bewoners die op haar leefden. De meeste bewoners waren lief, maar er waren ook minder lieve bewoners bij. Juist die minder lieve bewoners hadden iets speciaals. Als ze zin hadden, deden ze aardig. Maar als ze angstig waren, konden ze de meest vreemde fratsen uithalen.

Ze kon zich nog herinneren dat deze bewoners soms zo ver gingen dat ze haar pijn deden. Dan trokken ze bomen uit haar lichaam en staken haar in brand. Of ze gooiden een vuurpijl van het ene continent naar het andere, zomaar voor de lol.

Ja, dan ontstond er weer een groot gat in haar mooie lichaam.

Vaak keek ze naar deze bewoners. Ze waren anders dan de andere bewoners. Ze speelden spelletjes met elkaar. De ene bewoner probeerde altijd de baas te zijn over de andere bewoner.

Ze zag het spel telkens opnieuw.

Jaar na jaar.

Eeuw na eeuw.

Maar er was nog nooit iemand geweest die echt gewonnen had.

Soms moest ze ingrijpen, want dan gingen ze te ver. Ze schudde dan eens flink met haar lichaam of rekte zich eens goed uit, waarna de rust terugkeerde.

Moeder Aarde houdt van haar bewoners. Ze laat hen spelen, maar als het uit de hand dreigt te lopen, zul je haar ontmoeten, in welke vorm dan ook.

Zolang de bewoners spelletjes met elkaar blijven spelen, zal Moeder Aarde ingrijpen.

Zij houdt het overzicht.

 

Zij is de baas over haar eigen lichaam.