Een vrouw staat voor haar deur en steekt de sleutel in het slot.
Vermoeid draait ze de sleutel om en doet de deur open.
Ze loopt naar binnen en sluit de deur weer achter zich.
Dan zakt ze door haar knieën en laat zich vallen op de plavuizen in de hal.
Met gierende uithalen huilt ze dikke tranen.
Ze heeft haar hand voor haar mond geslagen om het geluid van haar huilen te dempen, want ze schaamt zich voor haar verdriet.
Als ze na een paar minuten is uitgehuild, staat ze op en loopt de trap op naar boven.
Haar bed, dat op een zolderkamer staat, ligt er nog onopgemaakt bij en de vrouw laat zich erop vallen.
“Wat moet ik doen? Waarom is mij dit overkomen?”
Ze wist het niet en had er geen erg in gehad.
Nee, dat is niet waar.
Ze wilde het niet zien.
En nu heeft ze een schuld die haar haar hele leven zal blijven achtervolgen.
Dan vouwt de vrouw haar handen en begint te bidden.
“Lieve Vader,
waarom overkomt mij dit?
Heb ik al niet genoeg geleden?
Wilt U mij laten zien wat er fout is gegaan en waarom ik nu in de problemen zit?”
De vrouw veegt de tranen van haar wangen, snuit haar neus en doet haar ogen dicht.
Ze is moe.
Het is een te lange dag geweest.
Ze is naar de bank geweest en heeft de controle over haar geld verloren.
Ze zal nu weekgeld krijgen en de schuld zal haar jaren achtervolgen.
De vrouw komt langzaam tot rust en voelt dat de slaap haar inhaalt.
Langzaam valt ze in een diepe slaap.
Haar overleden man zit op het voeteneind en kijkt verdrietig op haar neer.
Dan kijkt hij naar de Engel die bij hem staat en zegt:
“Laat haar maar zien wat er fout is gegaan.
Ze moet dat inzicht krijgen, anders leert ze er niets van.
Dit is een belangrijke levensles.”
De Engel knikt.
Hij pakt haar astrale lichaam op en zegt:
“Ik breng haar straks terug.
Let goed op haar slapende lichaam.”
De man knikt en ziet hoe de Engel met zijn vrouw in zijn armen richting de Hemel vertrekt.
Het blijft een magisch gezicht om te zien hoe het beeld voor hem openbreekt en de Hemel daarachter verschijnt.
Nadat de Engel met het astrale lichaam van zijn vrouw vertrokken is, streelt hij haar zachte haren en zegt:
“Hopelijk ga je zien wat je kunt veranderen, mijn lief.”
De vrouw wordt wakker in één van de Hemelse sferen en kijkt verschrikt om zich heen.
“Waar ben ik?” vraagt ze aan de Engel die naast haar staat.
“Je bent even op bezoek in de Hemel, omdat ik je graag wil laten zien waar het mis is gegaan.
Het is een belangrijke les, maar ook heel begrijpelijk in jouw geval.
Kom, dan gaan we even naar dat gebouw.
Daar zal ik je laten zien hoe je tot dit probleem bent gekomen.”
De vrouw loopt naast de Engel mee naar een groot gebouw.
Het gebouw heeft grote ramen die glinsteren in de zon.
De hoge trappen en pilaren geven het een koninklijke uitstraling en de vrouw kijkt haar ogen uit.
Nadat ze de trappen hebben beklommen, doet een Gouden Engel de deur voor hen open en komen ze aan in een grote centrale hal.
Opnieuw kijkt de vrouw met verbazing om zich heen.
Aan weerszijden van de hal ziet ze marmeren zuilen die tot hoog in de lucht reiken.
Deze zuilen zijn zo hoog dat ze het einde ervan niet kan zien.
Er groeien verschillende kleuren rozen tegen de zuilen aan en de geur van de rozen is hemels.
Het plafond toont het heelal en ze ziet de sterren en planeten om elkaar heen draaien.
“Deze kant op,” zegt de Engel en wijst naar één van de vele deuren die zich in de hal bevinden.
De vrouw loopt achter de Engel aan, door één van de deuren een kamer binnen, en ziet een groot scherm tegen de muur staan.
Het lijkt op een televisie, maar dan anders.
“Ik wil je meenemen naar een tijd voordat je man stierf.”
Samen kijken ze naar het scherm.
Ze ziet zichzelf naast haar man in een gezellig restaurant zitten, waar ze oesters hebben besteld.
De vrouw glimlacht.
“Ja, dat deden we graag.”
Daarna ziet ze dat haar man sterft en dat zij alleen achterblijft.
Ze mist haar man.
“Kijk,” zegt de Engel.
“Hier gaat het fout.
Je hebt niet meer hetzelfde bedrag te besteden als toen je man nog leefde, maar je bleef wel op dezelfde manier leven.
Dat is wat je niet hebt ingezien.
Je man deed altijd de financiën en zijn inkomen werd daar grotendeels voor gebruikt.
Kijk eens wat je hier doet.”
De vrouw kijkt weer naar het scherm.
Ze ziet zichzelf naar mensen toegaan, omdat ze eenzaam is.
Ze wil onder de mensen zijn, maar doordat ze zich opdringt vallen er steeds meer mensen af.
Wanhopig probeert ze aardig, leuk en een vriendin te zijn, maar ondertussen claimt ze de ander.
Ze geeft al haar geld uit om mensen aan zich te binden, zodat ze haar maar leuk vinden.
Ze neemt hen mee uit eten en stuurt bloemen als iemand ziek of jarig is, maar het is te overdreven en ze krijgt nooit iets van hen terug.
“Ik wilde alleen maar aardig zijn,” zegt ze verdrietig.
“Dat is toch niet mijn fout?”
De Engel kijkt haar aan.
“Na de dood van je man ben je in een put van eenzaamheid gevallen en je hebt die put willen vullen met aandacht van anderen.
Je bent weggelopen voor je eigen verdriet en hebt zo geprobeerd je leven weer op te pakken.
Maar mensen voelen dat.”
De vrouw denkt na, maar ziet nog niet in dat ze zichzelf heeft weggegeven.
“Kijk,” zegt de Engel opnieuw.
“Hier ontmoet je deze vrouw.
Een bewuste vrouw, een aardige vrouw.
Je voelt je bij haar op je gemak en het zou zomaar een vriendin van je kunnen zijn.
Maar kijk eens wat er gebeurt waardoor alles uit balans raakt.”
De vrouw ziet zichzelf voor de deur staan en aanbellen.
De deur wordt geopend door de andere vrouw.
“Kijk eens naar wat je doet.”
Ze ziet dat ze zich klein en kwetsbaar maakt en te veel haar best doet om ervoor te zorgen dat de andere vrouw haar aardig vindt.
“Zie je wat je doet?”
De vrouw knikt.
“Je maakt jezelf onderdanig aan de ander.
Maar luister eens naar wat je zegt.”
De vrouw hoort haar eigen stem zeggen:
“Wat ben jij een mooi mens. Mag ik je een knuffel geven?”
“Kijk naar hoe die vrouw reageert.”
Ze ziet dat de andere vrouw bewust is en uit beleefdheid de knuffel in ontvangst neemt.
Deze vrouw ziet direct dat zij zichzelf niet is en een rol speelt.
Ze geeft zichzelf weg om gezien te worden.
“Waarom ben je niet gewoon jezelf?” vraagt de Engel.
“Waarom zet je dit masker op wanneer je mensen ontmoet?
Dit is toch niet wie je werkelijk bent?”
De vrouw kijkt verder.
Ze ziet hoe ze zich tijdens de volgende ontmoeting nog meer weggeeft.
Ze geeft bloemen, betaalt etentjes en stuurt lange appberichten.
Ze stalkt niet, maar ziet wel dat de vrouw haar op afstand houdt.
Niet om haar te pesten, maar uit zelfbescherming.
Dan ziet ze andere situaties met andere mensen waarbij ze hetzelfde gedrag vertoont.
Het geld raakt op en haar eigenwaarde verdwijnt.
Ze heeft er alles aan gedaan om maar niet aan het rouwproces te hoeven beginnen.
De Engel komt naar haar toe en zegt:
“Mijn lief kind, loop er nu niet langer voor weg en zie de patronen van het verdriet.
Leer van jezelf en ontdek wie je niet bent.
Rouw om je man.
Loop er niet meer voor weg en geniet van de kleine momenten.
Het is vervelend dat je nu weekgeld krijgt, maar accepteer het.
Maak het niet belangrijk.
Werk aan jezelf.
Dit is het moment.”
De vrouw ziet eindelijk dat ze voor haar verdriet is weggelopen.
Voor de eenzaamheid.
Voor die verscheurende pijn van het alleen zijn en het diepe gemis.
Met tranen in haar ogen kijkt ze naar het scherm waarop ze zichzelf ziet.
Ze glimlacht door haar tranen heen.
“Ja, het is nu tijd dat ik mijn rouwperiode onder ogen ga zien.
Maar niet alleen dat.
Ik moet ook afscheid nemen van de persoon die ik niet ben.”
De Engel slaat zijn armen om haar heen.
“Vertrouw op ons.
Wij helpen je.”
Opeens schrikt de vrouw wakker.
Ze kijkt op de klok.
Half vijf.
Ze blijft nog even liggen en staart naar het plafond.
“Ja, vanaf vandaag ga ik mezelf niet meer weggeven.
Ik zal bewust alle stadia van het rouwen doorlopen.”
Opeens voelt ze de aanwezigheid van haar overleden man en glimlacht. Haar man ligt naast haar op bed en kijkt trots naar haar.
Eindelijk heeft ze haar levensles begrepen.
Ze is altijd al te goed geweest voor anderen.
Nu mag ze diezelfde liefde ook aan zichzelf geven.
Haar man geeft haar een zoen en streelt haar gezicht.
“Dag mijn lieverd.
Wij zien elkaar terug in jouw dromen.”
Hij verlaat de kamer en de vrouw huilt zachtjes.
Ze heeft hem gezien, maar ook gevoeld.
En ze mist hem nu al.
