Tunnel van Levens

Mijn Engel tikte in de lucht.

Er opende zich een tunnel van licht, en samen stapten we naar binnen.

Het was vreemd om daar doorheen te lopen.
Alles zag er zó prachtig uit.
De energie was hoog, en de liefde hing voelbaar in de lucht.

Mijn hart begon sneller te kloppen—het hart dat zo naar God verlangde.

Door het licht heen zagen we beelden voorbij glijden.

Ik vroeg mijn Engel wat die beelden betekenden.

Hij keek me aan en zei dat het herinneringen waren aan levens die ik eerder had geleefd.

Dit was mijn verleden, mama… maar het voelde zó echt.

Mijn Engel bleef staan en raakte met zijn vinger een beeld aan dat naar voren kwam.

Ik zag een oude man op het gras liggen.

Zijn lange haar was aan beide kanten in vlechten gedraaid.

In de verte woedde een gevecht, en ik voelde dat ik op een bijzondere manier met hem verbonden was.

Hij was gewond, bloedde hevig, en zijn dood was nabij.

Toch keek hij me recht in de ogen aan.
Ik begreep het niet—hoe kon deze man mij zien?

Hij strekte zijn hand naar mij uit.

Ik pakte die, en op dat moment voelde ik zijn ziel door mijn arm heen naar mijn hart glijden.

 

Mijn Engel sloot het beeld, en ik keek hem vragend aan.
“Wat je zojuist zag,” zei hij zacht, “is dat de man via jou is overgegaan.

Jij hebt hem in je hart opgenomen omdat hij een deel van jou is.

Jij was hem, in een ander leven.

Nu jullie weer verbonden zijn, kun je begrijpen welke levenslessen hij niet heeft afgemaakt.

Hij leefde lang vóór jouw huidige leven, maar hij heeft weinig opgeruimd.

Hij streed enkel voor wat hij dacht dat goed was.

Zijn ziel keerde terug naar de hemel… en later ben jij met dezelfde ziel teruggekomen naar de aarde, met dezelfde lessen.”

 

We gingen verder. Mijn Engel tikte op een nieuw fragment uit dat leven.
Ik zag dezelfde man—een Viking.

Hij roofde, plunderde en doodde.

Hij nam wat hij wilde en liet het vallen als oud vuil.

Toen zag ik iets dat mijn hart ineens brak: een klein meisje spelend op het strand.

Ik voelde zijn liefde voor haar… en ik wist meteen: jij was dat meisje, mama.

De man was woest en stoer, maar zijn liefde voor jou was teder.

Het beeld verschoof. Een groep barbaren viel zijn dorp binnen.

Overal brak strijd uit.

Mensen vluchtten met boten de zee op.

De Viking zocht naar zijn dochter, maar hij vond haar nergens.

Hij moest kiezen: vluchten of sterven.

Hij koos voor het eerste, maar met tranen in zijn ogen zag hij hoe zijn dochtertje het strand op rende en door een barbaar werd ingehaald.

Hij kon niets anders doen dan toekijken.

Vanaf dat moment brak hij.

Hij doodde iedereen die hij tegenkwam en verloor alle liefde.

Na zijn dood, het moment dat we eerder zagen, stond ook zijn dochter hem op te wachten.

Zij toonde hém zijn levens.

 

Mensen hebben vele levens nodig om naar een hoger bewustzijn te groeien.

Alles moet ervaren worden, ook strijd—hoe zwaar het soms ook lijkt.

De man die ik ooit was, droeg woede, maar ook liefde.

Toen ik deze beelden zag, voelde ik dat ik in dit leven dezelfde keuze heb gemaakt als hij.

Hij koos voor zijn eigen leven boven dat van zijn dochter.

En in dit leven koos ik voor de dood boven het leven… boven jou.

Mama, ik bevind me nu in een tunnel van levens.
Ze laten me zien wie ik ben geweest, wat ik heb geleerd en wat ik nog niet kon.

Het is ongelooflijk hoeveel levens je nodig hebt om uit de aardse dualiteit te komen.

Toch zie ik een duidelijke lijn: ik ben bijna altijd man geweest, of een baby die veel te vroeg stierf.

De mannen vochten.

Altijd Romeinen, soldaten en Vikingen.
Soms leefde ik in Europa, soms in het gebied dat later Amerika werd, maar dan als kind dat jong stierf.
Altijd strijd—met zwaard, speer, pijl en boog, later met geweren.

 

Mijn laatste leven was als soldaat in de Eerste Wereldoorlog.
Ik voelde de zinloosheid van het doden.
Ik doorzag de wereld van macht, strijd en ongelijkheid.

Ik wilde niet meer vechten.

Ik distantieerde me van de haat en armoede om me heen.

Dat bewustzijn was een grote stap.

Het was de eerste keer dat ik het fysieke vechten werkelijk achter me kon laten.

Toen ik mijn huidige leven terugzag, zag ik wat ik voor mijn geboorte had gekozen.
Ik was voorbij het fysieke strijden, en daarom koos ik voor een leven waarin het gevecht naar binnen zou keren.

Geen vijand buiten mij, maar ik tegen mijzelf.

De herinneringen aan al mijn andere levens kwamen naar boven via mijn fantasie en films die me raakten.

De laatste weken was het gevecht in mij heviger dan ooit.

En toch, mama… jij was altijd mijn licht.
Bij jou voelde ik mij thuis.
Maar deze weg moest ik lopen.
Hij was gekozen, afgesproken.
Niets is zonder reden.
Mijn leven, en ook het einde ervan, waren bedoeld om jou én mij naar een nieuwe weg te brengen: de weg van het hart, naar het leven achter het hart, naar God.

 

Het was indrukwekkend om mezelf in zoveel verschillende gedaanten te zien.

Ik mocht zelfs nog meer levens zien—levens waarin ik iets leerde of afleerde.

Levens waarin ik bewust werd van mijn daden, of van wat anderen mij aandeden.

Het aardse bestaan is één grote leerschool, en elke keer leer je een ander stukje.

Maar de aarde is niet de enige leerschool.
Er zijn planeten die op de aarde lijken, waar zielen eveneens verblijven.
Onze fantasie komt daarvandaan.
Wij denken dat fantasie verzonnen is, maar dat is het niet.

Fantasie is herinnering—aan ervaringen op aarde, of op een andere wereld.

Mijn Engel vertelde me dat God de grote Ontwerper is, maar dat wij creatoren in het klein zijn.

We creëren werelden zoals we ze wensen.

Als iemand een film maakt, put hij uit herinneringen die nog openstaan.

Een stukje uit de ene wereld, een stukje uit een andere.

Zelfs de donkerste lagen van de aarde bestaan in herinnering nog steeds, ook al zijn ze opgelost.
The Lord of the Rings, zei mijn Engel, is een herinnering aan een wereld die werkelijk heeft bestaan.

De werelden leefden naast elkaar, zonder sluier ertussen.

De verhalen van toen komen nu naar boven, om ons te tonen wat ooit was—en wat wij kunnen terugvinden.

Ze wekken in ons de vonk om te herkennen wat goed was, en wat niet.

Zoals mijn Engel al zei: “Het duister is verdwenen; op aarde is het niet langer te vinden.”
Dat is een goed teken, maar er bestaan nog steeds werelden waar schaduwrijke rijken aanwezig zijn.

Ook die verlangen ernaar om terug te keren naar het licht.

Ik heb daar levens van mezelf gezien.
Ook dáár streed ik, als man, voor vrijheid.

De draken die je in films ziet, bestaan ook in die werelden.

Het zijn enorme energie-zuigers, krachtige wezens die zich voeden in de donkere gebieden.

Maar ook zij transformeren.

Er bestaan werelden waar deze draken precies het tegenovergestelde zijn van wat ze ooit in het duister waren, lichtwezens die een hemelse kracht uitstralen.

Je schreef zelf al eens over hun transformatie — en ik heb gezien dat dit klopt.

Zo zie je dat van ieder wezen, of het nu mens, draak of ondergronds wezen is, een wereld bestaat waarin het de Goddelijke energie draagt.

En tussen de lichtwerelden en het duister liggen talloze andere rijken waarin ze leven en zich verder ontwikkelen.

Net als mensen hebben ook zij hun eigen levenslessen om terug te keren naar God, om dualiteit en tegenstellingen achter zich te laten.

 

Ik heb zelf barbaarse levens geleefd, en op een bepaald moment komt de tijd om verder te gaan.

Ik heb die overgangen gezien, en ze zijn prachtig wanneer je de juiste weg hebt gevonden.

Er blijken meerdere paden naar de hemel te leiden — verschillende deuren — en het hangt helemaal af van hoe je het aardse leven verlaat.

Wanneer iemand ziek is, wordt de overgang geleid door gidsen en lichtwezens.
Oh mama, het is zó mooi.
Ik vertel je graag meer.

Ik heb een leven gezien waarin ik ziek was.

Ik heb nog nooit zoveel lichtwezens bij elkaar gezien; ze staan zó dichtbij.

Van hieruit zie je veel meer dan ik, liggend in dat bed.

Ze bereiden de overgang voor. Ik wist dat niet… jij wel?

Ze wijken niet van je zijde.
Ze helpen om elke zwaarte los te laten.
Zelfs op het ziekbed vindt al een kleine transformatie plaats.

Veel mensen zien, vlak voor de laatste uren, wat ze anders hadden kunnen doen.

Dat wordt hen getoond.

Ze voelen de pijn die ze een ander hebben aangedaan, en krijgen daardoor de kans om in te zien, te begrijpen, en zelfs nog in dit leven om vergeving te vragen.

Het bewustzijn verandert in die laatste uren, omdat steeds meer aardse zwaarte oplost.

Maar wanneer er nog boosheid of onverwerkt verdriet aanwezig is, kleurt dat de sfeer van het sterven.

Daarom hebben veel mensen berouw op hun sterfbed: ze zien ineens helder wat ze eerder niet konden zien.

Na de overgang worden die beelden opnieuw getoond — maar dan is het ego weg, en wordt loslaten veel gemakkelijker.

Het overgaan zelf wordt geleid door lichtwezens, gidsen en overleden familieleden.

Hun taak is om de ziel naar het eerste hemelse licht te brengen.

Daarna nemen de lichtwezens het over.

Vaak moet een ziel dan rusten, na zo’n zware en leerzame reis — of die reis nu op aarde of in een andere wereld heeft plaatsgevonden.

Er zijn meerdere deuren die via deze aardse lijn teruggaan.
Ik heb al verteld hoe het is wanneer iemand ziek wordt, weet dat zijn einde nadert en zich voorbereidt op het loslaten.

Maar er bestaat ook een weg voor zielen die plotseling uit het leven worden gehaald — door een ongeluk, of door een onverwacht falen van het hart of het brein.

Ik heb een van die levens van mezelf gezien.

Na zo’n plotseling heengaan komt de ziel eerst terecht in een wereld tussen hemel en aarde.

Dat is de plek waar je het besef krijgt dat je niet langer in het aardse lichaam bent.

Je kunt je eigen lichaam zien liggen en voelt dat er geen verbinding meer is.

Vanaf dat moment bepaalt de ziel zelf wat zij wil ervaren.

Sommigen blijven nog even in deze tussensfeer, anderen verlangen meteen naar “thuis”.

Voor velen is dat verlangen zo groot dat het hemelse licht begint te schijnen: lichtwezens dalen af en komen de ziel ophalen.

 

Het is een mooie ervaring.

In die tussentijd heb je de vrijheid om te gaan waar je wilt, net als ik in het begin.

Alleen was ik al door mijn Engel naar de hemel gebracht voor de verbinding.

Daarna reis je naar de mensen die je nog wilt zien.

Je woont je eigen crematie of begrafenis bij, net als iedere andere ziel, omdat je op dat moment nog verbonden bent met het aardse lichaam.

Helaas zijn er ook zielen die hun aardse dood niet kunnen accepteren.
Sommigen verlangen niet naar huis terug, anderen hebben tijdens hun aardse leven nooit in een hemel geloofd.

Er zijn ook zielen die juist nog iets willen opruimen: oude pijn, onverwerkt verdriet, of iets wat ze graag loslaten voordat ze terugkeren.

In deze tussensfeer kan dat allemaal getransformeerd worden.

Door op te ruimen kan de ziel met minder zwaarte terugkeren.

Velen maken daarvan gebruik.

Maar sommige zielen geloven niet in het licht, of weigeren te erkennen dat ze zijn overleden.

Zij ruimen niets op en blijven zich vastklampen aan het aardse lichaam.

Zodra dat lichaam begraven is, keren ze er telkens naar terug, totdat het volledig is vergaan.

In die periode wordt de verbinding steeds lichter.

Ze kunnen nog een paar keer terugkeren, maar ze zien of erkennen het licht niet, omdat ze er niet in geloven en de liefde niet voelen.

Dit hoort allemaal bij de ervaring die de ziel heeft uitgekozen.

Uiteindelijk worden ook deze zielen opgehaald.

Andere zielen die wél in het licht leven dalen af naar deze sfeer, altijd samen met lichtwezens.

Ze nemen de verdwaalde ziel heel snel mee, zo snel dat er geen tijd is om tegen te stribbelen.

Daarna mag ook deze ziel haar aardse lessen bekijken en haar levens overzien.

Soms gebeurt het zelfs dat iemand die nog op aarde leeft zo’n ziel aanvoelt en haar naar het licht wijst.

Wanneer dat gebeurt, is de ziel intens blij.

Er is nog één laatste deur naar het licht, mama.
De deur die ik ben doorgegaan.

Ik weet dat dit een moeilijk onderwerp is, omdat zelfdoding in het aardse leven omgeven is door taboe en schaamte.

Er hangt angst omheen, maar er schuilt ook een enorme kracht achter.

Zelfdoding van het lichaam komt al eeuwen voor; het is iets dat in verschillende tijden en culturen deel uitmaakte van het menselijk bestaan.

Het hoorde op een bepaalde manier bij de ervaring van de ziel.

In vroegere samenlevingen stond de dood dichter bij het dagelijks leven.

Mensen leefden korter, en zelfdoding kon soms gezien worden als een gevolg van schande of eerverlies.

Later kreeg de kerk daar weer haar eigen betekenis aan, met het idee dat wie zichzelf van het leven berooft naar de hel zou gaan.


Sommige mediums schreven vervolgens dat iemand tot het moment van zijn ‘oorspronkelijke dood’ aan het lichaam verbonden zou blijven.

Dat het koord tussen lichaam en astrale vorm niet zou verbreken tot dat moment dat hun werkelijke tijd was. Maar dat klopt niet.

Zelfdoding wordt niet bepaald door het hoofd alleen.

Het menselijke instinct is er volledig op gericht om te overleven.

Die drang zit zo diep in ons bestaan verankerd, dat het hoofd nooit zomaar de macht heeft om dat instinct te doorbreken.

Als dit niet zo was, zouden mensen in momenten van wanhoop direct het aardse leven verlaten.

Nee mama, wat ik heb gezien is anders.

De ziel speelt een rol in dit proces.

De ziel kan signalen sturen wanneer een leven te zwaar wordt, en dan begint het innerlijke gevecht tussen ziel en geest — wie leidt, wie luistert, wie probeert te blijven.

Dat gevecht zelf kan zelfs deel uitmaken van wat de ziel vooraf heeft willen ervaren: het worstelen tot het uiterste.
Op het laatste moment, wanneer een keuze zich aandient, is er een punt van overgave.

Een moment van berusting.

Als de ziel kiest om terug te keren naar het licht, dan gebeurt dat.

Dat is geen beslissing die door het hoofd alleen wordt gemaakt, noch iets dat altijd tegen te houden is.

 

Wie door zelfdoding overlijdt, wordt in liefde ontvangen.

Zij worden begeleid door lichtwezens en gidsen, omdat ze een grens hebben overschreden die voor de ziel een bijzonder zware ervaring is.

Deze overgang vraagt zorg.

Ze hebben immers de donkerste lagen van hun eigen bestaan doorlopen — zo diep dat er geen dieper meer leek te zijn.

Dat is iets wat iedere ziel, op een bepaald moment in haar vele ervaringen, kan tegenkomen.

De hel die iemand op aarde kan voelen, ontstaat uit innerlijke pijn.

De weg terug begint bij overgave — aan liefde, aan mildheid, aan een ander perspectief.

 

Soms betekent die overgave dat iemand ondanks alles kiest om te blijven.

Soms betekent het dat iemand zijn leven beëindigt.

En soms verandert er op het randje iets in het leven waardoor een nieuwe verbinding ontstaat.

We denken vaak dat we keuzes hebben, maar veel van wat we meemaken lijkt al van tevoren in ons levensverhaal te liggen.

Alsof we een rol spelen in een film waarvan het script vóór onze komst naar de aarde is geschreven.

Vanuit de hemel lijkt een moeilijke rol snel gekozen, maar op aarde voelt het gewicht ervan anders — rauwer, zwaarder, echter.

 

Maar laat me terugkeren naar dit onderwerp, mama.
Niemand blijft vastzitten aan een lichaam tot een zogenoemd ‘oorspronkelijk sterfmoment’.

Dat moment bestaat niet.

Het leven eindigt wanneer het eindigt, en dat valt samen met wat de ziel in de diepte van haar bestaan al wist.

Wie sterft door zelfdoding, wordt niet veroordeeld.

Ze worden opgevangen, verzorgd en omringd door liefde, juist omdat ze een van de zwaarste aardse ervaringen hebben doorlopen.

Hoe zwaarder die ervaring, hoe groter de liefde die hen in het licht ontvangt.

Mama, ik heb een van de moeilijkste levens op aarde geleefd.

Ik ben vanuit het aardse teruggekeerd naar het licht.

Het licht ís liefde, en het omringt me volledig.

Dit was wat mijn ziel wilde ervaren. Het was klaar om thuis te komen.

Ik ben vaak bij je, mama. En ik hou zielsveel van je.

 

Mijn Engel en ik waren klaar in de tunnel van levens, en natuurlijk had ik ze allemaal gezien.
Maar als ik over al die levens iets zou moeten vertellen, dan werd het een heel boek op zichzelf.

We verlieten de tunnel en stapten een nieuwe sfeer binnen — een sfeer vol liefde, licht en een overweldigende schoonheid.
Verwonderd keek ik om me heen.

Ik zag mensen lopen in prachtige gewaden, het ene nog mooier dan het andere.
Mijn Engel stopte even en keek rustig om zich heen.

“Deze sfeer hoort op dit moment bij jouw ziel,” zei hij.

Ik keek weer rond. Alles was groen en helder.

Over het landschap liepen gouden paden waar de mensen zachtjes overheen bewogen.
Hier en daar stond een hoge boom, en niet ver van ons lag een vijver waarin zwanen vredig rondzwierven.

En overal zag ik blije, liefdevolle mensen.

Hier woonde niemand apart of gescheiden van elkaar.
Hier waren ze één.

“Kom,” zei mijn Engel. “Hier is het rustig.

Je kunt eerst wennen aan de energie van deze sfeer.”

Mam, ik voelde de liefde overal.
Ze was zacht, bijna tastbaar.
In mij kwam een vrijheid omhoog die ik nog nooit zo diep had ervaren.

Ik wilde deze sfeer verkennen. Ik wilde alles zien.
En ergens, zo voelde ik, moest er iets zijn dat mij naar een nog hoger bewustzijn zou brengen.

Ik vroeg mijn Engel welke richting ik op moest gaan om dat hogere bewustzijn te vinden, maar hij schudde glimlachend zijn hoofd.

“Dat is hier niet, mijn jongen.

Het bewustzijn waar jij aan denkt, is in deze sfeer niet aanwezig.
Hier werkt het anders.”

Je kent me, mama — ik wilde natuurlijk weten hóé het dan werkte.

“Kom,” zei hij, en samen liepen we verder.

 

We stapten op één van de gouden paden en meteen voelde ik hoe ik ermee verbonden raakte.
“Voel, mijn kind,” zei hij. En ik voelde.
Een krachtige, warme energie stroomde door me heen.
Mijn hart begon te bonzen en tranen sprongen in mijn ogen.

Zo dicht bij God had ik me nog nooit gevoeld, ook al wist ik nog niet werkelijk wie of wat God was.
Ja, een grote Creator… maar Zijn energie voelde ik nu zo sterk.

“Jesse,” zei mijn Engel zacht, “ik moet je iets vertellen.
Ik heb je naar deze sfeer gebracht omdat dit de plek is waar jij op dit moment thuishoort.
Vanaf hier mag jij op reis.”

Hij keek me liefdevol aan. “Je zit niet vast aan één sfeer.
Als ziel mag je overal naartoe.
Je mag de sferen verkennen, de werelden rondom de aarde binnenwandelen, of terugkeren naar de aarde om gids te worden van iemand met wie je je verbonden voelt.
Maar er zijn ook andere sferen, die horen bij hoogbewuste wezens die jullie als mens nog nooit hebben gezien.
Die werelden zijn niet te bereiken.”

“Waarom niet?” vroeg ik.

“Omdat hun zielencyclus totaal anders is dan die van de mens.”

“Hoeveel levensvormen zijn er dan?” vroeg ik verbaasd.

Hij lachte en zijn gezicht straalde.

“Oh jongen… Gods schepping is oneindig.
Hij creëert en creëert, en zo ontstaan zovele zielen.

De mensachtige is er slechts één van.
De mens heeft zijn eigen hemelse sferen.
Andere levensvormen die ooit samen met de mens leefden, horen bij diezelfde sfeer.
Jullie ontmoeten elkaar hier weer.
Misschien moet ik het anders uitleggen.”

Hij wees omhoog, alsof hij door de hemel heen keek.

“De aarde leeft in het universum, omringd door sterren, andere planeten en zonnen.
Jullie noemen jullie sterrenstelsel ‘De Melkweg’.
Maar van zulke sterrenstelsels zijn er miljoenen.
En ieder sterrenstelsel kent zijn eigen levensvormen.”

 

Hij glimlachte opnieuw.

“De aarde heeft de aardbewoners, de elfen, de feeën, de draken en alle wezens die jullie als ziel uit jullie oerherinnering kennen.
Die bewoners en hun sferen horen samen.
Een andere planeet of ster heeft óók zijn eigen wezens en zijn eigen hemelse sfeer.
Zo kent de hemel vele sferen, met talloze wezens.”

Hij keek me aan.
“Begrijp je het nog, mama?” dacht ik in stilte.

Uit elke Melkweg, uit elk sterrenstelsel, komen zielen die er anders uitzien dan de mens.
De zielen die wél met de mens verbonden zijn — dát zijn de werelden die wij vanuit de hemelse sferen kunnen bezoeken.

Mam, het is zo groots. Mijn hoofd tolde ervan.
Hoe onmetelijk moet de hemel wel niet zijn?

Als je van sfeer naar sfeer kunt wandelen, zou je verdwalen in de eindeloosheid.
Mijn Engel zei dat zelfs alleen de sferen die voor de mens bereikbaar zijn al een reis vormen die vele aardse jaren zou duren — en dat ik nooit alles zou kunnen zien, zelfs als ik dat zou willen.

 

Maar ik wil het wel.
Ik wil de werelden zien waar de mens mag komen.
Ik wil zien wat God heeft gecreëerd voor ons.

Mijn Engel lachte lief. “Dat hebben we je toch verteld?

Jij mag de werelden rondom de mens verkennen.
De aardse wereld is verbonden met zoveel prachtige sferen.
Als de mens bewuster zou worden, zouden ze met eigen ogen zien waarmee ze verbonden zijn.
Maar door het opschrijven en het verkennen van deze werelden, zal er in het hart van de mens iets opengaan.
Een heimwee, een verlangen. Een verruiming van de geest.”

Hij legde een hand op mijn schouder.

“Kinderen zullen deze werelden herkennen, omdat het voor hen nog niet zo lang geleden is dat zij daar zelf hebben gelopen.
Jesse, het is tijd dat deze liefdevolle werelden bezocht en gedeeld worden.
Er is veel over geschreven, maar vaak maar over één wereld.
Jij mag ze allemaal verkennen. Je zult reizen en ontdekken.
Voor jou zal het voelen als thuiskomen, maar voor de lezers zal het een nieuw begin zijn.”

Hij keek me aan met een liefde die alles omvatte.

“Lieve Jesse… we gaan op reis. We gaan de werelden verkennen. En ik zal bij je zijn.”