***  Sterrenkind ***

Wanneer de maan aan de horizon verschijnt en de jongen naar de opkomende sterren kijkt, ziet hij dat een aantal sterren zijn aandacht trekt.

Het is een groep van grote en kleine sterren die hun stralen sterker laten zien naarmate het donkerder wordt.

De jongen vindt het heerlijk om “s avonds naar de sterren te kijken.

Het maakt dat hij zich nietig voelt en hij vraagt zich dan vaak af wie wij als mens eigenlijk zijn.

Hij heeft thuis een groot boek waarin de aarde te zien is vanaf de maan, en hij kan hier uren naar kijken.

De aarde is zo klein ten opzichte van de rest van het heelal.

Hij heeft foto’s gezien waarop de aarde als een speldenknopje te zien is en waarop hij een vergrootglas nodig heeft om haar te vinden.

Wie zijn we als mens en wat komen we hier doen?

Zijn er meer mensen in het universum en wonen die net als wij op een planeet?

De jongen weet het niet...

"Kom je binnen?" vraagt zijn moeder, die nu achter hem is komen staan.

De jongen knikt van ja en moeder kijkt omhoog.

"Wat ben je aan het doen?"

"Ik kijk naar de sterren. Het zijn er zo veel."

Moeder glimlacht.

"Ja, het zijn er heel veel, maar wist je dat heel veel sterren een naam hebben?"

De jongen kijkt zijn moeder verrast aan en schudt zijn hoofd.

Dat heeft hij nog niet in het boek gelezen.

"Kijk," zegt moeder en wijst met haar vinger naar de nachtelijke hemel.

"Die groep sterren daar lijkt op een steelpan en heet “De Grote Beer”."

Daarna wijst ze naar een groepje sterren en zegt:

"Dat zijn de Plejaden."

De jongen ziet de groep sterren waar hij aan het begin van de avond al gefascineerd naar had gekeken.

"Onze sterrenbeelden kun je terugvinden aan de hemel," zegt moeder.

"Maar hoe je die kunt vinden, moet je eens opzoeken.

Kom je nu mee naar binnen? Het is tijd."

Samen lopen ze naar binnen.

Nadat hij zijn tanden heeft gepoetst en zijn pyjama heeft aangetrokken, komt zijn moeder nog even zijn kamer binnen om de gordijnen dicht te doen.

Maar de jongen zegt:

"Laat ze maar open, mama, dan kan ik nog heel even naar de sterren kijken."

Moeder glimlacht, geeft hem een zoen en vertrekt.

Bij de deur blijft ze even staan en zegt:

"Fijn gaan slapen hè. Welterusten."

Het licht gaat uit en de jongen staart vanuit zijn bed door het raam naar buiten.

Het is een heldere nacht en hij ziet wel miljoenen sterren.

Het is niet te bevatten dat wij als mens op zo’n kleine planeet wonen.

Maar we zullen toch niet de enigen zijn?

Het zou toch vreemd zijn dat juist in dit oneindige heelal, met al zijn sterren en planeten, alleen de mens een levend wezen is?

En waar is dan het Hiernamaals?

De plek waar je naartoe gaat als je sterft?

Of zou het leven gewoon ophouden en is er geen herinnering meer, maar slechts één leven?

Maar hoe kwam de mens dan hier op aarde?

De jongen heeft wel van een evolutieproces gehoord, maar we moeten toch ergens vandaan komen, net als de sterren en de planeten?

Hij heeft opeens zo veel vragen die onbeantwoord blijven deze avond.

Morgen zal hij naar de antwoorden gaan zoeken.

Hij kijkt nog eenmaal naar buiten voordat hij in slaap valt.

Een Engel die aan het voeteneind van zijn bed zit, heeft al die tijd naar hem gekeken.

Het verbaast haar dat zo’n klein jongetje al deze volwassen vragen stelt.

De meeste mensen denken hier niet over na en leven gewoon hun leven, maar deze jongen is heel bewust.

De Engel staat op, tilt het astrale lichaam uit het fysieke lichaam van de jongen en neemt hem mee naar Zomerland.

Nadat ze in Zomerland zijn aangekomen, maakt de Engel hem wakker.

"Manu, wakker worden. Je bent weer terug in Zomerland."

De jongen doet zijn ogen open en lacht naar zijn Engel.

Hij omhelst haar en kijkt daarna stralend om zich heen.

"Engel, mag ik iets vragen?"

De Engel weet allang wat hij wil vragen, maar doet alsof ze van niets weet.

"Kunt u mij iets leren over de sterren en planeten en de wereld waarin wij leven?

Ik keek namelijk vanavond voor het slapengaan naar de sterren en ik vroeg me af of wij de enigen in het heelal zijn.

Maar ook hoe wij als mens zijn ontstaan.

Na deze vragen kreeg ik steeds meer vragen, maar er zijn te weinig antwoorden."

De Engel kijkt Manu aan en zegt:

"Ach mijn kind.

Je begint je bewust te worden van de wereld waarin je leeft.

Het is goed om hier vragen over te stellen.

Weet je waarom?"

De jongen schudt zijn hoofd.

"Omdat je op een andere manier naar de aarde kijkt, zoals je ook anders naar de sterren en planeten kijkt.

Je zult steeds een beetje herinnering terugvinden, omdat wij met elkaar verbonden zijn."

Manu denkt erover na en vraagt:

"Wat bedoelt u eigenlijk?"

"Ik bedoel dat wij, jij en ik, alle kinderen, alle sterren en planeten, iedere steen, boom en elk dier met elkaar verbonden zijn.

Wij komen allemaal uit dezelfde Bron.

De reden waarom jij nu opeens vragen gaat stellen, is omdat jij je iets herinnert van het feit dat er veel meer is.

Jouw ziel moedigt je met deze herinneringen aan om in jezelf op zoek te gaan.

Maar het is een ingewikkeld en complex verhaal en niet uit te leggen aan een kleine jongen zoals jij.

Je zult in de war raken, omdat jouw bewustzijn die informatie nog niet kan verwerken.

Ik ben dus heel voorzichtig met de informatie die ik aan jou geef.

Ook jij moet voorzichtig zijn, mijn kind."

Ze streelt even over zijn blonde haren.

"Als je op zoek gaat naar antwoorden, dan zul je veel verschillende theorieën tegenkomen die elkaar tegenspreken.

Ze kunnen je in de war brengen en je kunnen er zelfs ziek van maken.

Ik kan je wel helpen met de namen van de sterren en de sterrenbeelden.

Ga je met me mee?"

De Engel steekt haar hand uit.

Manu pakt haar hand vast en opeens bevinden ze zich in het heelal.

Overal waar hij kijkt ziet hij prachtige gekleurde sterren.

Hij kijkt zijn ogen uit en voelt een enorme rust in zich opkomen.

Het lijkt wel alsof hij zich verbindt met de sterren en planeten door alleen maar naar ze te kijken.

Hij voelt de grootsheid en oneindigheid niet alleen om zich heen, maar ook in zichzelf.

De Engel glimlacht en zegt:

"Je hoeft eigenlijk niet op zoek te gaan naar antwoorden buiten jezelf.

Je hoeft dit gevoel dat je nu ervaart niet te vertalen naar een lager bewustzijn.

Dat zou het gevoel dat je nu beleeft tenietdoen en een heel andere energie uitstralen dan wat jij nu voelt.

Als ik je een advies mag geven: ga niet op zoek naar antwoorden, maar blijf kijken naar de sterren en planeten.

Blijf met hen in verbinding.

Dan zijn er geen antwoorden nodig, omdat je al met hen verbonden bent.

Antwoorden willen hebben betekent dat je jezelf afscheidt van de sterren en planeten, terwijl we allen één zijn.

Je wilt iets verwoorden wat niet te verwoorden is.

Dat zorgt voor conflict in jezelf en buiten jezelf, omdat jij je dan afscheidt van het grote geheel.

Begrijp je wat ik je wil vertellen?"

Manu kijkt om zich heen en ziet hoe in de verte een ster ontploft.

Een enorme kracht gaat door hem heen en hij voelt zich nog sterker verbonden met deze wereld.

Daarna kijkt hij zijn Engel aan en zegt:

"Wat ik nu voelde is met geen pen te beschrijven.

Hoe kan men het dan in een boek opschrijven?"

De Engel glimlacht.

"De mens is een nieuwsgierig wezen en wil alles wat hij niet kent onderzoeken.

De sterren en planeten zijn al eeuwenlang de wegwijzers van jullie wereld.

Elk jaar zien jullie dezelfde sterren voorbij komen en die hebben jullie een naam gegeven.

Zo zijn de jaren, maanden en dagen ontstaan.

De uren, de kwartieren, de minuten en de seconden.

Aan de stand van de sterren kunnen jullie zien in welke maand je geboren bent, op welke dag en op welk uur.

De sterren zijn er om op te navigeren en zijn belangrijk voor jullie wereld.

Natuurlijk zijn er nog veel meer redenen waarom ze er zijn, maar dat zal de mens nog niet kunnen begrijpen, omdat men daar nog niet toe in staat is.

Maar neem van mij aan dat het bij het grote kosmische plan hoort waar jij en ik uit zijn ontstaan.

Zodra je groter bent en net als ik een Engel bent, zul je alles begrijpen.

Maar geniet eerst van de sterren en planeten, want je bent net als ik een sterrenkind.

Kom, ik breng je weer terug naar huis.

Geniet van het universum, er is veel in te zien en neem het in je op.

Mochten er antwoorden gegeven mogen worden, dan zul je die in jezelf kunnen vinden.

Ze zullen vanzelf omhoog komen en je kunt dan iets meer begrijpen van de wereld waarin wij wonen."

Ze staan weer in zijn slaapkamer en heel voorzichtig legt zij het astrale lichaam van Manu terug in zijn fysieke lichaam.

Ze streelt hem nog even over zijn gezichtje en kijkt naar buiten.

"Ja jongen, er zullen nog vele lichtjaren nodig zijn om te begrijpen hoe alles werkelijk in elkaar zit.

Maar je hebt de tijd in deze wereld en als je blijft kijken en voelen in jezelf, kom je er wel."

Ze drukt een zoen op zijn voorhoofd en zegt:

"Dag lieve Manu, tot de volgende keer."

De volgende ochtend wordt hij wakker alsof hij extra uitgerust is.

Hij kijkt naar buiten en ziet dat de zon opkomt.

Hij voelt haar stralen door het raam naar binnen komen.

Hij zucht en voelt.

Hij is verbonden met de zon en haar stralen.

"Nee," zegt hij tegen zichzelf.

"Voor dit gevoel kan ik geen woorden vinden.

Dit is de aanraking van het universum zelf."

Hij staat op om zich, telkens als de zon tevoorschijn komt, te voeden met haar stralen.

In de avond zoekt hij de maan en de sterren op.

Hij voelt de planeten en hij voelt hun oneindigheid, die ook in hem aanwezig is.

En zonder er woorden aan te geven geniet hij van het één zijn met alles.

Hij is een sterrenkind.

 

En samen is alles één.