Wanneer de maan aan de horizon verschijnt en de jongen naar de opkomende sterren kijkt, ziet hij dat een aantal sterren zijn aandacht trekken.
Het is een groep van grote en kleine sterren die hun stralen sterker laten zien naarmate het donkerder wordt.
De jongen vond het heerlijk om ’s avonds naar de sterren te kijken.
Het maakte dat hij zich nietig voelde en hij vroeg zich dan vaak af wie wij als mens eigenlijk zijn.
Hij had thuis een groot boek waarin de aarde te zien was vanaf de maan, en hij kon hier uren naar kijken.
De aarde was zo klein ten opzichte van de rest van het heelal.
Hij had foto’s gezien waarop de aarde als een speldenknopje te zien was en hij een vergrootglas nodig had, maar dan nog goed moest zoeken om haar te vinden.
Wie zijn we als mens en wat komen we hier doen?
Zijn er meer mensen in het universum en wonen die net als wij op een planeet?
De jongen wist het niet….
“Kom je binnen?” vroeg zijn moeder, die nu achter hem was komen staan.
De jongen knikte van ja en moeder keek omhoog.
“Wat ben je aan het doen?”
“Ik kijk naar de sterren. Het zijn er zo veel.”
Moeder glimlachte. “Ja, het zijn er heel veel, maar wist je dat heel veel sterren een naam hebben?”
De jongen keek zijn moeder verrast aan en schudde zijn hoofd.
Dat had hij nog niet in het boek gelezen.
“Kijk,” zei moeder en wees met haar vinger naar de nachtelijke hemel.
“Die groep sterren daar lijkt op een steelpan en heet ‘De Grote Beer’.”
Daarna wees ze naar een groepje sterren en zei: “Dat zijn de Plejaden.”
De jongen zag de groep sterren waar hij aan het begin van het donker worden gefascineerd naar had zitten kijken.
“Onze sterrenbeelden kun je terugvinden aan de hemel,” zei moeder.
“Maar hoe je die kunt vinden, moet je eens opzoeken.
Kom je nu mee naar binnen? Het is tijd.”
Samen liepen ze naar binnen.
Nadat hij zijn tanden had gepoetst en zijn pyjama had aangetrokken, kwam zijn moeder nog even zijn kamer binnen om de gordijnen dicht te doen, maar de jongen zei: “Laat ze maar open mama, dan kan ik nog heel even naar de sterren kijken.”
Moeder glimlachte, gaf hem een zoen en vertrok.
Bij de deur bleef ze even staan en zei: “Fijn gaan slapen hè. Welterusten.”
Het licht ging uit en de jongen staarde vanuit zijn bed door het raam naar buiten.
Het was een heldere nacht en hij zag wel miljoenen sterren.
Het was niet te bevatten dat wij als mens op zo’n kleine planeet wonen.
Maar we zullen toch niet de enigen zijn?
Het zou toch raar zijn dat juist in dit oneindige heelal, met al zijn sterren en planeten, alleen de mens het levende wezen was?
En waar was dan het hiernamaals? De plek waar je naartoe gaat als je sterft?
Of zou het leven gewoon ophouden en is er geen herinnering meer, maar gewoon één leven en dat is het?
Maar hoe kwam de mens dan hier op aarde?
De jongen had wel van een evolutieproces gehoord, maar we moesten toch ergens vandaan komen, net als de sterren en de planeten?
Hij had opeens zo veel vragen die onbeantwoord bleven deze avond.
Morgen zou hij naar de antwoorden gaan zoeken.
Hij keek nog eenmaal naar buiten voordat hij in slaap viel.
Een Engel die aan het voeteneind van zijn bed zat, had al die tijd naar hem gekeken.
Het verbaasde haar dat zo’n klein jongetje al deze volwassen vragen stelde.
De meeste mensen denken hier niet over na en leven gewoon hun leven, maar deze jongen was heel bewust.
De Engel stond op en tilde het astrale lichaam uit het fysieke lichaam van de jongen en nam hem mee naar Zomerland.
Nadat ze in Zomerland waren aangekomen, maakte de Engel hem wakker.
“Manu, wakker worden. Je bent weer terug in Zomerland.”
De jongen deed zijn ogen open en lachte naar zijn Engel.
Hij omhelsde haar en keek daarna stralend om zich heen.
“Engel, mag ik iets vragen?”
De Engel wist allang wat hij wilde vragen, maar deed alsof ze niets wist.
“Kunt u mij iets leren over de sterren en planeten en de wereld waarin wij leven?
Ik keek namelijk vanavond voor het slapen gaan naar de sterren en ik vroeg me af of wij de enigen in het heelal waren, maar ook hoe wij als mens zijn ontstaan.
Na deze vragen kreeg ik steeds meer vragen, maar er zijn te weinig antwoorden.”
De Engel keek Manu aan en zei: “Ach mijn kind.
Je bent je bewust aan het worden van de wereld waarin je leeft.
Het is goed om hier vragen over te stellen, want weet je waarom?”
De jongen schudde zijn hoofd.
“Omdat je op een andere manier naar de aarde kijkt, zoals je anders naar de sterren en planeten zou kijken. Je zal steeds een beetje herinnering terugvinden, omdat wij met elkaar verbonden zijn.”
Manu dacht erover na en vroeg: “Wat bedoelt u eigenlijk?”
“Ik bedoel dat wij, jij en ik, alle kinderen, alle sterren en planeten, iedere steen, boom en elk dier met elkaar verbonden zijn.
Wij komen allemaal tegelijk uit dezelfde bron.
De reden waarom jij nu opeens vragen gaat stellen, is omdat jij je iets herinnert van het feit dat er veel meer is.
Jouw ziel stuurt je met deze herinneringen aan om in jezelf op zoek te gaan.
Maar het is een ingewikkeld en complex verhaal en niet uit te leggen voor een kleine jongen zoals jij.
Je zal in de war raken, omdat jouw bewustzijn die informatie nog niet kan verwerken.
Ik ben dus heel voorzichtig met de informatie die ik aan jou geef.
Ook jij moet voorzichtig zijn, mijn kind.”
Ze streelde even over zijn blonde haren.
“Als je op zoek gaat naar antwoorden, dan zal je veel verschillende theorieën tegenkomen die elkaar tegenspreken.
Ze kunnen je in de war brengen en je kan er zelfs ziek van worden.
Ik kan je wel helpen met de namen van de sterren en de sterrenbeelden.
Ga je met me mee?”
De Engel stak haar hand uit.
Manu pakte haar hand vast en opeens waren ze in het heelal.
Overal waar hij keek zag hij prachtige gekleurde sterren.
Hij keek zijn ogen uit en hij voelde een enorme rust in zich opkomen.
Het leek wel of hij zich verbond met de sterren en planeten door alleen maar naar ze te kijken.
Hij voelde de grootsheid en oneindigheid niet alleen om zich heen, maar ook in zichzelf.
De Engel glimlachte en zei: “Je hoeft eigenlijk niet op zoek te gaan naar antwoorden buiten jezelf.
Je hoeft dit gevoel dat je nu voelt niet te vertalen naar een lager bewustzijn.
Dat zal het gevoel wat je nu beleeft tenietdoen en het zal een heel andere energie uitstralen dan wat jij nu voelt.
Als ik je een advies mag geven: ga niet op zoek naar antwoorden, maar blijf kijken naar de sterren en planeten.
Blijf met hen in verbinding, dan zijn er geen antwoorden nodig, omdat je al met hen verbonden bent.
Antwoorden willen hebben betekent dat je jezelf afscheidt van de sterren en planeten, terwijl we allen één zijn.
Je wilt iets verwoorden wat niet te verwoorden is.
Dat zorgt voor conflict in jezelf en buiten jezelf, omdat jij je dan afscheidt van het grote geheel.
Begrijp je wat ik je wil vertellen?”
Manu keek om zich heen en zag hoe in de verte een ster ontplofte.
Een enorme kracht ging door hem heen en hij voelde zich nog sterker verbonden met deze wereld.
Daarna keek hij zijn engel aan en zei: “Wat ik nu voelde is met geen pen te beschrijven. Hoe kan men het dan in een boek opschrijven?”
De Engel glimlachte.
“De mens is een nieuwsgierig wezen en wil alles wat men niet kent onderzoeken.
De sterren en planeten zijn al eeuwenlang de wegwijzers van jullie wereld.
Elk jaar zien jullie dezelfde sterren voorbij komen en die hebben jullie een naam gegeven.
Zo zijn de jaren en maanden en dagen bedacht.
De uren, de kwartieren, de minuten en seconden.
Aan de stand van de sterren kunnen jullie zien in welke maand je geboren bent, op welke dag en welk uur.
De sterren zijn er om op te navigeren en zijn belangrijk voor jullie wereld.
Natuurlijk zijn er nog veel meer redenen waarom ze er zijn, maar dat zal de mens nog niet kunnen begrijpen, omdat men daar nog niet toe in staat is.
Maar neem van mij aan dat het bij het grote kosmische plan hoort waar jij en ik uit zijn ontstaan.
Zodra je groter bent en net als ik een Engel, zal je alles begrijpen.
Maar geniet eerst van de sterren en planeten, want je bent net als ik een sterrenkind.
Kom, ik breng je weer terug naar huis.
Geniet van het universum, er is veel in te zien en neem het in je op.
Mochten er antwoorden gegeven mogen worden, dan zal je die kunnen vinden in jezelf.
Ze zullen dan vanzelf omhoog komen en je kunt iets meer begrijpen van de wereld waarin wij wonen.”
Ze stonden weer in zijn slaapkamer en heel voorzichtig legde zij het astrale lichaam van Manu terug in zijn fysieke lichaam.
Ze streelde hem nog even over zijn gezichtje en keek naar buiten.
“Ja jongen, er zullen nog vele lichtjaren voor nodig zijn om te begrijpen hoe alles werkelijk in elkaar zit.
Maar je hebt de tijd in deze wereld en als je blijft kijken en voelen in jezelf, kom je er wel.”
Ze drukte een zoen op zijn voorhoofd en zei: “Dag lieve Manu, tot de volgende keer.”
De volgende ochtend werd hij wakker, alsof hij extra uitgerust was.
Hij keek naar buiten en zag dat de zon opkwam en hij voelde haar stralen door het raam naar binnen komen.
Hij zuchtte en voelde.
Hij was verbonden met de zon en haar stralen.
“Nee,” zei hij tegen zichzelf. “Voor dit gevoel kan ik geen woorden vinden, dit is de aanraking van het universum zelf.”
Hij stond op om zich, telkens als de zon tevoorschijn kwam, te voeden met haar stralen.
In de avond zocht hij de maan en de sterren op.
Hij voelde de planeten en hij voelde hun oneindigheid, die ook in hem zat.
En zonder er woorden aan te geven genoot hij van het één zijn met alles.
Hij was een sterrenkind en samen was alles één.
Een vrouw staat voor haar deur en steekt de sleutel in het slot.
Vermoeid draait ze de sleutel om en doet de deur open.
Ze loopt naar binnen en sluit de deur weer achter zich.
Dan zakt ze door haar knieën en ze laat zich vallen op de plavuizen in de hal.
Met gierende halen huilt ze dikke tranen.
Ze heeft haar hand voor haar mond geslagen om het geluid van het huilen te dempen, want ze schaamt zich voor haar verdriet.
Als ze na een paar minuten uitgehuild is, staat ze op en loopt de trap op naar boven.
Haar bed, dat op een zolderkamer staat, ligt er nog onopgemaakt bij en de vrouw laat zich op het bed vallen.
“Wat moet ik doen? Waarom is mij dit overkomen?”
Ze wist het niet en had er geen erg in gehad, nee dat is niet waar, ze wilde het niet zien, en nu heeft ze een schuld die haar haar hele leven zal blijven achtervolgen.
Dan vouwt de vrouw haar handen en begint te bidden.
“Lieve vader.
Waarom overkomt mij dit?
Heb ik al niet genoeg geleden?
Wilt u mij laten zien wat er fout is gegaan en waarom ik nu in de problemen zit?"
De vrouw veegde de tranen van haar wangen, snoot haar neus en deed haar ogen dicht.
Ze was moe, het was een te lange dag geweest.
Ze was naar de bank geweest en had de controle over het geld wat ze kreeg verloren.
Ze zou nu week geld krijgen en de schuld zou haar jaren achtervolgen.
De vrouw kwam langzaam tot rust en voelde dat de slaap haar inhaalde.
Langzaam valt ze in een diepe slaap.
Haar overleden man zit op het voeteneind en kijkt verdrietig op haar neer.
Dan kijkt hij naar de Engel die bij hem staat en zegt: “Laat haar maar zien wat er fout is gegaan.
Ze moet dat inzicht krijgen, anders leert ze er niets van, en dit een belangrijke levensles.”
De Engel knikt. Hij pakt haar astrale lichaam op en zegt: “Ik breng haar straks terug.
Let goed op haar slapende lichaam.”
De man knikt en ziet hoe de Engel met zijn vrouw in zijn armen richting de Hemel vertrekt.
Het blijft een magisch gezicht om te zien hoe het beeld wat hij voor zich ziet openbreekt en de Hemel daarachter verschijnt.
Nadat de Engel met het astrale lichaam van zijn vrouw vertrokken was, streelde hij haar zachte haren en zei: “Hopelijk ga je zien wat je kunt veranderen mijn lief.”
De vrouw werd wakker in één van de Hemelse sferen en ze keek verschrikt om zich heen.
“Waar ben ik?” vroeg ze aan de Engel die naast haar stond.
“Je bent even op bezoek in de Hemel, omdat ik graag wil laten zien waar het mis is gegaan.
Het is een belangrijke les, maar het is ook heel begrijpelijk in jouw geval.
Kom, dan gaan we even naar dat gebouw.
Dan zal ik je laten zien hoe je tot dit probleem bent gekomen.
De vrouw liep naast de Engel mee naar een groot gebouw.
Het gebouw had grote ramen die glinsterden in de zon.
De hoge trappen en pilaren gaven een koninklijk aanzicht en de vrouw keek haar ogen uit.
Nadat ze de trappen hadden beklommen, deed een Gouden-Engel de deur voor hen open en ze kwamen aan in een grote centrale hal.
Opnieuw keek de vrouw met verbazing om zich heen.
Aan weerskanten van de hal zag de vrouw marmeren zuilen die tot hoog in de lucht reikten.
Deze zuilen waren zo hoog dat ze het einde ervan niet kon zien.
Er groeiden verschillende kleuren rozen tegen de zuilen aan en de geur van de rozen was Hemels.
Het plafond was het heelal en ze zag de steren en de planeten om elkaar heen draaien.
“Deze kant op”, zei de Engel en wees naar één van de vele deuren die zich in de hal bevonden.
De vrouw liep achter de Engel aan, door één van de deuren een kamer binnen en zag een groot scherm tegen de muur aan staan.
Het leek op een tv, maar dan anders.
“Ik wil je meenemen naar een tijd voordat je man stierf”, en samen keken ze naar het scherm.
Ze zag zichzelf naast haar man in een gezellig restaurant zitten, waar ze oesters hadden besteld.
De vrouw glimlachte en zei: “Ja, dat deden we graag.”
Daarna zag ze dat haar man stierf en dat zij alleen achter bleef.
Ze miste haar man.
“Kijk”, zei de Engel. “Hier gaat het fout.
Je hebt niet zoveel geld te besteden dan als toen met je man, maar je leefde nog wel op dezelfde manier.
Dat is wat je niet hebt ingezien.
Je man deed altijd de financiën en zijn krediet werd nu voor een groot gedeelte hiervoor gebruikt.
Kijk wat je hier doet”, en de vrouw keek weer naar de scherm.
Ze zag zichzelf naar mensen toegaan, omdat ze eenzaam was.
Ze wilde onder de mensen zijn, maar doordat ze zich opdrong vielen er steeds meer mensen af.
Wanhopig probeerde ze aardig, leuk en een vriendin te zijn, maar ondertussen claimde ze de ander.
Al haar geld gaf ze uit om mensen aan zich te binden, zodat ze haar maar leuk vonden.
Ze nam ze mee uit eten en stuurde bloemen als iemand ziek of jarig was, maar het was te overdreven en ze kreeg nooit iets van hen terug.
“Ik wilde alleen maar aardig zijn”, zei ze verdrietig. “Dat is toch niet mijn fout?”
De Engel keek haar aan en zei: "Na de dood van je man ben je in een put van eenzaamheid gevallen en je hebt die put willen dempen met aandacht van anderen.
Je bent weggelopen van je eigen verdriet en hebt zo geprobeerd je leven op te pakken.
Maar de mensen zien dat.”
De vrouw dacht eens na, maar zag nog niet in, dat zij zichzelf had weggegeven of de ander had geclaimd.
“Kijk”, zei de Engel weer. “Hier ontmoet je deze vrouw.
Een bewuste vrouw, een aardige vrouw.
Je voelt je bij haar op je gemak en het zou zomaar een vriendin van je kunnen wezen, maar zie wat er gebeurt waardoor alles uit balans raakt.
Kijk eens naar wat er gebeurt.”
De vrouw zag zichzelf voor de deur staan en zag dat ze aanbelde.
De deur werd geopend door de andere vrouw.
“Kijk eens naar wat je doet.”
De vrouw keek en zag dat zij zich klein en kwetsbaar maakte en teveel haar best deed om ervoor te zorgen dat de andere vrouw haar aardig vond.
“Zie je wat je doet?” De vrouw knikte.
“Je maakt je onderdanig aan de ander, maar kijk en luister naar wat je zegt.”
De vrouw luisterde naar haar eigen stem die zei: “Wat ben jij een mooi mens, mag ik je een knuffel geven?”
“Kijk naar hoe die vrouw reageert.”
De vrouw keek weer en zag dat deze vrouw bewust is en uit beleefdheid de knuffel in ontvangst neemt.
Deze vrouw ziet gelijk dat zij zichzelf niet is en een rol speelt.
Ze geeft zichzelf weg om zo gezien te worden.
“Waarom ben je niet gewoon jezelf?” vraagt de Engel aan haar.
Waarom doe je dit masker op als je mensen ontmoet? Dit is toch niet wie je werkelijk bent?”
De vrouw keek nog steeds naar het scherm en zag het beeld waarbij ze zich tijdens de volgende ontmoeting nog meer weg gaf.
Ze gaf bloemen, betaalde de etentjes en ze stuurde lange appberichtjes.
Ze stalkte nog net niet, maar zag wel dat de vrouw waarbij ze dit deed, haar een beetje van zich afhield.
Niet om haar te pesten, nee, maar uit zelfbescherming.
Dan zag ze een ander filmpje met mensen waarbij ze hetzelfde gedrag vertoonde.
Het geld ging op en ze had geen eigenwaarde meer.
Ze had er alles aangedaan om maar niet aan het rouwproces te hoeven te beginnen.
De Engel kwam op haar toe gelopen en zei: “Mijn lief kind, loop er nu niet meer voor weg en zie de spellen van het verdriet in.
Leer van jezelf en leer van jezelf om te zien wie je niet bent.
Rouw om je man, loop er niet meer voor weg en geniet van de kleine momentjes.
Het is vervelend dat je nu afgepast geld krijgt, maar accepteer het, maak het niet belangrijk.
Werk aan jezelf, dit is het moment."
De vrouw had ingezien dat ze voor haar verdriet was weggelopen om de eenzaamheid, die verscheurende pijn van het alleen zijn en dat diepe gemis.
De vrouw stond met tranen in haar ogen te kijken naar het beeld waarop zij zichzelf zag en glimlachte door haar tranen heen.
“Ja, het is nu tijd dat ik mijn rouwperiode onder ogen ga zien, maar dat niet alleen, ook dat ik afscheid moet gaan nemen van de persoon die ik niet ben.”
De Engel sloeg zijn armen om haar heen en zei: “Vertrouw op ons, wij helpen je.”
Opeens schrok de vrouw wakker en keek op de klok, half vijf.
Ze bleef nog even liggen en staarde naar het plafond.
“Ja, vanaf vandaag ga ik mezelf niet meer weggeven en zal ik bewust alle stadiums van rouwen ondergaan.
Opeens voelde ze de aanwezigheid van haar overleden man en de vrouw glimlachte.
Haar man lag naast zijn vrouw op bed en keek trots naar haar.
Eindelijk had ze haar levensles begrepen.
Ze was altijd al te goed voor anderen geweest, en nu mocht ze dit goede vanuit haarzelf voor zichzelf gebruiken.
Haar man gaf haar een zoen en streelde haar gezicht.
“Dag mijn lieverd, wij zien elkaar in jouw dromen terug.”
Hij verliet de kamer en de vrouw huilde zachtjes.
Ze had hem gezien, maar ook gevoeld en ze miste hem nu al.
Op een mooie dag zat een meisje voor het raam en keek naar buiten.
De zon scheen heerlijk en de bloemen die ze buiten zag stonden allemaal in bloei.
Er fladderden vlindertjes langs het raam en ze kon verstaan wat de giechelende beestjes zeiden.
Ze hadden zo’n lol en genoten zo van het heerlijke weer.
‘Kom’, zei er één, ‘laten we naar de bloementuin gaan!’, en alle andere vlinders riepen, ‘jaaah’, in koor.
Het meisje moest lachen.
Ze keek op van een vogel die voorbijvloog, het was de bonte specht.
Het meisje zuchtte: ‘Wat een heerlijke wereld’.
Ze zag Engelen met kindertjes aan hun hand lopen, deze kindjes waren hier even op bezoek.
Ze mochten nu even de sferen verkennen, om wanneer de tijd daar was, voorgoed hier naartoe te komen.
Een Engel had haar gadegeslagen en liep naar het meisje toe.
Hij ging op zijn hurken zitten en legde zijn armen op het tafeltje waar het meisje aan zat.
‘Ben je weer aan het dagdromen kleine meid?’, vroeg hij.
Het meisje keek verschrikt om.
De Engel die vandaag lesgaf was naar haar toe gekomen en had haar erop betrapt dat ze niet oplette.
‘Ja, eh ik zag de vlinders en de specht voorbijvliegen’, zei ze met een glimlach.
De Engel lachte: ‘Wat een lief kind ben je toch, je ziet ook alles.
Dit zal je goed van pas komen als je straks weer teruggaat’.
Het meisje wist wat de Engel bedoelde.
Ze zou straks met heel veel andere kindertjes teruggaan naar Aarde.
Ze zou een prachtig takenpakket meekrijgen en deze taken mocht ze uitvoeren als ze straks geboren is.
Het mooiste van alles was, dat ze net als de anderen kinderen lichtwerker zou worden.
Het meisje keek de Engel lachend aan en zei: ‘Ja wij gaan binnenkort op reis.
Ik verheug me er op’.
De andere kinderen in de klas begonnen nu allemaal door elkaar heen te praten.
Al deze kindertjes hadden net als zij, de taak om lichtwerker te worden op Aarde.
‘Stop! Stop!’, riep de Engel, ‘wacht, niet allemaal door elkaar praten’.
De kinderen begonnen te lachen.
Ze maakten niet zo vaak mee dat er een Engel in paniek raakte.
Maar de Engel herstelde zich weer snel en moest ook om zichzelf lachen.
‘Oké, hebben jullie nog vragen, want dan ga ik na de les jullie vragen beantwoorden.’
Een aantal kinderen staken hun hand op.
Het meisje deed dat niet, ze had alles al gehoord en wist precies wat er allemaal zou gaan komen.
Over een week zouden ze vertrekken.
Toen de school uit was, stond haar gids haar al op te wachten.
Een jaar geleden was hij naar haar toe gekomen.
Ze herkende hem meteen. Hij was haar vader uit een ander leven.
Haar vader die haar alles leerde. Hij was sjamaan en zij was zijn dochter.
Hij zou haar op deze reis gaan begeleiden en met haar samen deze mooie, maar ook moeilijke reis gaan maken, om haar te gaan helpen waar hij kon.
Het was altijd even spannend, want je kon elkaar ook kwijtraken en dan was de reis voor niets geweest.
Maar daar geloofde het meisje niet in.
Ze was zo sterk met hem verbonden, zodat ze zonder hem te zien al wist wat hij dacht of zou gaan zeggen.
‘Heb je een leuke les gehad?’, vroeg hij haar vriendelijk.
Het meisje knikte van ja. ‘Maar ik kan mijn aandacht er niet meer bij houden, ik ben te zenuwachtig voor de reis.
Morgen krijgen we de laatste instructies over wat we allemaal kunnen verwachten, welke lessen we eerst moeten doorlopen en in wat voor gezin we terecht gaan komen.
Het meisje hoopte op een lieve vader en moeder.
Ze hoopte op een fijn leven.
Ze wist al wel dat ze de grote levenslessen niet meer zo heel diep hoefde op te halen, misschien even een opfrisbeurt en ze zal de lessen des levens kennen.
Haar gids keek haar lachend aan.
‘Je bent goed voorbereid, ik weet zeker dat wij het heel leuk zullen hebben en dat wij heel veel mensen bij mogen gaan staan en helpen’.
‘Ik hoop het’, zei ze zacht, ‘ik wil het ook zó graag’.
Haar gids gaf haar een zoen op haar voorhoofd.
‘Rust wat uit, deze laatste week zal hectisch zijn en voor je het weet ben je weer terug op Aarde en is er een nieuw leven ontstaan’.
Het meisje ging rusten en de hele week beleefde ze zo bewust mogelijk.
Ze nam alles in zich op; de Hemel met haar verschillende sferen.
Zomerland waar de kindjes heen gaan, maar ook de Waterwerelden en de andere werelden waar nog niet veel over is geschreven.
De laatste lessen die ze van de Engelen kreeg, nam ze in haar zieltje mee om niet meer te vergeten.
En toen kwam de dag waar ze zo naar uit had gekeken.
Met de allerhoogste Engelen voorop, liepen ze naar het station.
De kinderen en hun gidsen kamen er achteraan en de Engelen sloten de rij af.
Toen ze met zijn allen op het perron stonden, riep een van de Hoogste-Engelen: ‘Mijn lieve kinderen.
Het is ons een eer om jullie naar de planeet Aarde te sturen.
Jullie kinderen, zullen een grote taak hebben, een taak die een stukje van de mensheid zal helen.
Jullie gaan mensen helpen, individueel en energetisch.
Jullie zullen met de energieën van de kosmos en van de Hemelse werelden prachtige vortexen neerzetten om de Aarde te helen.
Jullie doen dat niet alleen. Nee, jullie doen dit samen.
Jullie zijn zo op elkaar ingesteld dat jullie afzonderlijk met elkaar verbonden zijn.
Heb een goede reis en tot ziens’.
Iedereen applaudisseerde en was blij.
In de verte hoorden ze de locomotief al aankomen.
De kinderen waren nu nog drukker van opwinding.
‘Kijk daar komt hij!’, riep een jongen.
Alle kinderen keken naar de trein die langzaam het station binnen reed.
Het meisje keek haar ogen uit.
Haar gids keek naar de trein en keek toen haar lachend aan.
‘Ieder kindje krijgt een wagonnetje.
In dit wagonnetje ga ik met je mee.
Hier in je wagonnetje sta je even weer in verbinding met je Hogere-Zelf, maar ook met je Christus-Licht.’
Het meisje keek de gids vreemd aan.
‘Maar ik weet niet wie mijn Hogere-Zelf en mijn Christus-Licht zijn.
Ik heb ze nog nooit gezien?’
De gids lachte. ‘Je kunt ze ook niet zien, want je bent het zelf.
Jij zal in dit leven in contact komen te staan met je Hogere-Zelf.
Die staat het dichtst bij de Bron waar we allemaal vandaan komen.
Deze Hogere-Zelf gids geeft door wat er gebeuren moet om jou weer thuis te brengen.
Komt hij niet door alle lagen van verdichting heen, dan zal hij jouw gidsen vragen te helpen.
Jij zal dan met meerdere gidsen in contact komen te staan.
De Hogere-Zelf zal eerst via mij werken en dan zal ik een opa of oma of iemand anders vragen datgene door te geven wat de Hogere-Zelf wenst.
Dit kan alleen maar, omdat ze hetzelfde bewustzijn hebben als jij.
Zo kan het zijn dat je iedere keer een andere gids hebt die jou de antwoorden geeft.
Maar zodra jij, in de wereld waar je straks naartoe gaat, jezelf zover hebt ontwikkeld dat je rechtstreeks met mij kan praten, dan zal het snel gaan.
Dan gaan we al het karma wat je nog hebt, loslaten en we gaan alles wat jou nog bindt aan het Aardse leven oplossen en omzetten in licht en liefde.
Dit gebeurt, omdat dan het Christus-Licht in jezelf voorzichtig mag in gaan dalen.
Het is een prachtig proces.
Alles wat opgelost moet worden, zal je moeten afsluiten, net zo lang totdat al jouw karma en dat van je voorouders is opgelost.
Dan mag je naar huis en hoef je niet meer terug te keren.
Je bent dan over het lijden heen.
Je Hogere-Zelf is met je verbonden en straks kun je even met jezelf in contact komen.
Dan voel je pas waarom je naar de Aarde terug moet.
Dit is om jezelf te healen van alle karma wat je nog in je draagt en om zo een hele grote familie te helpen’.
Het meisje keek verrast. ‘Hier hebben de Engelen op school niet over gesproken.’
‘Jawel’, antwoordde haar gids, ‘maar jij zat met je gedachten weer eens ergens anders, je bent ook zo’n dromer’, en de gids begon te lachen.
De trein rolde langzaam het station binnen en kwam voor het meisje tot stilstand.
Verwonderd keek ze naar de drukte op het perron.
Alle Engelen, gidsen en kinderen liepen door elkaar heen.
Ze zochten hun eigen wagonnetje.
‘Kijk, hier moeten we zijn’, zei haar gids.
Hij liep naar een groen wagonnetje en deed de deur open.
Met een buiging zei hij, ‘uwe Majesteit, wilt u plaats nemen?’ terwijl hij haar ondeugend lachend aankeek.
Het meisje stapte het wagonnetje binnen en keek om zich heen.
Het was een mooi wagonnetje met gekleurde muren, zachte banken en mooie witte kanten gordijnen voor het raam.
De gids stapte binnen en wilde net de deur dicht doen, toen er een Engel naar binnen stormde.
‘Wacht! Ik moet nog mee!
Ik ben haar Beschermengel!’
Verwilderd plofte hij op de bank tegenover het meisje neer.
Met zijn drieën lachten ze vrolijk.
De reis kon beginnen.
Het meisje voelde een hoge energie toen de trein in beweging kwam.
Ze voelde de energie van de Bron waar ze mee verbonden was.
Niet alleen het meisje voelde deze energie, maar ook haar Engel en haar gids.
De hele reis was deze hoge energie bij haar aanwezig en tot aan het moment dat haar zieltje geboren werd, was ze in contact met haar Engel en gids.
Haar jonge jaren verstreken en heel langzaam verdween iedereen naar de achtergrond, om na jaren elkaar weer terug te vinden.
De laatste fase van opruimen was begonnen en ze zouden, zodra ze klaar was, met zijn drieën terug naar huis gaan. Samen in één wagonnetje.
Een vrouw was verdrietig.
Ze had zoveel meegemaakt, dat ze steeds terug moest denken aan haar verleden.
De pijn was zo nu en dan ondragelijk en daarom was ze erg verdrietig.
Ze keek om haar heen en ze zag daar de trap.
Deze trap was lang en eindigde pas op het puntje van de hoogste berg. De vrouw wist dat ze eens deze trap moest beklimmen, om zo tree voor tree haar verleden los te laten. En dat moment was nu aangebroken.
Ze had een rugtas bij zich, met daarin wat eten en drinken voor onderweg en ook een slaapzak.
Het was een lange reis en ze zou zeer zeker niet voor het donker aankomen.
De vrouw keek nog eens om haar heen en zette haar voet op de eerste tree.
Tree voor tree en stapje voor stapje klom ze de trap op naar het dak van de Hemel.
De trap was steil en ze moest zo nu en dan eens uitrusten om op adem te komen.
Vaak moest ze onder het lopen denken aan het verleden, maar vele trappen verder werd de pijn minder en gaf het een gevoel van rust.
De liefde voor bepaalde personen zal altijd blijven, maar soms moet je keuzes maken om verder te kunnen.
De vrouw bleef de trappen van de berg bewandelen en tegen de avond vond ze een geschikte plek om even te gaan slapen.
De volgende morgen heel in de vroegte werd ze wakker gezongen door de vogels.
En de vrouw glimlachte. Ze stond op en keek om haar heen.
Ze was nog niet halverwege en ze wist dat de beklimming nu pas zwaar zou worden.
Ze haalde een appel uit haar tas en begon die tijdens het klimmen van de trap op te eten.
Het was een mooie dag, de zon scheen en de vogels waren druk.
De bomen die nu nog aan de voet van de berg groeiden, waren uitzonderlijk groen van kleur. De vrouw genoot hiervan.
Na een tijdje zag ze dat de begroeiing minder werd en de rotsachtige grond meer zichtbaarder werd.
De kou zorgde ervoor dat hier minder bomen groeiden.
Deze overgang maakte de vrouw een beetje somber.
De zon verdween achter een dik wolkendek en het begon zachtjes te regenen.
De vrouw zwoegde zichzelf de trappen op en zo nu en dan keek ze naar beneden om te zien hoeveel ze al gelopen had.
Maar door de regen was er nog maar weinig zicht op het dal beneden, en de vrouw huilde nu zachtjes.
Ze wist dat dit de overgang van het verleden naar het heden was.
Het verleden was nu los en het heden was ze zojuist binnengestapt.
De vrouw liep verder de trappen omhoog en de scherpe kou werd feller en de regen ging over in sneeuw.
Dikke vlokken dwarrelden omlaag en bleven liggen op de trap.
Het zicht was niet meer dan een meter en ze moest goed kijken waar de treden van de trap waren.
Het was een barre strijd, maar de vrouw wist dat ze even door moest zetten.
Ze moest zorgen dat ze voor de avond inviel de wolken voorbij zou zijn. Maar de trappen leken onbegaanbaar en over een aantal trappen deed ze wel een half uur over. Maar ze moest door!
Als ze nu zou gaan rusten was de kans groot dat ze niet meer verder kon of terug en dat ze vast bleef zitten.
De avond viel in en de vrouw pakte een zaklantaarn om haar zelf meer licht te geven.
Heel voorzichtig schoof ze de sneeuw van de treden voor zich er af en op handen en knieën beklom ze die nacht de trap.
Tegen de morgen toen het licht werd zag ze de zon.
De zon scheen met zijn warme stralen op haar gezicht.
De vrouw keek en haar warme tranen liepen over haar gezicht.
Ze had de overgang van het verleden naar het heden volbracht.
De zon scheen, ze zag de trap naar boven langs de berg lopen en in de verte, boven aan de trap stond een klein huisje.
De vrouw glimlachte door haar tranen heen.
Ze was eigenlijk te moe, maar een adrenaline in haar zorgde ervoor dat ze verder klom.
De lucht werd ijler, de kou was aangenaam nu de zon scheen en het betreden van de trappen was zwaar.
Af en toe stond ze even stil om wat te eten en van het uitzicht te genieten.
Tijdens de beklimming genoot ze van deze wereld boven de wolken.
En op het einde van de dag, net toen het donker begon te worden, kwam ze bij het huisje aan.
Ze klopte aan en de deur ging open.
Een man met een dikke paarse mantel deed open.
Zijn felblauwe ogen glinsterden en keken haar lachend aan.
“Je hebt het volbracht!”, riep hij blij en ving haar op in zijn sterke armen. Hij tilde haar op en legde haar in bed waar ze kon uitrusten. Een knapperend haardvuur zorgde voor een rust en warmte.
De volgende dag werd de vrouw wakker en keek gelijk in een paar stralende ogen van de man.
“Mag ik me even voorstellen?, mijn naam is Saint Germain.
Ik mag u verwelkomen in het heden.
Kom eet wat”, en hij gaf haar een dienblad met eten die ze nog nooit geproefd had.
Ze begon te eten en het eten had zoveel energie, dat ze zich gelijk weer fit voelde.
“Ga je mee?” Vroeg hij haar en de vrouw stapte uit bed en deed haar jas aan.
Samen liepen ze naar buiten.
Saint Germain keek naar het dak van het huis.
“Ik wil je vragen om deze trap die naar het dak van het huis gaat, ook wil beklimmen?
Dit is de laatste trap die je nog moet klimmen, dan is er geen weg meer terug naar het verleden”.
De vrouw knikte en klom de trap op die naar het dak toe leidde.
Ze ging boven op het dak zitten en Saint Germain kwam naast haar zitten.
Samen keken ze naar beneden.
Ze zagen de wolken overdrijven, ze zagen de besneeuwde bergen en nu de zon scheen maakte dit alles zoveel mooier.
De vrouw begon te huilen. “Het is allemaal zo mooi, zo sereen.
Hier voel ik geen dualiteit, hier voel ik me één met alles”.
Saint Germain legde zijn arm om haar heen en zoende haar op haar wang.
“Ik ben heel trots op jou, maar kom, zullen we hier weggaan?”
En hij stond op, pakte haar hand beet en samen sprongen ze van het dak af en ze zweefden als een adelaar in de wind.
En net op het moment dat ze de grond zouden raken, deed ze haar ogen open.
De vrouw werd wakker en op haar stoel lag haar dikke winterjas.
En een sneeuwvlok dwarrelde van haar jas op de grond en verdween.
Ze was op het dak van de wereld geweest en ze glimlachte en bedankte Saint Germain voor zijn liefde voor haar.
Verdrietig staat een vrouw voor het raam en kijkt naar het sombere weer buiten.
Er scheert een ekster over de voedertafel heen en pikt in zijn vlucht een noot mee.
‘Een raar gezicht’, denkt de vrouw en glimlacht.
Die glimlach verdwijnt alweer snel en ze kijkt weer verloren uit het raam.
Een traan rolt over haar wang naar beneden.
Ze huilt zachtjes. Ze heeft zo’n verdriet.
De vrouw loopt naar de bank om hier te gaan liggen.
Vervolgens drapeert ze een deken over zich heen en legt haar hoofd op een kussen die in de hoek van de bank ligt. Langzaam valt ze in slaap.
Heel bewust ging ze door de lagen van de tijd.
Ze zag haar opa en oma in een flits voorbijvliegen.
Ze zag het leven wat ze tot nu toe had geleefd aan zich voorbijtrekken.
Ze zag haar kinderen die één voor één geboren werden.
Ze zag zichzelf als een jong tienermeisje en bij het beeld dat ze een klein schattig meisje was bleef de film staan.
Terwijl ze naar zichzelf keek veranderde langzaam het decor.
Ze was terecht gekomen in een wereld waar de zon scheen.
Deze Wereld was omheind met een hoog hek.
In dit hek bevond zich een deur die ze probeerde te openen, maar de deur bleef op slot.
Het meisje liep eens langs het hek, om te kijken of er nog ergens anders een deur te vinden was.
Maar hoe ze ook liep, ze zag geen andere ingang.
Bedroefd ging ze met haar rug tegen het hek aan zitten.
Ze had haar knietjes opgetrokken en keek huilend om zich heen.
Een kleine vlinder kwam naar haar toe gefladderd en ging op haar knietje zitten.
‘Waarom ben je zo verdrietig?’ vroeg de vlinder.
‘Ik wil graag deze wereld binnen gaan, maar de hekken zijn gesloten voor mij.
Ik mag denk ik niet naar binnen’, zei het meisje en de tranen stroomden uit haar oogjes en rolden over haar wangetjes naar beneden.
‘Ach arme schat, wat een verdriet.
Maar kom, volg mij maar’, zei de vlinder liefdevol.
Het kleine meisje stond op en liep achter de vlinder aan.
Het vlindertje bracht haar naar een nieuwe weg.
Deze weg was prachtig om te zien en had steentjes in verschillende kleuren.
Het meisje werd er vrolijk van, zo mooi was het.
Ze huppelde over haar nieuwe pad en keek vrolijk om zich heen.
Overal waar ze keek zag ze bloemen, vlinders en bijen.
De zon scheen heerlijk en haar weg werd steeds mooier en mooier.
Ze zag lieve kleine Elfjes die vrolijk om haar heen vlogen.
‘Kom je met ons spelen?’ vroegen ze haar en blij speelde het meisje verstoppertje met de kleine Elfjes.
Ze was goed in dit spel.
Regelmatig hadden de Elfjes moeite om haar te vinden. Maar uiteindelijk vonden ze haar toch en konden ze het spel weer opnieuw gaan spelen.
Deze keer was het meisje de zoeker.
Ze ging tegen een boom aan staan, deed haar handen voor haar ogen en begon langzaam te tellen, ‘1…2…3…4…5…6…7…8…9…10, wie niet weg is wordt gezien!’
Het meisje haalde haar handjes voor haar ogen weg, keek om zich heen en zei verbaasd: ‘Maar dit is niet het Elfendorp waar ik zojuist was!’
Ze keek uit over een landschap wat guur en verlaten was.
Hier en daar stond een enkele boom en de wolken waren grauw en grijs en de wind sneed haar adem af.
‘Hoe kan ik nu opeens in een wereld als deze terecht gekomen zijn?’
vroeg ze zichzelf af. ‘En waar zijn de Elfjes?’
Ze keek nog eens om zich heen, maar ze zag geen weg en ook geen pad dat haar van A naar B zou brengen.
Ze zag alleen maar enorme vlakten zonder weg.
Het meisje begon weer te huilen en liet zich op haar knietjes vallen.
Het begon te regenen en ze kreeg het koud.
‘Waarom! Waarom!’, riep ze luid door het windgeraas heen en de dikke tranen stroomden weer over haar wangen.
Het meisje begon te lopen, alleen wist ze niet meer waar naartoe.
Dan liep ze richting een boom, dan weer richting een andere boom.
Er lag wel een sloot, maar die kon ze niet oversteken.
Haar beentjes werden moe, omdat ze telkens met haar voetjes vast kwam te zitten in de modder.
Voordat ze van vermoeidheid in slaap viel riep ze nog eenmaal: 'Waarom!’
Een Engel die al die tijd achter haar had gelopen pakte haar voorzichtig op en nam haar mee naar de Hemelse sferen.
Hij waste haar en kamde voorzichtig haar lange donkere haren, terwijl het meisje al die tijd in slaap bleef. Uiteindelijk werd ze uitgerust wakker en zag de Engel. Verwonderd keek ze hem aan en hij sprak: ‘Welkom mijn kleine meid, ben je daar eindelijk?
Je hebt een zware weg voor jezelf uitgekozen, maar waarom?’
Het meisje keek de Engel met grote ogen aan en haalde haar schoudertjes op.
‘Ik weet het niet.’
‘Kom, zei de Engel, ‘ik wil je iets laten zien. Geef mij maar je hand’.
Het meisje keek naar de hand van de Engel en legde haar kleine handje in de zijne.
Ze liepen een gebouw binnen. In dit gebouw zag ze een groot scherm staan.
‘Op dit scherm kunnen we je leven terugzien’, zei de Engel.
‘We kunnen bekijken welke les je al geleerd hebt, maar ook met welke lessen je nog moeite hebt.
Op dit scherm kunnen we ook bekijken, wat de uitkomst van bepaalde handelingen is. Zullen we eens gaan kijken, naar wat je in dit leven allemaal al hebt geleerd?’
Het meisje keek naar het scherm en knikte van ja.
Het licht ging uit en de eerste beelden kwamen tevoorschijn.
Ze zag de lessen die ze allemaal had geleerd.
Ja, dat gaf haar heel veel rust.
Maar nu kwamen er lessen die ze nog nader mocht bekijken.
Ze zag keer op keer weer dezelfde les tevoorschijn komen.
Iedere keer op een andere manier.
Tijdens haar hele leven was deze les als een rode draad, die de controle had en er haar angst voor teruggaf.
‘Zullen we nu gaan kijken wat de gevolgen zijn als jij hiermee doorgaat?’
Het meisje keek van het beeld naar de Engel.
Tranen stonden in haar ogen en ze knikte weer.
Het beeld op het scherm ging verder.
Ze zag zichzelf nu als volwassen vrouw.
Ze liep door het huis, maar ze was niet echt thuis.
Haar angst, haar verdriet, haar woede en onmacht hadden haar volledig van haar pad afgehouden.
Ze was alleen, ze voelde zich eenzaam en was verscheurd van verdriet.
Ze kon niet meer, ze wilde niet meer, ze wachtte tot het haar tijd is en de Engel haar komt halen.
Het meisje keek met verschrikte ogen naar het beeld.
‘Nu gaan we kijken naar een film die toont wanneer je de les wel in gaat zien’, vertelde de Engel. Opnieuw ging het licht uit en het meisje keek naar de film.
Ze zag dezelfde vrouw.
Ze was netjes verzorgd, was vrolijk en ze had een vrijheid in zich die het meisje ook graag wilde ontvangen.
De vrouw had plezier in haar hobby’s, plezier in haar kinderen.
Door die les goed hebben ingezien was de vrouw zichzelf geworden.
Ze ontwikkelde zich steeds meer en ze werd bewuster en bewuster.
Het meisje zag een fijn leven.
De film was afgelopen, het licht ging aan.
‘Ga je mee?’, vroeg de Engel en weer gaf hij haar een hand.
Samen liepen ze het gebouw uit en gingen buiten op een bankje zitten.
Ze keken om zich heen en het meisje zag vele Engelen lopen.
Er was een grote tuin met de meest kleurrijke bloemen.
De vlinders fladderden heen en weer van bloem naar bloem.
Het meisje genoot even van deze wereld.
Hier was geen pijn en verdriet, maar haar hartje stond op knappen van de pijn.
Ze keek de Engel aan en zei: ‘Waarom heb ik zoveel verdriet, wat is de les die ik niet goed leer? Ik zie de les niet’.
De Engel keek glimlachend naar het meisje.
‘De les lijkt onschuldig, maar heeft grote gevolgen.
Je geeft te veel’, zei de Engel.
Het meisje keek de Engel vol ongeloof aan.
‘Ik geef te veel?’, vroeg het meisje met verbazing in haar stem.
‘Ja, je bent alleen maar aan het geven, zoveel dat jij jezelf erbij weggeeft.
Dat is wat er aan de hand is.
Je weet niet wie je bent, je weet niet of er een weg voor jou bestaat.
Je bent de richting van het leven helemaal kwijt.
Je hoopt, met door anderen te geven wat ze willen, een doel te hebben, geliefd te zijn. Het vast willen houden aan anderen houdt in dat je niet naar jezelf durft te kijken. Waar komt het gevoel van geven vandaan?
Waarom ga je daar zo ver in door?
Uiteindelijk ontstaat er conflict in jezelf.
Je krijgt het niet terug, je wilt ook die aandacht die jij iemand geeft en je gaat nog beter je best doen.
De ander hoeft niets meer te doen en jij geeft maar en geeft maar, totdat je in gaat zien dat jij de enige bent die alleen maar aan het geven is.
Maar dan is het te laat.
De boosheid komt dan tevoorschijn en je pijnlichaam dat zo vol zit met pijn, trekt ieder register open en kijkt terug op momenten, waar je hetzelfde is overkomen.
Maar omdat je niet naar jezelf durft te kijken en niet van jezelf leert en je angst hebt om deze les onder ogen te komen, ga je hiermee door.
Deze les zal zich blijven herhalen, totdat je wel naar jezelf moet kijken en dan pas kan er balans voor terug komen.
Dan pas zal het geven en nemen worden in elke relatie die je dan aangaat.
Als er balans is, dan ontstaat er vrijheid.
Als er vrijheid ontstaat, dan kun je jezelf nog beter leren kennen door naar jezelf te kijken. Geef anderen niet de schuld, wees niet boos op hen, maar ze spiegelen precies datgene wat bij jou niet in balans is.
Als je jezelf gaat onderzoeken, keer dan terug naar het verleden.
Begin bij je jonge jaren. Heb jij je toen niet te veel weggegeven?
Vast meer dan nodig was? Zie die momenten in. Je zult zien dat ze als puzzelstukjes op zijn plek komen te vallen.
Je zal het patroon in gaan zien. Zodra jij je hele leven, iedere relatie vriendschappelijk of niet onderzoekt. Pas dan zul je in gaan zien dat je hele leven gebaseerd is op het geven en niet op het ontvangen.
Zorg dat je die les in gaat zien, zodat je weer kan genieten zonder dat je er eerst jezelf ervoor weg hebt moeten geven’.
Het meisje had al die tijd naar de Engel geluisterd.
En ze wist dat ze eigenlijk geen keus had.
Er zat zoveel verdriet, zoveel pijn in haar hartje.
En die pijn was niet alleen van het probleem wat nu speelde.
‘Verstop je niet meer wanneer je eenzaam en verdrietig bent.
Blijf niet hangen in die pijn.
Kijk naar jezelf en geniet van de mooie dingen in het leven.
Je laat zulke mooie kansen liggen, door ze niet in te zien.
Maar goed, ik breng je even naar bed.
Hier in het rusthuis mag je even bijkomen van de Aardse lessen en daarna breng ik je weer terug’.
Het meisje ging op het bed liggen en de Engel pakte een paar steentjes uit een mandje. Hij liet ze boven lichaam van het meisje zweven.
Het meisje werd licht in haar hoofd en langzaam viel ze weer in slaap.
Ze zag dat de Engel haar optilde en ze zag de twee wegen die ze kon bewandelen.
Ze zag de liefdevolle Elfjes. Ze deden nog steeds verstoppertje en opeens was de vrouw weer terug.
Ze keek verschrikt om zich heen en zag dat er maar vijf minuten verstreken waren.
Langzaam en nog beduusd stond ze op en liep naar de tafel.
Ze pakte een pen en papier en begon te schrijven. Ik geef te veel.
