We waren teruggekeerd naar Zomerland.
De Engel van Zomerland zei: “Ik zal jullie nu een ander deel van Zomerland laten zien.”
We vertrokken opnieuw en liepen door de zachte energie heen, tot we aankwamen in een sfeer die nog zachter en tederder voelde dan die van de baby’s.
“We zijn nu in een sfeer waar kinderen komen die tijdens hun aardse leven een beperking hebben gehad en waarbij de levensverwachting vaak laag was.”
Mama, ik voelde hier zóveel liefde, meer dan waar ik de eerder was geweest.
De Engel van Zomerland glimlachte.
“Wat je voelt is niet méér liefde.
In Zomerland is alle liefde gelijk.
Maar deze kinderen hebben een warmere bescherming nodig, daarom voelt het anders.”
Ik keek om me heen.
Ik zag een sfeer waar kinderen binnenkwamen.
Ze werden gedragen, want de meesten waren in het aardse leven bedlegerig geweest.
Ze keken verwonderd om zich heen.
“Hebben ze hier nog steeds dezelfde beperkingen?” vroeg ik.
De Engel schudde haar hoofd. “Nee. Hier zijn ze vrij.”
Ik zag hoe kinderen op wolken lagen die zachtjes heen en weer bewogen terwijl ze bijkwamen van hun aardse reis. Ze fantaseerden er op los.
Ze lagen op de wolken en creëerden, puur met hun gedachten, vogels, vlinders, regenbogen, regen, echt alles wat ze leuk vonden en wat in deze wereld paste.
De kinderen waren hier nog maar net aangekomen.
Vaak was alleen hun lichaam beperkt geweest; hun geest was meestal helder geweest.
Ze wisten hoe het voelde om gevangen te zitten in hun eigen lichaam.
Ze konden nauwelijks bewegen, niet kunnen praten en waren volledig afhankelijk van anderen.
Nu was dat niet meer.
Het was ontroerend om te zien hoe ze voorzichtig van hun wolk afstapten.
Een Engel was altijd bij hen en hielp hen.
Ze voelden hoe het was om een astrale lichaam te hebben zonder grenzen.
Ze konden bewegen, rennen, praten, dingen oppakken… Ze waren vrij.
Zó vrij dat ze het uitschreeuwden van plezier.
Andere kinderen die al verder waren, kwamen naar hen toe.
Ze vertelden hen wat ze allemaal konden doen, waardoor de rustperiode korter werd en de kinderen sneller konden aansluiten bij de school in het deel van Zomerland dat we eerder zagen.
Deze sfeer is alleen voor kinderen.
Baby’s met beperkingen komen in een andere sfeer terecht.
Hier gaat het echt om kinderen die fysiek beperkt waren geweest.
Ik keek opnieuw rond.
Het was prachtig om te zien hoe blij ze waren.
Je staat er op aarde niet bij stil hoe zwaar het moet zijn om zo beperkt te leven.
Gevangen, maar toch niet helemaal, want het hoort bij de zielservaring.
Hoe vreemd het ook klinkt, bij deze ervaring hoort een belangrijke les: overgave.
Die hebben ze allemaal doorleefd.
Wanneer ze hier aankomen, laten ze hun fysieke lichaam volledig achter.
Omdat ze zo beperkt waren, krijgen ze in deze sfeer de tijd om te wennen aan het
Astrale leven.
We gingen verder naar een sfeer waar kinderen komen met hersenbeschadigingen of gehandicapt waren zónder een grote levensverwachting.
Ook hier lagen kinderen in kleine bedjes zachtjes te rusten.
Ze hadden tijd nodig om te schakelen; het leven op aarde was totaal anders geweest.
De overgang hierheen is groot.
Daarom laten de Engelen hen stapje voor stapje wennen aan het bewustzijn van deze wereld.
Ze nemen hen mee om te wandelen, laten hen bloemen zien, kleine mooie dingen, zonder hen te overprikkelen.
Toen ze verder gewend waren, gingen we naar de volgende sfeer.
De kinderen speelden er samen, maakten spelletjes, leerden nieuwe dingen van elkaar.
Ze waren nieuwsgierig, wilden ontdekken en creëren.
Daarna gingen we naar een sfeer die leek op het grote Zomerland, de plaats waar ze uiteindelijk allemaal naartoe gaan.
Hier zag ik geen groot verschil meer: ze speelden, renden, creëerden regen en wolken die met hen meebewogen, bliksem die naast hen neersloeg en daarna weer verdween.
Alles wat niet bij deze sfeer hoorde, kon maar even bestaan en loste dan vanzelf op.
De Engelen bereidden de kinderen voor.
Ze maakten kleine uitstapjes naar het grote Zomerland, om te verkennen.
En zodra ze helemaal klaar waren, gingen ze samen, in één grote vrolijke groep, naar het grote Zomerland.
De Engel van Zomerland keek naar ons en zei: “Tot hier is het voor deze kinderen vrij eenvoudig geweest.
Maar de volgende sferen worden moeilijker te beschrijven.”
We vervolgden onze weg en kwamen bij een poort.
Kinderen werden daar door Engelen gedragen en in bedjes gelegd, iets verder van elkaar af dan in de andere sferen.
Familieleden die al over waren, mochten hen bezoeken.
Hier zag ik een duidelijk verschil.
Kinderen uit westerse landen waren geestelijk minder belast dan kinderen uit derdewereldlanden.
Deze laatste waren ondervoed geweest, hadden vreemde ziektes gehad en kwamen totaal uitgeput aan.
Hun geestelijke toestand was slecht, vaak door trauma’s: oorlog, vluchten, gebrek aan veiligheid, zware omstandigheden.
Ik liep naar een jongetje dat in een bedje lag.
Hij was extreem mager, zijn buik opgezet, en zijn lichaam vol zweren.
De Engel die hem verzorgde zei zacht: “Het komt goed. Het duurt alleen wat langer.
Hij zal weer sterk en vrolijk worden.
Hij zal genezen en eindelijk kind mogen zijn.”
Ik keek naar hem. Hij huilde zachtjes, mam.
Ik wist dat dit jongetje niet eens wist wat kind zijn betekende.
Het spelen, lachen, vrij zijn.
Hij kende dat niet.
“Hij moet langzaam wennen,” zei de Engel. “Hij moet vertrouwen krijgen dat er hier geen gevaar is.
Dat hier plezier is. Dat hier liefde is.”
Ik wilde hem iets geven.
Ik kon wel iets creëren, maar dat zou na enkele seconden verdwijnen, en dat wilde ik niet.
De Engel keek me aan en creëerde een teddybeer die nooit weg zou gaan.
Ze gaf hem aan mij en ik gaf de beer aan het jongetje.
Hij had nog nooit een knuffel gehad.
Hij pakte hem vast, drukte hem tegen zich aan en keek me dankbaar aan met grote donkere ogen.
Mama… dat brak mijn hart.
Ik wilde al die kinderen zo’n knuffel geven. Maar de Engel zei: “Dat zal ik doen, uit jouw naam.”
Ik bedankte haar. Het jongetje keek nog steeds verwonderd naar zijn beer.
Morgen wil ik je graag vertellen over de volgende sfeer mam.
Het zal steeds moeilijker worden… maar het is belangrijk.
Ik heb nooit geweten dat er zulke sferen bestonden voor kinderen.
Tot morgen, mama.
