Zomerland 3.

We liepen samen een andere sfeer binnen.

De energie voelde liefdevol, net als in alle andere sferen, maar hier hing ook een diepe zwaarte.

De kinderen die zich in deze sfeer bevonden, waren ernstig getraumatiseerd.

Als je eens wist hoeveel kinderen door mishandeling om het leven komen… elk kind is er één te veel.

Deze kinderen hebben hun aardse leven achtergelaten, maar de last die zij uit het leven meedragen is groot.

Het is moeilijk voor hen om te genieten van de wereld waar zij nu zijn.

Gelukkig zijn er veel Engelen aanwezig, en ook dierbaren die zij ooit op aarde hebben gekend.

Vaak is dat een opa, oma of andere voorouder.

In veel gevallen gaat het om overerving, iets wat al langer in een familie speelt.

Maar er zijn ook situaties waarin mishandeling voortkomt uit een deel van de ziel dat deze ervaring wilde doormaken.

Hoe gruwelijk het ook klinkt: voor de ziel is het een ervaring.

Maar deze ervaring is door de ziel onderschat.

Ze heeft wél gevolgen. Ze laat pijn en verdriet achter.

Het “reisje naar de aarde” om een ervaring op te doen is dus niet zo eenvoudig als gedacht.

De ziel weet wel wat er gaat gebeuren voordat ze vertrekt, maar vanaf daarboven voel je de werkelijke ervaring niet.

Die kun je alleen op aarde voelen.

Nu de ziel hier terug is, in de vorm van een kind, voelt het veel verdriet en angst.

Het is nu de taak van de Engelen en andere lichtwezens om hen weer terug te brengen naar rust.

 

Ik zag overal witte bedjes, zacht wiegend heen en weer.

Deze beweging bracht de kinderen tot kalmte, alsof ze opnieuw in een moederschoot lagen.

Rond ieder bedje hing een grote parelmoeren ballon, een soort cocon.

De kinderen werden van elkaar afgescheiden, zodat ze hun ervaringen konden verwerken.

Bij elk kind stond altijd een Engel.

Een Engel van Zomerland kwam naast me staan en keek bedroefd.
“Je ziet dat deze kinderen, die iets heel ergs hebben meegemaakt, veel trauma met zich meebrengen,” zei zij.

“Voor de ziel was het een ervaring, maar het stopt niet zodra ze hier aankomen.

Je zou denken dat mensen bewuster zouden worden, maar helaas… de ziel wil ervaren, zelfs dit soort ervaringen.”

Zij keek naar de poort waar nieuwe kinderen werden binnengebracht.
“Dit is niet alleen een sfeer voor mishandelde kinderen.

Ook kinderen die een oorlog niet hebben overleefd komen hier.

Het is een ervaring voor de ziel, maar een heel zware.”

 

Zij zweeg even.
“Veel mensen vragen: ‘Welke God doet zoiets?’ Maar God beslist dit niet.

De ziel kiest zelf. Je hoeft niets te ervaren. Je hoeft de lage werelden niet in.

Maar de ziel wil zichzelf leren kennen.

God wéét al wie jij bent, anders had Hij deze wereld niet gecreëerd.

Hij weet dat delen van Hemzelf ver weg stralen, waar pijn kan worden opgelopen.

Net als de mens heeft God verschillende lichamen.

De fysieke werelden van God zijn plekken waar jullie ervaren.”

Wanneer jullie dromen, reizen jullie door de centrale lagen.

Het pijnlichaam hoort bij de fysieke sfeer; daarin wordt alles opgeslagen wat een ziel aan pijn heeft opgelopen. Na het pijnlichaam komt rust.”

Ik begreep het. De ziel wil vanuit de buitenste lagen van de schepping naar binnen reizen, terug naar de Schepper, om te leren wie zij werkelijk is.

Zodat ze kan terugkeren als bewust deel van Hem.

Ik keek naar de poort.

Er kwamen kinderen binnen uit een oorlog die nog gaande was.

Het was hartverscheurend: grote, angstige ogen, huilende gezichtjes.

Ze werden getroost en gewassen, zodat de eerste zwaarte van hen kon afglijden.

Daarna kregen ze witte kleding aan en werden ze in hun parelmoeren cabines gedragen.

Ze waren uitgeput, vol verdriet, maar ze gaven zich over aan de liefde van de Engelen.

Op de achtergrond klonk zachte muziek, harp, viool en vele lichte stemmetjes.

Het klonk droevig maar troostend.
“Dit geluid helpt om de zwaarte los te laten,” zei mijn Engel zacht.

De Engelen gebruikten ook stenen om trauma’s los te breken, zodat de kinderen de zwaarte konden loslaten wat ze nog vasthielden.

Het was een droevig gezicht: rijen cabines met kinderen.
“Kom,” zei de Engel van Zomerland, “laten we verder lopen.”

 

We kwamen in een sfeer die leek op de vorige, maar zonder cabines.

Hier stonden veel bedden.

De kinderen zaten op de randen, praatten zachtjes, of wandelden even met een Engel.

Het ging hier al wat beter, maar toch… een kind hoort te spelen.

Rust en geduld waren hier noodzakelijk.

We liepen verder, en opnieuw veranderde de sfeer.

In deze ruimte stonden nog steeds bedden, maar ik zag ook bankjes waar kinderen zaten met familieleden die net als zij het aardse leven niet hadden overleefd.
“Wat je hier ziet,” zei de Engel, “is dat familieleden vaak samenkomen na een oorlog.

Vaak overlijdt er meer dan één familielid in dezelfde omstandigheden.

Hier kunnen ze elkaar terugzien.”

 

Ik keek naar een meisje dat alleen op een bankje zat.

Ze was nog maar kort in deze sfeer. Ze staarde voor zich uit.

Toen keek ze op, bijna haar hele familie kwam binnen.

Het weerzien was ontroerend, maar ook pijnlijk, omdat zovéél van hen hier waren beland.

We bleven even staan en ik zag hoe sommige kinderen al weer een glimlach lieten zien.

Ik vroeg de Engel hoeveel sferen er voor deze kinderen waren.
“Er zijn zeven sferen,” zei ze, “tot aan het Grote Zomerland.

In elke sfeer laten ze een stukje van hun zwaarte los.

In de zevende sfeer hebben ze alles achtergelaten.”

Ik dacht opeens aan de kinderen die door een ongeluk zijn omkomen.

De Engel had mijn gedachte opgepikt.
“Kinderen die plotseling overlijden zonder trauma, rusten kort uit en mogen daarna meteen door naar het Grote Zomerland.”

“Wil je het zien?” vroeg ze. “Het zal je verbazen.”

 

We liepen opnieuw achter haar aan, door een poort, en daar ontvouwde zich het Grote Zomerland.

De zon scheen, er waaide een zachte vriendelijke wind die speelde met mijn haren.

Ik begon te lachen.

De wind was hier anders: hij bewoog zichzelf, bijna alsof hij een eigen ziel had.

Hij speelde met de kinderen tot ze lachten, net zoals hij nu bij mij deed.

Het was hier zó groot, zo prachtig, dat ik wist dat ik meer tijd nodig had om alles te beschrijven.

Wil je morgen verder schrijven mama, dan vertel ik graag meer.