Mama ik moet je namelijk iets vertellen.
Ik heb iets heel moois meegemaakt.
Ik ben nog altijd in mijn lichtsfeer, en hier is zóveel te beleven.
Naast een grote bibliotheek vol wijsheid worden hier ook feesten gehouden.
Ik zat op een bankje terwijl ik over het water keek.
Ik voelde de verschillende energieën van de vissen die voor me zwommen.
Ze straalden licht uit terwijl ze door het water gleden.
Het leek wel een lichtfeest van grote en kleine vissen, en ik kon zien hoe gelukkig ze waren.
Af en toe sprong er eentje boven het water uit, om even later weer sierlijk terug te duiken.
Ik zat er ontspannen naar te kijken toen mijn Engel naast me kwam zitten.
Even keken we samen naar het water.
Toen zei hij: “Jesse, ik wil je uitnodigen om met mij mee te gaan.
Er wordt hier een feest gehouden.
Niet zomaar een feest, maar een viering ter ere van nieuwe zielen die hier zijn aangekomen.
Jij bent één van hen. Ik wil je graag iets geven.”
Hij overhandigde me witte kleding, een broek en een tuniekachtig shirt.
Het leek op eenvoudige aardse kleding, maar dan veel mooier en lichter.
Ik trok het aan en meteen voelde ik iets wat ik nooit eerder had ervaren: veiligheid, liefde… alsof ik een warme deken om me heen sloeg.
Zelfs de schoenen die ik aantrok gaven een zachte, warme siddering door mijn lichaam.
Mijn Engel lachte.
“Deze kleding wordt speciaal voor jou gemaakt,” zei hij.
“Kleding die past bij jouw energie en laat zien wie jij werkelijk bent.”
Ik liep dichter naar het water en bekeek mijn weerspiegeling.
Ik herkende mezelf, maar mooier en ik voelde trots.
Het voelde goed om kleding te dragen die echt bij mij paste.
“Kom,” zei mijn Engel. “We gaan naar het feest.”
We wandelden over gouden paden.
Steeds meer mensen liepen in dezelfde richting, allemaal blij en vol verwachting.
Ik merkte dat we naar een deel van de sfeer gingen waar ik nog nooit was geweest.
In de verte zag ik grote paleizen opdoemen, die vanuit de bibliotheek niet zichtbaar waren geweest.
De weg ernaartoe was adembenemend mooi: gouden paden, kleurrijke bloemenperken, bruggetjes over zacht kabbelende stroompjes, bomen vol schitterende bloemen en bankjes in de schaduw.
Ik wilde sneller lopen om de paleizen beter te zien, maar mijn Engel zei lachend:
“Waarom zo’n haast, Jesse? Je hebt hier alle tijd. Geniet van de reis.
Alles wat je ziet is net zo belangrijk als waar we naartoe gaan.”
Hij had gelijk, en ik vertraagde mijn pas.
Onderweg zag ik gelukkige vlinders die niet alleen op bloemen neerstreken, maar ook op mensen — zelfs op mijn schouder en reisde een stukje met me mee.
Bijen en hommels zweefden vredig in het rond.
Veel insecten zijn hier niet, maar de soorten die er zijn, brengen schoonheid en harmonie mee.
Boven ons zongen vogels in schitterende kleuren die ik op aarde nog nooit gezien heb.
Merels en nachtegalen zaten hoog in de bomen en hun zang vulde mijn hart met iets dat ik alleen maar hemels kan noemen.
Op aarde had ik hier zo weinig aandacht voor gehad.
Hier kwam elk geluid direct bij je binnen.
Toen kwamen de paleizen in volle grootte in beeld.
Ze stonden in een kring rond een gigantisch plein met gouden keitjes.
Zeven paleizen telde ik, elk even indrukwekkend: hoge witte muren van parelmoerkleurig marmer, enorme kristallen ramen en gouden
daken vol torentjes.
Voor elk paleis leidde een trap van precies drieëndertig treden omhoog.
Tussen iedere paleis in liep een gouden weg die op dit gigantische plein uitkwam.
In het midden van het plein stond een fontein met dertien gouden Engelen die met hun armen zilverkleurig water omhoog lieten stromen.
De waterstralen ontmoetten elkaar in de lucht en vormden samen een lichtende bal die op de aarde leek.
Het was adembenemend.
Maar het werd druk op het plein, en mijn Engel nam me mee naar één van de paleizen waar nieuwe zielen op de trap stonden.
“Ga maar bij hen staan,” zei hij. “Ik wacht hier.
Dit is een bijzonder moment.”
Ik klom de trappen op en ging naast een jongen staan.
Zacht zei ik: “Hoi.”
Hij lachte breed, gaf me een hand en zei: “Ik ben Joel.
Wie ben jij?”
Ik schrok, want Joel is de naam van de kabouterjongen uit het boek dat jij, mama, aan het schrijven was.
Ik vertelde hem dat.
Hij lachte zacht en zei: “Toeval bestaat niet.
Ik bén die Joel over wie je moeder schreef.
Ik was geen kabouterjongen, maar een ziel die tussen de aardse en de hemelse sfeer in vastzat.
Ik gaf mijn verhaal door aan jouw moeder, zodat ik mijn weg naar het licht kon vinden.”
Hij vertelde hoe hij als kind nooit op aarde had kunnen aarden.
Hij leefde in herinneringen aan andere werelden en fantaseerde om het verdriet te verzachten.
Zijn fantasie had hem gered, maar ook gevangen gehouden.
Door jouw mam kon hij eindelijk naar de hemel worden opgehaald.
Ik luisterde verbaasd. Zijn ogen straalden.
“Je moeder heeft mij geholpen,” zei hij blij.
“Nu kan ik verder. En nu ontmoet ik haar zoon.”
Ik zei: “Misschien kunnen we ooit het verhaal samen afmaken.”
Hij knikte enthousiast.
Op dat moment vulde muziek van violen en harpen het plein.
De menigte vormde twee grote rijen en twee Meesters liepen ertussen door richting de trap.
Eén van hen herkende ik meteen, hij had mij begroet toen ik net was overgegaan.
Ze liepen één voor één langs alle nieuwkomers en begroetten hen.
Iedereen werd met evenveel liefde, licht en applaus ontvangen.
Ik zag dat bijna alle nieuwkomers jong waren.
Mijn Engel sprak telepathisch: “Jullie hebben allemaal het aardse leven vroeg verlaten.
Er is over jullie komst veel afgesproken.
Later vertel ik je meer hierover.”
Uiteindelijk waren alleen Joel en ik nog over.
De Meesters wensten hem licht en vreugde toe, en hij liep onder luid applaus de trap af.
Toen kwamen ze naar mij.
Ze glimlachten warm en stelden zich voor als Meester Sananda en Meester El Morya.
Ze vertelden dat ze jou kenden, mama, en dat ze regelmatig met jou samenwerken.
Ze zeiden dat mijn verblijf in de hemel een lange reis zal worden, en dat veel afhangt van jouw bewustzijn en de wegen die jij opent met je verhalen.
En toen zeiden ze iets dat mij diep raakte:
“Jij zult je moeder kunnen aanraken. Niet alleen in dromen, maar echt.
Op een dag zal zij je zien staan, zitten, liggen…
Ze zal zelfs je gekke gezichten kunnen zien.
Wanneer de tijd rijp is, zal jij zichtbaar worden voor haar.”
Mama, ik werd zó blij.
Ik bedankte de Meesters en liep onder luid applaus de trappen af.
Het muziek begon opnieuw en de menigte verspreidde zich langzaam uiteen.
Mijn Engel en ik gingen op de trappen zitten om even na te genieten.
Ik zei dat ik Joel had ontmoet.
Mijn Engel glimlachte: “Hij is speciaal, net als jij.
Jullie paden zijn met elkaar verweven.
Het verhaal dat jouw moeder schrijft, zal opnieuw geschreven worden — anders dan zij nu vermoedt.
Joel is onderdeel van een groter plan.”
Meer wilde hij niet zeggen.
We bleven nog even zitten, genoten van de sfeer en keerden toen terug.
Het was weer zo’n bijzonder moment dat ik met jou mocht delen.
Dank je wel, mama, dat je luistert.
