~ ♥ Hemelseverhalen 5. ♥ ~

~ ♥ Wereld achter de Sluiers ♥ ~

“Mama?” een klein meisje kijkt omhoog naar haar moeder.

“Wat is er mijn schat?” vraagt haar moeder.

Het meisje wijst en kijkt door het raam naar buiten.

Moeder kijkt met haar mee, en ziet een prachtige vogel in één van de bomen die rond het huis staan.

“Wat is er mijn kind, wat is er met die vogel?”

Het meisje gaat wat dichter bij het raam staan en duwt haar neusje tegen het glas aan.

“Een Engel” zegt het meisje zacht.

Moeder keek nog eens, maar zag niets.

“Kijk mama, een Engel”, en ze wees weer naar buiten.

Moeder zuchtte.

Haar dochter zag de laatste tijd dingen die niet bestonden.

De juf van school had haar verteld dat haar dochter een beetje te veel fantasie had.

“Daar is niets”, zei moeder, “waarom ga je niet fijn buiten spelen?”

 

Teleurgesteld liep het meisje bij het raam weg, en keek haar moeder verdrietig aan.

Deed de deur open en ging naar buiten, naar de plek waar ze de Engel had gezien.

De Engel stond er nog, en met betraande ogen keek ze hem aan.

“Dag lieve Engel, mijn mama zegt dat je er niet bent, maar ik zie je toch?”

De Engel glimlachte en zei: “Mijn lief kind, niet iedereen kan ons zien.

Vele mensen zijn nog zo verdicht, dat ze niet meer geloven in Engelen en het Hiernamaals.

De wereld is zoveel groter dat jullie mensen zien, kijk maar”, en de Engel opende de sluiers van deze wereld.

Ze zag nu dat er achter onze wereld vele andere werelden schuilgingen.

Ze zag de wereld van de Feeën en de Elfjes, en ze zag een groepje met Kabouters langslopen.

Ze zongen een vrolijk liedje.

“Ga je met mij mee?” vroeg de Engel en het meisje keek de Engel verwonderd aan.

Pakte de hand van de Engel vast en samenliepen een andere wereld binnen.

 

Het meisje keek haar ogen uit, het was ook zo prachtig!

Ze waren een bos ingelopen, en in de bomen zag ze kleine gekleurde huisjes.

Overal waar ze keek zag ze kleine Elfjes vliegen. Ze waren zo grappig!

De kleine Bosnimfen strooiden met goudstof, en de planten en struiken begonnen te glinsteren.

“Mooie wereld is dit hé?” en de Engel keek het meisje glimlachend aan.

“De werelden lopen in elkaar over, en iedereen achter de sluiers kunnen bij elkaar op bezoek.

Soms gaan er een paar Kabouters of Elfjes naar jouw wereld om te kijken of de mens al liefdevol geworden is, maar vaak keren ze droevig terug.

De mens leeft nog in een wereld van dualiteit en vind het moeilijk om die te veranderen.”

“Hoe komt dat?” vroeg het meisje verbaast.

De Engel keek een beetje zorgelijk.

“Er zijn heel veel verschillende mensen in jouw wereld.

Dat komt, omdat de aarde een leerschool is.

Alles heeft in jouw wereld een tegenstelling.

De mensen die er wonen leren elkaar de lessen van het leven.

Iedereen moet dezelfde lessen leren, maar nu komt het, niet iedereen is tegelijk begonnen met de aardse lessen.

Nee, elke keer komt er een nieuwe groep met mensen naar de aarde toe.

Deze nieuwe groep mensen hebben nog niet dezelfde lessen geleerd als de groep die al eerder naar de aarde zijn gekomen.

Daarom reageren ze heel anders, dan de mensen die al vaker naar de aarde zijn gekomen.

Dus zo komt er conflict tussen de mensen, met elk hun eigen levensles.

De mensen die al heel veel levens hebben geleefd, gaan op een gegeven moment inzien, dat het allemaal één groot spel is, en nemen het leven op aarde niet meer zo serieus.

Ze gaan niet meer mee in de conflicten van anderen en bemoeien zich nergens meer mee.

Ze zijn zich bewust, dat ze hun laatste levens op aarde leven en gaan zich voorbereiden op een nieuw bewustzijn.

Dit bewustzijn is wat jij nu ziet, bewustzijn van een liefde die geen tegenstelling kent.

De andere mensen gaan diezelfde weg als deze mensen, en zullen op een keer hun laatste leven hier op aarde leven.

Maar ondertussen blijven er nieuwe groepen mensen naar aarde komen.”

 

“Kunnen jullie in de Hemel dat dan niet stopzetten?” vroeg het meisje.

De Engel begon te lachen.

“Nee mijn kind, het is juist de bedoeling dat de mensen hiernaartoe komen.

Ze kunnen zo leren hoe het is om in tegenstellingen te leven.”

Het meisje keek weer om haar heen.

Hoog op een berg stond een piep klein huisje.

De Engel keek ook omhoog en zei: “Daar woont het Elfen meisje, je kent haar vast, ze zingt iedereen elke morgen wakker.”

Het meisje knikte. Ja, ze had er wel eens van gehoord.

“Maar waarom laat u mij deze wereld zien?”

“Dat doe ik, zodat de mensen die dit verhaal lezen, weten dat er nog meer werelden zijn en dat er onvoorwaardelijk liefde op hen wacht.” 

Het meisje keek weer en zag in de verte een groot paleis boven op een berg staan.

De Engel glimlachte weer.

“Daar wonen de Feeën, daar gaan we een andere keer naar toe.”

 

Opeens hoorden ze het Elfen meisje zingen.

De Engel en het meisje bleven staan en luisterden.

“Wat prachtig”, zei het meisje zacht. “Wat betekent dit zingen?”

De Engel knielde voor haar op de grond neer.

“De kleine Elf zingt ook in de avond als de zon onder gaat.

Dat betekent dat ze alle mensen weer laat slapen.

Dan kunnen wij de Engelen jullie meenemen naar de Hemelse sferen van dromenland.

Ik moet je nu thuisbrengen, ook in jouw wereld gaat de zon nu onder.

Weet dat als je groter bent, je vanuit deze wereld mooie verhalen mag doorgeven.

Ik zal je door de kleine Elf wakker laten zingen en dan gaan we de mooiste avonturen beleven.

Maar nu breng ik je naar huis, kom”, en hij stak zijn hand weer uit naar het meisje.

Het meisje pakte de hand van de Engel weer vast en liepen samen door de sluiers haar eigen wereld binnen.

Heel even keek ze achterom en zag dat de sluiers weer dicht gingen.

“Dag mijn kind”, en opeens was de Engel weg.

Moeder die al die tijd achter het raam had zitten kijken, zag dat haar dochter in haarzelf zat te praten,

en door de tuin heen dwaalde.

Moeder schudde haar hoofd.

 

“Blijft toch een vreemd meisje”, zei ze zacht tegen haarzelf, en de eerste levenslessen met tegenstellingen waren geboren.

~ ♥ Verstoten ♥ ~

Wanneer de nacht langzaam invalt en de sterren verschijnen in het nachtelijk uur, kijkt een vrouw naar boven.

De ene ster is helderder dan de ander, maar als ze wat bewuster kijkt, ziet ze opeens duizenden sterren oplichten. 

Dit vindt ze altijd een magisch moment.

Het lijkt alsof er een sluier wegvalt en er dan opeens een andere wereld voor haar ogen opdoemt.

Ze kijkt verwonderd de sterrenwereld in en zo nu en dan ziet ze een ster oplichten.

 

Het is een rustige avond. Het is stil en de wereld slaapt. 

Hier en daar hoort ze wat geritsel van een muis.

De vrouw glimlacht. “Er is er altijd wel één die wakker is.”

Opeens komt er een gedachte in haar hoofd.

Ze voelt een steek in haar hart.

Ze weet dat als ze dit gevoel weg blijft stoppen, dat deze pijn alleen nog maar erger wordt.

 

Ze gaat op een ligstoel in de tuin liggen. 

Dan legt ze een deken over zich heen en kijkt naar de nacht. 

Dikke tranen stromen over haar wangen naar beneden.

Ze is alleen en er zal nooit meer een samen zijn.

De Engel naast haar kijkt verdrietig naar de vrouw.

Als zijn hele leven is hij al bij haar en hij heeft haar strijd gezien.

Ze heeft al veel mogen loslaten, maar er blijft altijd deze onverbiddelijke pijn over.

Een pijn die zoveel lagen kent, maar de kern zit door generaties voor haar, diep verstopt.

Familieleden die allang over zijn, die hetzelfde gevoel kennen, staan op de achtergrond te wachten.

Ze hebben de kern, net als de vrouw nog niet ontdekt.

Ze hopen dat de vrouw met onderzoek naar binnen, de lagen zal loslaten, zodat ook hun kern vrijkomt van deze zelfde pijn.

 

De Engel kijkt nog steeds naar de vrouw. Ze heeft het moeilijk.

Ze wil deze pijn niet voelen, maar de tijd dringt.

Er zal eens een dag komen dat haar vader en moeder deze aarde verlaten.

Ze weet dat zodra dit gebeurt, ze door deze pijn en onmacht geen kant meer op kan.

Ze zal deze pijn onder ogen moeten gaan zien. 

Ze weet ook, dat wanneer ze nu in deze pijn duikt, ze later zodra het echt zover is, veel makkelijker en sneller hier doorheen kan gaan. 

De vrouw is bang. Ze heeft angst voor deze pijn.

Ze wil niet, maar het lijkt alsof de druk om het wel aan te kijken, met de dag groter wordt.

 

De familieleden komen dichterbij en gaan om haar heen staan.

De Engel legt zijn hand op het hoofd van de vrouw neer.

Er gaat een gevoel van rust door de vrouw heen en ze weet dat haar helpers bij haar zijn.

Dan kijkt de Engel haar familieleden aan en zegt: “Ze is er klaar voor.

Laten we haar helpen en steunen in deze innerlijke strijd, en het voor altijd vrijmaken van het oude familiekarma.”

 

De vrouw droogt haar tranen en kijkt nog eenmaal naar de hemel.

Dan ziet ze een vallende ster die een lichtstreep achterlaat.

Ze glimlacht en zegt: “Dank jullie wel voor dit cadeau. Het doet me goed.”

Dan staat ze op en loopt naar binnen. Niet wetende dat haar familie haar volgt.

En als ze slaapt, ziet ze hen in een droom. 

In de verte staan ze op een heuvel, en ze juichen en dansen van vreugde.

Lachend draait de vrouw zich om en loopt over haar pad tussen het goudgele koren door.

Voor haar loopt een man, het is haar beste vriend.

En als de zon langzaam onder gaat, dansen de vlinders om haar heen.

De Engel glimlacht, de kern is gevonden en er is nu liefde voor in de plaats gekomen.

~ ♥ Verdriet onder de Levensboom ♥ ~

Een vrouw ligt in haar bed en ze huilt.

Ze voelt zich eenzaam en kijkt naar haar verleden.

Er zijn niet zoveel mensen meer om haar heen in dit aardse leven.

Eén voor één heeft ze afscheid van hen moeten nemen.

Ze veegt de tranen van haar gezicht en doet het licht uit.

Als ze door de open ramen naar buiten kijkt, ziet ze de maan die vol is en ze vraagt:

“Waarom moet het leven hier op aarde zo zwaar zijn?”

Dan sluit ze haar ogen en valt rustig in een diepe slaap.

 

Een Engel die naast haar bed staat kijkt naar haar beide opa’s.

“Ik neem haar mee naar een speciale plek. Er is namelijk één iemand die haar de stilte in haarzelf terug kan laten vinden”, en hij tilde de vrouw voorzichtig op.

Haar beide opa’s, die op het voeteneind van het bed zaten, keken naar hoe de Engel hun kleindochter mee de Hemel in droeg.

Hij nam haar mee naar een zonnige wereld.

In deze wereld stond maar één boom. Haar levensboom.

De Engel legde haar onder de boom neer en zei: “Lief kind, je mag nu wakker worden.” De vrouw deed haar ogen open en keek de Engel verdrietig aan.

“Ga hier tegen de boom aan zitten en geniet van deze bijzondere wereld.

Ik kom je later weer ophalen.”

 

De vrouw ging rechtop zitten en keek om zich heen.

Ze zat tegen een hele dikke boom aan en als ze omhoog keek zag ze grote dikke takken die wijduit groeiden.

Om haar heen zag ze alleen maar bloemen.

De zon scheen en de wind speelde zachtjes met haar haren.

Vanuit de verte kwam een man aangelopen.

Hij had half lang haar en een brede lach op zijn gezicht.

Hij zwaaide naar haar en de vrouw zwaaide terug.

 

Nu de man dichterbij was gekomen, ging hij naast haar zitten op de grond.

Hij pakte haar hand vast en zei: “Fijn dat je naar hier bent gekomen.

Dit is jouw levensboom.

Ik weet dat je verdrietig bent en dat je graag weer de innerlijke liefde wilt voelen.

Ik ga je daarbij helpen. Het enige wat je hoeft te doen is wat ik nu zeg.

Kijk eens naar die bloemen.”

De vrouw keek en zag duizenden bloemen. Ze zag klaprozen, margrietjes, boterbloemen en nog veel meer. Het was één kleuren-zee van bloemen.

“Zie de vlinders, de hommels en bijen. Zien ze er niet gelukkig uit?”

De vrouw zag ze wel, maar had er nog geen aandacht aan gegeven.

 

“Kom maar hier”, zei de man en hij sloeg zijn arm om haar heen.

De vrouw ging tegen hem aan liggen en ze voelde zich beschermd.

Hij straalde een rust uit. Hij zou haar nooit verlaten.

“Kijk naar de vlinders mijn kind”, zei de man nogmaals.

De vrouw keek zonder te denken. Ze zag de vlinders nu veel beter.

Haar denken was gestopt en ze hoefde niets te benoemen.

Ze hoefde alleen maar te kijken.

 

De vlinders dansten in de lucht.

De hommels zoemden van bloem naar bloem en het was één oase van rust.

Langzaam voelde de vrouw haar verdriet en eenzaamheid verdwijnen.

Voor het eerst in lange tijd voelde ze weer liefde door haar lichaam heen stromen.

De man keek haar aan en zei: “Kom naar mij als je even een moment voor jezelf wilt hebben. Kom naar mij als het leven te zwaar lijkt te zijn.

Kom naar mij en ik zal je de stilte laten horen.

Ik ben je vriend en ik ben hier als je mij nodig hebt.”

De vrouw glimlachte en kroop nog iets dichter tegen de man aan.

Hij voelde veilig.

 

Opeens schrok ze wakker.

De zon kwam al op en ze keek verschrikt om zich heen.

Had ze nu zo gedroomd? Ze probeerde de nacht weer terug te halen.

Opeens zag ze de bloemen, de vlinders en de man die naar haar lachte.

Ze wist het, ze had er een nieuwe vriend bij.

Een vriend die onvoorwaardelijk van haar hield.

 

En bij ieder moment dat zij voelde dat ze rust nodig had, of verdrietig was, sloot ze even haar ogen, dan was ze terug bij de boom en zag ze de vlinders boven de bloemen dansen en haar rust kwam terug.

~ ♥ Hou van Mij ♥ ~

Een klein meisje zit op een bankje en staart voor zich uit.

Ze heeft ruzie gehad met haar papa.

Ze kan er niet tegen als er ruzie is, dat maakt haar onrustig.

Het is niet de eerste keer dat ze ruzie heeft met haar papa.

Elke keer als ze ruzie hebben, dan zegt het meisje “sorry”, ook al was het niet altijd haar fout.

Maar dan was de angel eruit en konden ze weer normaal tegen elkaar doen.

 

Dit keer was het wel heel erg.

Het meisje overdacht haar fouten, maar ze zag geen fouten.

Nou ja, misschien had ze eerder aan de bel moeten trekken en moeten zeggen wat haar dwars zat. Maar om conflicten te ontwijken, heeft ze niets gezegd.

Opeens was de ruzie begonnen en ze kon er niets meer aan doen.

Nu zat ze op de bank en overdacht het conflict.

Automatisch kwamen ook de andere ruzies van daarvoor erbij en nu zat het meisje te huilen op het bankje.

‘Niemand houdt van mij. Ze begrijpen mij niet, ik ben zo alleen!’

Dikke tranen stroomden over haar wangen naar beneden.

 

Opeens voelde ze een warmte naast zich. Ze keek op en ze zag een Engel staan.

Het meisje schrok, ze had er vaak over gehoord maar nog nooit één gezien.

De Engel ging naast haar op het bankje zitten en keek haar verdrietig aan.

‘Wat ben je toch allemaal aan het doen meisje, je maakt jezelf zo ongelukkig.’

Het meisje keek de Engel verdrietig aan. Ze wist niets te zeggen.

De Engel pakte de hand van het meisje even vast.

‘Weet je, je kunt twee dingen doen.

Eén, je kunt op dit bankje blijven zitten huilen en verdrinken in zelfmedelijden, of twee, je staat op.

Wees jezelf bewust van wat er in en om je heen gebeurd.

Ga niet mee met die zieke gedachten van het verleden.

Die gedachten putten je uit en ze zorgen dat je verdrietig en boos blijft.

Ze blijven je steeds het gevoel geven dat je alleen bent in deze wereld. En dat is onzin!

Weet jij wel hoeveel lieve vrienden je hebt in het hiernamaals?

Vrienden die elke dag even langskomen om te kijken hoe het met jou gaat.

Dat velen droevig terug komen, omdat jij zo ontzettend verdrietig bent en daar niets aan doet?’

 

Het meisje had de Engel met grote ogen aan gekeken.

‘Maar ik snap het niet, hoe kan ik mezelf dan veranderen?

Hoe kan ik bewust worden van wie ik ben?’

De Engel ging er eens goed voor zitten.

Pakte nu ook haar andere handje vast en begon te vertellen.

‘Het is eigenlijk niet zo moeilijk.

Wat betreft de conflicten die er zijn, daar kun je niets meer aan veranderen.

Jullie zijn te verschillend en zullen elkaar nooit begrijpen.

Jullie relatie zal nooit in balans zijn, dus laat die gedachte los.

Ga niet meer mee in dit conflict van pijn.

 

Want de pijn van je vader is heel zwaar.

Elke keer als hij jou ziet, zal hij jouw pijn ook voelen en dat botst dan met elkaar.

Zorg dat jouw pijn minder wordt. Jij kan dat, hij niet meer.

Hij zit zo vast in zijn eigen pijn, dat hij de wereld buiten die pijn nog nooit gezien heeft, jij wel.

Dus wij gaan die pijn buiten spel zetten.

Zie iedere emotie die langs komt als een blauwdruk van het verleden.

Het is oud, het probeert jou weer die vervelende pijn te laten voelen.

Die pijn is van toen, niet van nu.

Elke keer als dat moment van pijn weer omhoog komt, kijk je er naar, van “Ah daar is hij weer.”

 

Je lacht er om en je laat hem weer vertrekken.

Ga niet die pijn voelen, daardoor heeft het jou weer in zijn macht.

Wees je bewust van de stilte in je benen, je voeten, je handen.

Ga met je gedachten daar naartoe als er zich een emotie aanbied.

Als je dat doet, zal het geen vat op je krijgen.

Je verandert gewoon je gedachten.

Eigenlijk heel simpel, maar voor velen heel erg moeilijk.

Begrijp je wat ik je zeggen wil?’

Het meisje keek de Engel weer met betraande ogen aan en antwoordde; ‘Ik kan mijn leven mooier maken.

Zonder de pijn en verdriet die ik nu elke keer ervaar.

Door mijn gedachten niet op die pijn te richten maar op mijn voeten of handen.

Zodat de pijn langzaam wegebt.’

‘Juist, helemaal goed.’

‘Maar ik wil niet dat mensen mij onaardig vinden!

Ik wil graag dat mensen mij lief vinden!’

 

De Engel keek het meisje bezorgd aan.

‘Maar waarom? Jij kunt daar niet voor zorgen.

Hoe kun jij daar voor zorgen als je je zelf niet lief vind?

Jouw vader vind zichzelf niet lief, hij heeft te veel mee gemaakt.

Hij heeft zoveel pijn en hij weet niet, dat er ook een wereld zonder pijn bestaat.

Hij zal jou nooit lief vinden, omdat hij die wereld niet kent.

Jij weet dat wel. Zorg dat jij die wereld wel binnen gaat.

Geef jezelf die liefde.

Jij kan ervoor zorgen dat jouw leven er heel anders uit komt te zien.

Een leven met liefde voor jezelf, liefde voor je vader en liefde voor de wereld waarin je woont. Is dat niet mooi?’

 

Het meisje keek weer verdrietig.

‘Dus, zolang mensen nog vast zitten aan hun eigen pijn, kunnen ze eigenlijk niet van iemand houden?

Maar ze zeggen het wel!

Ze zeggen “altijd ik hou van jou!” en ze keek de Engel nu strak in zijn ogen aan.

‘Dat klopt.’ De Engel glimlachte.

‘Als twee mensen pijn hebben en ze zitten op hetzelfde bewustzijnsniveau, dan vinden ze het fijn om over hun pijnen te spreken.

Dan zijn ze dikke vrienden, ze vullen elkaar aan in hun pijn.

Maar zodra één van hen de liefde in zichzelf gaat zoeken, zal die relatie langzaam voor conflict gaan zorgen.

De één verandert, de ander niet. En dat is nu ook bij jou en jouw vader gebeurd.

Vanaf jouw geboorte was jij al anders dan de rest.

Dat heeft voor al die conflicten gezorgd. Dus weer lief voor jezelf.

Dan zal je inzien dat je ook niet meer boos bent op je vader. Dan lost alle boosheid op.’

 

Het meisje begreep de uitleg van de Engel.

Ze stond op en omhelsde de Engel.

‘Dank je wel’, zei ze zacht.

‘Ik zal vanaf nu van mezelf gaan houden. Ik zal bewust zijn van elk ding ik doe.

Ik wil zo graag de liefde voor mezelf weer voelen.

En als ik klaar ben, zal ik mijn liefde gebruiken om het naar mijn vader te sturen.

Zodat hij ooit mijn liefde zal vinden in het hiernamaals.’

De Engel keek het meisje liefdevol aan, en gaf haar en kus op het voorhoofd.

‘Vergeet niet dat jouw vrienden nu staan te klappen van blijdschap.

Ze zullen je helpen.

Ze zullen niet van jouw zijde verdwijnen.

Het meisje was nu sinds een lange tijd weer blij.

Ze was opgelucht. Ze wilde geen pijn en boosheid meer voelen.

De Engel en het meisje keken elkaar blij aan, totdat hij in het niets verdween.

‘Ik ben altijd bij je’, zei hij nog één keer.

Het meisje stond op en liep een zonnige dag tegemoet, een dag vol liefde voor zichzelf en alles om haar heen.

~ ♥ Verbonden Verleden ♥ ~

Sanne stond naast de Gouden-Engel.

Ze was naar school in de hemelse sferen geweest en de Engel had het over het collectief gehad. Een moeilijk onderwerp vond Sanne, en om deze les duidelijker te maken, had de Gouden-Engel Sanne meegenomen voor een praktijkles.

Nu zou ze met eigen ogen kunnen zien wat ze in de les geleerd had.

 

In de verte zag ze de Aarde draaien.

Ze was prachtig vond Sanne, maar ook zo kwetsbaar.

“Kom, we gaan een beetje dichterbij kijken, dan kun je het collectief goed zien.”

Sanne zag hoe ze vanzelf dichter bij deze planeet kwamen te staan.

Alles ging vanzelf.

De Gouden-Engel hoefde er alleen maar aan te denken en het gebeurde al.

 

“Zie je die lijnen die over de Aarde heen lopen?”

Sanne keek, maar zag niets.

“Wacht”, zei de Engel. Hij knipte met zijn vingers en langzaamaan kwamen de lijnen tevoorschijn.

Hele korte en dunne lijntjes, maar ook dikke en lange lijnen.

“Als we nog wat dichterbij kijken, dan zien we dat ieder mens met deze lijnen verbonden is.”

Sanne zag dat ze zelfs met meerdere lijnen verbonden waren, en ze keek de Gouden-Engel vragend aan.

 

“Wat je hier nu ziet is dat ieder mens met de plaats waar hij of zij is geboren, verbonden is.”

Sanne zag nu dat er één lijn oplichtte.

Sanne moest opeens lachen.

“Wat is er Sanne? Wat is er zo grappig?” vroeg de Gouden-Engel nieuwsgierig.

“Toen ik nog op Aarde leefde, ging ik wel eens naar de kermis.

Daar hadden ze botsauto’s.

Aan zo’n botsauto zat een lange stang die recht omhoog stond, en deze raakte dan een metalen net aan dat over de botsautobaan gespannen stond.

Dit net gaf energie aan de autootjes en zo konden ze dan rijden.

Dit ziet er net zo uit”, zei Sanne lachend.

 

“Dat klopt”, zei de Gouden-Engel.

“Ieder mens zit met een lijn vast aan hun geboorte plek, maar kijk eens!”

Sanne zag een continent van lang geleden.

“Dit is waar de mensen ook nog aan vast zitten.

Deze lijnen zijn verbonden met al hun levens.

Ieder leven dat een mens heeft geleefd zit dus verbonden aan dit leven wat hij of zij nu leeft."

“Ieder mens heeft heel veel van deze lijnen, kijk maar.”

 

Sanne zag een vrouw.

Ze had zoveel lijnen aan zich vastzitten, waardoor ze bijna geen kant meer op kon.

“Deze vrouw heeft heel veel levens geleefd”, zei de Engel.

Sanne zag dat zij geleefd heeft in de werelden waar nu alleen nog maar over gesproken werd, maar die nergens meer te vinden zijn.

Ze zag de vele landen, de vele levens die zij heeft geleefd.

Ze zag haar pijn, verdriet en de angsten die de vrouw met zich mee droeg.

 

“Deze vrouw heeft zoveel levens geleefd, op zoveel verschillende plekken en landen, waardoor zij zichzelf vast heeft gezet.

Al het verdriet, de pijn en de angsten hebben haar naar dit punt in haar leven toe gebracht.

Wat je hier ziet is dat ze veel geleerd heeft, maar dat ze ook aan het collectief vastzit.

Kijk maar eens naar dit leven.”

Ze zoemde wat dichterbij en naar een aantal levens terug, en daar zag ze dat de vrouw op een brandstapel stond.

Mensen om haar heen beschuldigden haar ervan dat ze een heks was.

Dit is een zwaar collectief. In die tijd was hier veel duisternis.

Deze pijn en angst zit nog altijd in deze vrouw. Kijk wat naar er gebeurt.”

 

Ze zag de vrouw terug in dit leven. Ze onderzocht de angsten in zichzelf.

Ze zag dat de vrouw een bepaalde angst had voor vuur.

Ze sprak met haar innerlijke gids. Zo kwam ze er langzaam achter en mocht ze deze angst los gaan laten.

“Kijk”, zei de Engel. ”Zie je wat ik zie?”

Sanne keek en zag dat de angst voor vuur ook in andere levens terug kwam.

Sanne keek weer naar de vrouw en hoe ze nu was.

Ze zag dat de vrouw de angst voor vuur onder ogen had gekregen en telkens dacht ze dat ze van deze angst af was.

Maar telkens kwam het weer bij haar terug.

De vrouw onderzocht steeds dieper in zichzelf.

Sanne zag dat bepaalde lijnen die aan bepaalde gebeurtenissen vastzaten, langzaam oplosten en verdwenen, totdat ze bij de kern van haar angst was aangekomen.

 

Haar angst was na een vulkaanuitbarsting ontstaan, en zij toen moest rennen voor haar leven.

Omdat zij nu wist hoe ze door de vele lagen van angst heen moest komen, was de kern van haar angst zo opgelost.

Ze zag dat de vrouw bevrijd was van zoveel lijnen en ze verder ging met het onderzoek naar zichzelf.

Ze zag meer momenten van angst, verdriet en pijn en ook deze ruimde ze op.

Sanne zag nu dat er veel meer mensen waren die op gingen ruimen in zichzelf.

Ze zag dat de lijnen met angst, die vastzaten aan de verschillende levens, losgelaten werden.

Ze zag wanneer ze vooruit de toekomst inkeek, dat continenten die eens verdwenen waren, weer terugkwamen.

En dat het collectief dat eerst nog verbonden was met zoveel mensen die angst hadden, weg was en de lijnen verbroken.

 

De Angst, verdriet en pijn waren verdwenen.

De blauwdruk van het verleden was opgelost en Sanne zag dat de Aarde langzaam naar een nieuwe energie afreisde.

Ze zag dat langzaam alle blauwdrukken verdwenen en dat alles liefde werd.

 

Sanne keek de Gouden-Engel aan.

“Heb je ooit zoiets moois gezien Sanne?

Sanne schudde haar hoofd.

“Nee”, zei ze zacht.

“Wat ik hier zie is, dat de mens nog steeds onderweg is, maar dat langzaam de blauwdruk verdwijnt, het collectief oplost.

De lijnen verdwijnen zodra de mensen de lijnen in zichzelf onderzoeken en hun innerlijke pijn loslaten.

Pas dan zal er vrede op Aarde komen.

De Gouden-Engel keek tevreden.

Sanne had deze les goed onthouden, en samen keken ze naar de Aarde die langzaam rond draaide.

Heb je een vraag naar aanleiding van dit verhaal? Of wil je graag een reactie plaatsen, dan kan dat ik mijn gastenboek. De vragen zal ik zo liefdevol beantwoorden hier op deze website bij Vraag & Antwoord.

~ ♥ Gastenboek ♥ ~

Commentaren: 0