Mama, ik wil je vandaag iets bijzonders vertellen.
Mijn Engel is elke dag bij me, en we maken samen kleine uitstapjes.
Deze keer nam hij me opnieuw mee op verkenningstocht.
We wandelden richting iets wat hij het ‘Hemelse Koor’ noemde.
“Hemelse koren hebben twee betekenissen,” zei hij.
“Het zijn de verschillende groepen van hogere Engelen die dichter bij God staan.
Elke sfeer is een koor.
En daarnaast is er het koor van Engelen dat werkelijk zingt.”
Toen vroeg hij: “Jesse, heb jij wel eens Engelen horen zingen?”
Ik dacht na, maar kon me niets herinneren.
“Niet sinds ik hier ben,” zei ik.
Hij lachte. “Dan wordt het tijd.
Ik neem je er vandaag mee naartoe.”
We liepen verder, en ik merkte hoe blij hij was.
Hij had het koor gemist, omdat hij zolang aan mijn zijde was geweest.
Nu we terug waren in deze sfeer, kon hij niet wachten.
Hij vertelde dat alle sferen, zelfs de laagste en de donkerste, het gezang van de Engelen kunnen horen.
De drie hoogste koren zingen door de sferen heen.
“Zie het als een roep van de ziel,” zei hij.
“Hun gezang raakt het hart van iedereen die het hoort.
Wanneer de koren zingen, valt alles stil.
Iedereen luistert.
Niemand denkt dan nog aan zichzelf of aan anderen; het hart opent zich, en de ziel wordt aangeraakt."
Het koor waar wij naartoe gingen, was het laagste hemelse koor, maar het stond wel in het Hemelse Licht.
“Als zij zingen, klinkt hun lied door alle sferen heen, en de twee hogere koren
zingen met hen mee.
Stel je voor,” zei Engel, “dat drie koren samensmelten tot één klank van licht.
Zo prachtig is het.”
Hij vertelde dat dit gezang zielen aanmoedigt om opnieuw af te dalen naar de aarde
om te leren, te groeien, en levenslessen te ervaren.
“Het is een cadeautje van onze Schepper,” zei hij zacht.
“Wie dit hoort, zal huilen van geluk.”
Ik was zó nieuwsgierig en blij.
We liepen langs gouden paden en prachtige gebouwen.
Ik vroeg me af of de Engelen buiten zouden zingen of in een van die paleizen.
Mijn Engel schudde lachend zijn hoofd. “Nee, jongen, niet daar. Je zult verrast zijn.”
Het werd drukker op de paden.
Mensen, Engelen en wezens die mensachtig waren maar toch anders, liepen allemaal dezelfde kant op.
Op aarde zou ik ze buitenaards hebben genoemd, maar hier hoorden ze gewoon bij de mensensoorten die bestaan in de schepping.
Mijn Engel zei: “De mens op aarde is slechts één van de laagste mensensoorten.
Jullie stammen af van hogere, intelligentere vormen.
Het aardse ego kan dat niet bevatten.”
We liepen verder en kwamen aan bij grote heuvels midden in het landschap.
Overal, zo ver als ik kon kijken, zaten groepen mensen en Engelen op de heuvels.
Mijn hart bonsde van verwachting.
Wij gingen op een van de heuvels zitten.
Ik voelde de aardmannetjes onder ons rennen en vroeg of zij ook naar boven zouden komen.
Mijn Engel schudde zijn hoofd.
“Ze hoorden het wel, maar blijven in hun eigen laag.”
Het licht om ons heen begon te veranderen.
Het werd zachter, bijna een gouden kleur. Iedereen werd stil.
Toen hoorde ik heel in de verte de eerste klanken.
Ik deed mijn ogen dicht.
De eerste tonen waren zo zacht, zo fijn, dat ze als licht in mij binnenkwamen.
Mijn hart sloeg sneller, mijn ogen vulden zich met tranen.
Ik keek even naar mijn Engel.
Hij straalde nu als een gouden Lichtwezen.
Alle Engelen om ons heen leken te veranderen — ze werden licht, alsof ze in trance waren.
Het gezang kwam dichterbij.
De klank was zó zuiver dat het bijna pijn deed aan mijn oren.
Ik wilde mijn handen optillen, maar toen bewoog een Lichtwezen door de menigte en raakte me zacht aan.
De pijn verdween.
Ik sloot mijn ogen opnieuw en voelde hoe de klank door mijn lichaam ging.
Mijn ziel begon te draaien, te trillen, alsof iets ouds werd losgelaten.
Het Lichtwezen zei tegen me dat mijn astrale lichaam geactiveerd werd.
“Dit gebeurt maar één keer,” zei hij.
“De volgende keer merk je het niet meer.”
Toen vroeg hij me: “Doe je ogen open, jongen.
Waarom zou je zoiets wonderlijks alleen met gesloten ogen ervaren?”
Ik opende ze — en toen zag ik het.
In de lucht zweefde een reusachtige groep Engelen.
Hun goud-witte licht stroomde over het hele landschap.
Alle Engelen op de heuvels straalden hetzelfde licht terug.
Ze waren verbonden, elk licht met het koor in de lucht.
Mama…
Ik moest huilen.
Het was te mooi voor woorden.
En toen begon ook het gezang van de hogere koren.
Het was zacht, lief, groot, zuiver — alsof liefde zelf zong.
Ik hoorde instrumenten, stemmen, klanken die ik niet kan beschrijven.
Ik voelde hoe God door het gezang heen aanwezig was.
Mijn ziel herkende Hem in de muziek.
Het voelde alsof mijn hart openbrak en gevuld werd met een onmeetbare liefde.
Ik weet niet hoe lang het duurde — misschien uren, misschien dagen in aardse
tijd.
Ik was één met het licht.
Toen het gezang stopte, vervaagden de lichtwezens langzaam.
De Engelen werden weer zoals voorheen, het licht werd weer helder.
Mijn Engel en ik hadden tranen in onze ogen.
Zelfs hij had dit nog nooit zo gezien.
Hij zei dat doordat wij zoveel zwaarte hadden losgelaten, ik nu in deze lichte sfeer mocht zijn en dit was ons cadeautje, voor mij én voor jou.
Iedereen vertrok weer, en wij bleven nog even op de heuvel in de stilte.
Toen verscheen het Lichtwezen dat mij eerder had aangeraakt.
Voor onze ogen veranderde het in een enorme prachtige Engel, groter dan ik ooit heb gezien.
Zijn vleugels reikten metershoog.
Zijn gezicht was vriendelijk, zijn haren zilver.
Hij bukte zich, legde zijn hand op mijn hoofd, en ik voelde een stroom van pure energie door me heen gaan.
Zijn liefde was voelbaar — warm, herkenbaar, bijna vaderlijk.
Hij zei dat we elkaar vaker zouden zien.
Hij veranderde weer in licht en zei: “Doe je moeder de groeten. Ze kent me wel.”
En toen was hij verdwenen.
Mijn Engel en ik lachten naar elkaar, vol geluk en energie.
Dit was een geschenk.
Een herinnering.
Een uitnodiging om verder te groeien.
Mama… Vertel dit aan de mensen die ervoor openstaan.
Misschien raakt het hun hart net zoals het de mijne raakte.
En misschien helpt het iemand die nog pijn draagt, om iets los te laten.
Tot morgen, mama.
