Wanneer een Fee vanaf zijn balkon over de weidse bergen uitkijkt, moet hij glimlachen.
Het is zo prachtig wat hij hier ziet.
Eerst ziet hij het meer dat midden tussen de bossen ligt en langzaam gaan de heuvels over in kleine bergen.
Helemaal aan het einde ziet hij de grote reuzen met hun besneeuwde toppen staan.
Prachtig vindt hij dit.
Elke morgen kijkt hij bij het opstaan opnieuw naar dit schitterende schilderij vol prachtige kleuren.
Het is tijd om de dag te beginnen en hij stapt in bad.
Het heldere water, dat rechtstreeks van de Bron komt, voelt heerlijk fris en sprankelend aan.
Hij wast zich, staat op uit het bad, droogt zich af met het fijnste katoen en kleedt zich aan.
Zijn lichtblauwe gewaad, gesponnen van de zuiverste zijde, voelt zacht aan op zijn lichaam.
Hij schudt zijn lange haren een aantal keren los en strijkt ze met zijn handen glad.
Zijn lange, witte haren vloeien als een waterval over zijn rug en liggen als een waaier over de grond.
Hij plukt een mooie bloem uit een boeket dat op tafel staat en steekt deze achter zijn puntige oor, tussen zijn witte haren.
Hij bewondert zichzelf nog eens in de spiegel en glimlacht opnieuw.
Hij is nog maar net terug in deze wereld, want hij heeft een lange reis gemaakt.
De Fee heeft samen met een aantal andere Feeën een reis gemaakt naar de wereld achter de sluiers.
Niet omdat het moest, nee, maar om te zien hoe het er daar aan toeging.
Waren de bewoners al bewuster geworden?
Gegroeid in onvoorwaardelijke liefde?
Of was er nog niets veranderd sinds de laatste keer dat hij daar was geweest?
De vorige keer dat hij deze wereld bezocht had, was het droevig om te zien.
Er waren zoveel geloven en de mensen vochten met elkaar over welk geloof het ware geloof was.
Barbaarse taferelen zagen zij en bewustzijn en onvoorwaardelijke liefde waren nergens te vinden.
Hij had alles met lede ogen aangezien en was na verloop van tijd teruggekeerd naar zijn eigen wereld van de Feeën.
Een aantal aardse jaren geleden besloten zij deze wereld opnieuw te bezoeken.
Het geloof was er nog steeds, maar kreeg steeds minder macht.
Wel zagen zij dat deze machtsstrijd zich had verplaatst naar een ander continent en daar langzaam terrein begon te winnen.
Samen met de andere Feeën was hij de bibliotheken binnengegaan en zij lazen wat zich in de tussenliggende eeuwen had afgespeeld.
Het leek alsof het rustiger werd, maar het tegendeel was waar.
Zij zagen een patroon dat zich telkens herhaalde.
Steeds opnieuw was er een macht of geloof dat de baas probeerde te zijn.
Maar na lange tijd verloor het zijn kracht en maakte het plaats voor bewustzijn.
Hier en daar zagen zij dat de onvoorwaardelijke liefde langzaam begon op te komen.
Zij zagen steeds meer mensen die deze liefde in zichzelf hadden ontdekt en voelden dat dit het ware geloof zou worden dat in de volgende periode zou regeren.
Totaal anders dan de machtswerelden daarvoor.
Na deze periode zou de weg naar bewustzijn en onvoorwaardelijke liefde uiteindelijk zichtbaar worden.
Pas dan kunnen de sluiers opengaan.
Pas dan kunnen de werelden samenkomen.
Pas dan is iedereen gelijk en zal iedereen onvoorwaardelijke liefde voor elkaar voelen.
De Fee zucht.
De aardse jaren duren lang.
Vele generaties zullen voorbijgaan en pas dan zal de liefde regeren.
Voor de laatste maal kijkt de Fee naar de bergen, daar waarachter de sluiers hangen.
Hij vouwt zijn handen tegen elkaar en denkt aan de mens die verdwaald is geraakt in macht en strijd.
Eens komt er een tijd van liefde.
Onvoorwaardelijke liefde.
