De Aardmensjes

Mama, mag ik je vertellen wat ik heb gezien?

Ik ben opnieuw met mijn Engel verder de lichtwereld binnengegaan.

We kozen dit keer een andere weg en gingen samen op onderzoek uit.

Ik ontdekte dat een Engel meegroeit met het bewustzijn van de ziel van de mens — in dit geval dus met míj.

Dit vond ik ontzettend interessant.

Er zijn echt Engelen die naar de aarde zijn gegaan om te helpen.

In zekere zin kun je ze ‘gevallen Engelen’ noemen, haha.

Mama, ik ben zo blij dat jij dit opschrijft.

Engelen hebben dus een hiërarchie: van heel hoge Engelen tot Engelen die dichtbij de lagere bewustzijnslagen van de mens werken.

Iedereen heeft een Engel bij zich, zelfs de zielen die voor het eerst op aarde komen.

Ook de machtigste mensen — koningen en koninginnen — allemaal hebben ze een Engel bij zich.

Hoe bewuster je wordt, hoe verder je Engel met je meegroeit.

Hij wil net als jij terug naar de Schepper.

Hij is zich daarvan bewust, terwijl de mens dat op aarde vaak nog niet is.

Toch moet je als mens alle hindernissen en levenslessen zelf doorlopen.

De Engel probeert je daarbij te helpen.

 

We keken onze ogen uit. Het was zo mooi in deze sfeer.

Mijn Engel en ik liepen over een gouden weg die verder weg leidde van de gebouwen.

Het leek alsof we een soort park binnenliepen, maar later begreep ik dat deze hele sfeer er zo uitzag.

Overal zagen we bloemen in verschillende kleuren, prachtig geurende struiken vol grote bloemen en hier en daar enorme bomen.

Ik legde mijn handen tegen één van die bomen.

Er regende geen goudgele energie, wat normaal in een andere sfeer wel gebeurt.

Het was hier ook niet nodig, begreep ik, iedereen was hier al helemaal schoon. 

Toch voelde ik een liefdevolle energie van de boom, die me uitnodigde om tegen haar aan te gaan zitten.

Mijn Engel en ik accepteerden haar uitnodiging en gingen tegen de boom aanzitten.

We sloten onze ogen — en toen gebeurde het.

We werden meegenomen.

Haar energie trok ons de grond in en we zagen haar wortels, diep verankerd in de aarde.

We voelden hoe ze verbonden was met de grond.

We zakten verder en zagen verschillende sferen waar allerlei wezens ondergronds leefden.

Ik kon mijn ogen niet geloven.

We ontmoetten kleine mannetjes, bijna kale kabouters, klein van stuk, met grote ogen en grote oren, een klein neusje en een kleine mond.

Ze droegen kleding van een glanzende witte stof.

Ze hadden grappige, vriendelijke gezichtjes.

 

De sfeer waarin we terechtkwamen voelde zacht en uitnodigend.

Meteen kwamen ze naar ons toe, nieuwsgierig wie we waren.

Mijn Engel en ik gingen op de grond zitten en beantwoordden al hun vragen.

Ondanks dat ze geen haar hadden, zagen ze er schattig uit.

Ik vroeg wie ze waren.

Ze vertelden dat ze kleine mannetjes waren, familie van een soort kaboutervolk, maar zij leefden ondergronds.

Ze hadden geen eigen naam voor hun volk.

Doordat ze onder de lichtwereld woonden, was het een teken dat hun bewustzijn voldoende gegroeid was.

Ze woonden daar omdat ze graag hun verhaal wilden vertellen — en of ik hen daarmee zou willen helpen.

De oudste van de mannetjes kwam naar voren en begon:

“Onze familie is al heel oud.

We hebben altijd in verschillende werelden geleefd. De aarde was ook ons thuis.

Maar toen de sluiers zich sloten, moesten wij een keuze maken: meegaan met de aarde en ons bewustzijn verliezen, of — net als andere wezens — onze eigen sfeer afsluiten. Het was een moeilijke beslissing. Wij kozen voor het laatste.

We wonen onder de grond, maar omdat we in de aarde leven, was het moeilijk om een eigen sfeer te creëren.

Daarom vroegen we de feeën en de elfjes of we met hen mee mochten komen.

Zo ontsnapten wij aan de macht en het geweld van het aardse leven.

Maar net als op aarde gaan ook wij door verschillende levens heen.

Daarom hebben de Hoge Engelen voor ons een eigen sfeer gemaakt, waar we naartoe gaan wanneer we ons aardse leven verlaten.

Nu leven we hier.

 

Ook de feeën, elfjes en kabouters hebben hun eigen sfeer, dicht bij de aarde.

Maar als zij terugkeren, hebben ze — net als wij — hun eigen plek.

Deze wezens zijn tegelijk met de mens naar de aarde gekomen, via andere planeten en oude levensvormen van heel lang geleden.

Ze bestaan nog steeds, maar leven ver van de aardse sfeer vandaan.

Jullie kunnen hun wereld bezoeken — het is niet ver van hier.

Er is zoveel meer. Zoek, kijk en begrijp. Wij zijn allemaal met elkaar verbonden.”

 

Mama, ik was verbaasd.

Ik wilde nog veel meer vragen, maar de boom liet het niet toe.

Haar energie trok ons weer omhoog.

We openden onze ogen en keken elkaar lachend aan.

“Dankjewel, boom,” zei ik.

“Je hebt ons een nieuwe richting gegeven, iets waar we nieuwsgierig naar zijn.”

En zo zie je, mama: het antwoord komt vanzelf wanneer je het niet verwacht. 

Heb geduld — ook voor jou zal er een andere wereld opengaan.