~ ♥ De Poort van Mount Shasta ♥ ~ niet

Het is niet ver hier vandaan. Misschien maar een paar meter van ons af, ligt de grens van mens naar het Feeënrijk.

Als mens kun je deze grens niet oversteken en de Feeën gaan niet terug naar een wereld waar dualiteit heerst.

Zij kennen geen tegenstellingen, ze zijn één met alles.

Maar soms is er een uitzondering en mag de schrijfster van dit verhaal zo nu en dan een kijkje nemen achter de sluiers van de tijd.

Ook dit keer mocht ze een bezoekje brengen.

Zij hebben haar al vaker gezien en het weerzien is een feest.

Een oude Fee kwam op haar toe gelopen.

‘Welkom mijn kind!’ riep hij haar tegemoet.

De vrouw begroette de oude Fee liefdevol.

‘Wat fijn om weer terug te zijn, ik heb jullie zo gemist.

Ik heb vaak vanuit mijn wereld naar de sluiers gekeken en gewacht, totdat ik weer naar binnen mocht, met de weet dat niet ik beslis, maar de Feeënwereld zelf.’

De oude Fee sloeg een arm om haar heen.

‘Kom, laten we een stukje gaan wandelen.’ En samen gingen ze op weg.

 

Het was een heerlijk land dit Feeënrijk.

De nachten waren hier zwoel en dagelijks, in de vroegste ochtenduren net even voor zonsopgang, regende het. De dagen waren zonnig, niet te koud en niet te warm.

Het landschap was adembenemend.

Hoge heuvels met de hoogste bomen, veel hoger dan bij ons.

Het rook hier ook heel anders.

Hier voelde je de stilte en vrede in en om je heen.

‘Waar gaan we naartoe?’ vroeg de vrouw.

‘Wij gaan naar een plek, waar ook voor ons een opening is naar een andere wereld.

Velen onder ons kunnen daar nog niet doorheen en moeten net als bij jullie wachten, totdat ze ervoor open staan.

Het is belangrijk om te weten dat wij ook onze lessen moeten leren.

Wel hele andere lessen dan bij jullie, maar het zijn toch lessen.’

‘Maar mag ik daar zomaar naar toe, want ik ben geen Fee?’ vroeg de vrouw nu verbaasd.

De oude Fee begon te lachen en keek het vrouwtje plagend aan.

‘Is dat zo?’ Alsof er niets gezegd was, liep hij verder naast de vrouw.

De vrouw kende de Fee goed genoeg. Hij sprak wel vaker wartaal.

Maar als zij dan later aan zijn woorden terugdacht, begreep ze pas wat hij ermee had bedoeld.

 

Het was nog rustig in de hoge heuvels.

Het pad dat door de hoge heuvels liep was smal.

De regen was net voordat de vrouw deze wereld binnen was gekomen opgehouden.

Overal hing de zoete geur van de bloemen die open waren gegaan door de eerste zonnestralen.

Het was een mooi pad dat zich een weg naar boven baande.

In de aanwezige stilte zag de vrouw zo nu en dan de nieuwsgierige blik van een eenhoorn vanuit de struiken op hen gericht.

‘Wat een prachtige wereld!’ zuchtte de vrouw.

De oude Fee glimlachte. ‘Kom, we zijn er bijna.

Boven op die berg is de deur waar we doorheen moeten.’

De berg was best hoog en ze hadden elk wat moeite met de hoogte.

Boven op de berg lag zelfs sneeuw en de vrouw moest de oude Fee helpen, zodat hij niet zou vallen.

Maar uiteindelijk zagen ze de deur.

‘Laten we naar binnen gaan’, zei de oude Fee uitnodigend.

De oude Fee pakte een lantaarn van de muur en stak deze aan.

Door het licht van de lantaarn zagen ze de fonkelende muren aan de binnenkant van de berg.

De vrouw liep naar de muur toe en voelde met haar vingers over de glinsterende stenen.

‘Dat zijn smaragden’, zei de Fee.

‘De wereld waar wij straks naartoe gaan, is net zo zuiver als deze smaragden en het zal jou healen.’

‘Healen?’ vroeg de vrouw.

‘Ja healen, je bent nu in de berg “Mount Shasta”.

Dit is een alom bekende berg, waar de oude en wijze meesters vaak komen.

Zij zullen jou nu verder helpen.

 

De vrouw was er al vaker geweest als ze verdrietig was of ziek.

Dan ging ze met haar gevoel naar de trap en boven aan de berg stond Sananda haar altijd op te wachten.

Hij bracht haar dan naar haar kamer.

Een kamer helemaal voor haar alleen.

Daar mocht ze in bad en kreeg ze een prachtig kleed aan.

En dan sliep ze in een kamer met de mooiste edelstenen in de muur.

Boven haar lieten ze dan ook edelstenen zweven, zodat als ze wakker zou worden in haar eigen bed de zwaarte van het leven en het verdriet van haar was afgevallen.

‘Maar ik ben hier al vaker geweest’, zei ze tegen de oude Fee.

‘Dat klopt, maar nu ga je er echt naartoe.’

‘Was dat andere dan niet echt?’ vroeg de vrouw weer.

‘Jazeker, dat was ook echt, maar nu ga je er bewust naartoe.

Al die andere keren werd je meegenomen en nu ga je vanuit jezelf.

Kom, ze staan op ons te wachten.’

 

Samen liepen ze achter elkaar de trappen af naar beneden, totdat ze niet verder konden. Daar was een lift.

De liftdeur ging open, de oude Fee doofde de lantaarn en ze stapten naar binnen.

Deze lift was van steen met mooie edelstenen in de muren.

Ook waren er geen knoppen voor de verschillende etages.

Het leek of de lift niet bewoog, het was er muisstil.

Opeens ging de deur open. Voorzichtig stapten ze naar buiten.

Wat ze zagen was een adembenemend schouwspel.

Zo mooi was het hier binnen in de berg. Het was er licht.

Het plafond was bezaaid met sterren en planeten die in beweging waren.

Pilaren aan weerskanten zo hoog, waardoor je niet meer kon zien waar het einde was.

In het midden een groot plein met een vloer van marmer en zoveel licht, dat het pijn deed aan je ogen.

Achter iedere pilaar was een deur en achter die deur een kamer.

De vrouw herkende het meteen.

 

Er kwam een man aangelopen. Hij had een lange bruine overjas aan die open stond.

Hij droeg een nette pantalon met een jasje in bijpassende kleur en daaronder een gestreept overhemd.

De kleding was niet van deze tijd, maar van een aantal eeuwen terug.

‘Welkom!’ riep hij haar van veraf toe.

‘Welkom mijn kind, hoe was je reis?’ vroeg hij haar terwijl hij haar lachend aan keek.

De vrouw had deze meneer nog nooit gezien, maar hij kwam haar wel bekend voor. ‘Kom, ik zal je naar je kamer brengen’ en hij ging haar voor naar haar kamer.

Hij opende de deur en daar stond haar bad al klaar.

Hij legde een paar handdoeken voor haar klaar, voor als ze straks uit bad stapte.

Vervolgens riep hij een paar Engelen en vertelde hun dat zij de speciale bad-ceremonie mocht ontvangen.

De oude Fee en de man verdwenen.

 

De vrouw kleedde zich uit en stapte voorzichtig in bad.

Het water was aangenaam en de Engelen wasten haar haren, haar rug, haar hele lichaam.

Het water liep weg en er kwam weer helder water voor in de plaats.

Weer werd ze van top tot teen gewassen en elke keer met een nieuw sterk geurend stuk zeep.

Het water verkleurde meerdere malen en als het te donker werd, verdween het en daar kwam weer schoon water voor terug.

De vrouw kreeg zeven wasbeurten. In het nog donkere water zag de vrouw verschillende gevaarlijke dieren, zoals spinnen en schorpioenen.

Maar het water werd lichter en met het lichter worden kwamen alle kleuren van de regenboog tevoorschijn, totdat uiteindelijk de kleur parelmoer overbleef.

De bad-sessie was klaar en de vrouw stapte uit het warme water.

Haar lichaam voelde schoon en licht aan.

Haar huid was glanzend en de pijn in haar lichaam was verdwenen.

Ze werd afgedroogd en ze kreeg een prachtig blauw kleed aan.

De deur van het kamertje ging open.

De oude Fee en de man stapten naar binnen.

Ook zij hadden nu een prachtig gewaad aan.

 

‘Kom’, zei de man, ‘je mag op het bed dat voor je klaar staat gaan liggen.’

De vrouw keek naar het bed en liep er naartoe.

De Engelen hielpen haar en legden een wit laken over haar lichaam.

‘Nu ben je thuis’, zei de man. ‘Sluit nu je ogen en laat mij het werk doen.’

De vrouw bedankte de Engelen en sloot haar ogen.

De man ging naast haar staan en hield zijn handen boven het lichaam van de vrouw.

Hij voelde eerst en toen bewoog hij met zijn handen razend snel heen en weer boven het lichaam van de vrouw.

Door de enorme kracht van deze handeling, kwam de energie van de vrouw helemaal los van het lichaam.

De vrouw zag dit niet, maar voelde het wel.

Door de druk van zijn handen werd de energie steeds verder opgevoerd.

Totdat de druk heel zwaar begon te worden.

Het voelde alsof een olifant op haar lichaam kwam zitten, maar ze bleef stil liggen, ze had vertrouwen in deze man.

Net wanneer de vrouw voelde dat zij de druk niet meer aan kon, zag ze in de verte een “Violette Vlam” op zich af komen.

Ze voelde ook dat de druk bij elkaar geraapt werd en als een bal op haar buik lag.

Het vuur was nu dicht bij haar en de bal werd opgepakt door het Violette vuur en verdween.

Dit herhaalde zich drie keer, totdat de laatste bal, die minder zwaar woog, verdween.

‘Je mag je ogen weer open doen’, fluisterde de man zachtjes in haar oor.

‘Het is allemaal weg en verbrand en het zal niet meer terug komen’, zei hij blij.

‘Wat is er verbrand?’ vroeg de vrouw en de man lachte.

‘Je pijn, je angst, je boosheid, je jaloezie, jouw onzekerheid.

Alles wat jou uit balans haalde heb ik weggehaald.

Je bent weer schoon en ik zal er voor zorgen dat je schoon blijft, want wij gaan samen verder’, en hij kuste haar voorhoofd.

‘Onthoud het maar, “Saint Germain” is mijn naam.’ En hij verdween zomaar in het niets.

 

De vrouw keek de oude Fee verschrikt aan.

‘Kan dat zomaar?’ De oude Fee gaf haar ook een kus op haar voorhoofd.

‘Ja dit kan en wij zien elkaar snel.’ Opeens was ook hij verdwenen.

De vrouw zat nog rechtop in het bed en keek de kamer rond.

Het was er prachtig, maar de slaap begon het te winnen.

De vrouw ging weer liggen, om later in haar eigen bed weer wakker te worden.

Ze had haar gewaad nog aan en ze wist dat ze dit niet gedroomd had, maar dat alles echt gebeurd was.

Lachend stond ze op en ze keek naar buiten, waar het inmiddels gestopt was met regenen en de zon kwam op.

~ ♥ Herboren Engel ♥ ~

Het was ochtend en een zwarte Engel werd wakker.

Ze was wakker geworden van het lawaai dat vanuit de straat kwam.

Het was geschreeuw van de andere Engelen die bij haar in de straat woonden.

Het kwam steeds vaker voor dat zij daar wakker van werd.

En ook als zij naar bed wilde gaan, dan waren er nog veel Engelen laat op straat.

Ze maakten de straat onveilig en zij wist wat ze doormaakten.

De haat die je dan kon voelen en de pijn, omdat je niet begrepen werd door de andere Engelen.

Het was een lange tijd geleden, dat zij net als deze Engelen over straat zwierf en alles wat ze maar kapot kon maken, ook kapot ging maken.

Ook andere Engelen heeft zij kapot gemaakt, want de macht van de sterkste was heel belangrijk in deze straat.

Ze was inmiddels al wat rustiger geworden, omdat zij al een oude Engel was geworden.

Haar prachtige verenpak was al bijna kaal en zwart.

 

De oude Engel stond op en liep naar de spiegel die zij ooit eens voor zichzelf gemaakt had.

De spiegel zag er net zo oud en vuil uit als zij en ook haar huis zag er armoedig uit.

Het huis was vuil en er liep ongedierte op plaatsen waar het niet thuis hoorde.

Ze kon zich nog vaag herinneren dat haar huis ooit straalde in de zon.

Het was een prachtige straat en de Engelen die er woonden waren zo prachtig wit van kleur.

Het was een mooie wereld, dat kon ze zich nog wel herinneren.

Iedereen was vrolijk en blij en de kleine Engelen speelden op straat.

Ze konden er veilig leven.

Nu was het, het tegenovergestelde van wat er toen was.

De oude Engel liep naar het raam en maakte met haar zwarte veren een stukje van het raam schoon.

Ze kon door het vuile glas de straat op kijken.

De zon was hier ook al heel lang niet meer geweest.

De lucht was zo zwaar vervuild, dat de wolken alleen nog maar zwart water regenden, waar je dan weer ziek van werd.

 

De oude Engel liep bij het raam weg en ging weer naar de spiegel die in de hoek stond.

Ze keek naar het donkere silhouet van zichzelf.

Ze schrok van hoe ze eruit zag.

Een oude zwarte Engel die te veel had meegemaakt.

Ze liep naar haar bed en ging op de rand zitten. Ze staarde wat voor zich uit.

‘Hoe kon ik mijzelf zo verliezen’, dacht de Engel.

‘Wat is er gebeurd dat ik ben, zoals ik nu ben?

Het leven wat ik eens had als witte Engel was zoveel mooier, dan wat ik nu heb.

Wat kan ik doen, wat moet ik doen, om weer het leven terug te krijgen wat ik zo lief had?’

Er was nog een klein beetje liefde in de Engel aanwezig en dat kleine beetje liefde begon weer op te leven.

Het begon te gloeien en het werd licht van kleur.

De oude Engel stond op en begon te zoeken, ze had nog ergens schoonmaakspullen staan.

En ja hoor, in een hoekje van de kast vond ze een emmer met schoonmaakspullen.

De spullen waren bijna niet meer te zien door al het stof. 

Ze pakte de spullen op en liep ermee naar de kraan.

Het water was het enige zuivere wat nog in deze straat te vinden was.

De geur in de fles met schoonmaakmiddel was blijven hangen en rook naar witte rozen en witte lelies.

Het was net of alle herinneringen terugkwamen toen ze de fles opendraaide.

De heerlijke geur was zo bekend, dat ze er tranen van in haar ogen kreeg.

De herinneringen aan die mooie tijd kwamen langzaam weer terug.

 

De oude Engel begon te poetsen en ze was een hele dag bezig om haar huisje aan de binnenkant schoon te krijgen.

Het was een hele klus, maar de voldoening die het bracht nu het weer schoon was, was vele malen mooier, dan hele dagen in een vies huis te moeten zitten.

Voordat de Engel tussen haar hagelwitte lakens ging liggen, nam ze een schuimend bad en ze genoot van het water.

Ze droogde zich af en ze zag tot haar stomme verbazing, dat ze allemaal nieuwe veren kreeg.

Het waren allemaal kleine veertjes, maar ze waren wel wit!!

‘Dit is een goed begin.’ dacht de Engel en stapte tevreden in haar bed.

Ze dacht heel even aan de dag van morgen, want dan wilde zij de buitenkant van haar huisje schoon gaan maken. 

Ze had het nog niet gedacht, of ze viel al in een diepe slaap.

De volgende morgen werd de Engel wakker.

Ze had in tijden niet zo goed geslapen en ze nam een sprongetje om uit haar bed te komen. 

Ze was blij en liep naar de spiegel om zichzelf te kunnen zien.

Ze schrok! Ze was wit en ze had opeens zoveel veren, prachtige witte veren.

‘En dat allemaal in één nacht, omdat ik mijn huisje schoon heb gemaakt.

 

Wat zal er gebeuren als ik de buitenkant ga schoonmaken?’

Ze wilde niet langer wachten en ze maakte opnieuw een emmer met sop klaar en ging naar buiten.

Ze begon bovenaan en iedere pan op het dak en iedere steen van de muur werd schoon geschrobd, tot het blonk.

De grauwe stenen waren niet langer grauw, maar wit van kleur en het dak, dat ooit een zilveren gloed had, was nu helemaal weer zoals het vroeger was.

Alle Engelen in de straat stonden haar uit te lachen.

‘Wat zag die Engel er gek uit en wat was zij in duivelsnaam aan het doen?’

De oude Engel was niet verbaasd om de reacties vanuit de straat.

Ze wist heel goed dat het voor hen een vreemde gewaarwording was.

Op het einde van de dag was haar huisje sprankelend schoon en haar tuintje netjes onderhouden. 

Het was het mooiste wat zij in tijden had gezien.

 

De andere Engelen kwamen voor haar huis staan en begonnen haar vragen te stellen. 

Het werd een leerzame avond en het was voor het eerst weer gezellig in de straat.

Voldaan ging de oude Engel naar haar bed en viel in slaap.

De volgende morgen werd ze weer wakker van veel lawaai.

Ze had gehoopt dat de andere Engelen er wat van hadden opgestoken, maar blijkbaar was dat niet het geval geweest.

Ze ging weer voor de spiegel staan en schrok zich wezenloos.

Wat was dit!! Zij had gouden vleugels! Zo mooi, dat tranen van ontroering over haar wangen stroomden.

Ze liep naar het raam en keek erdoor naar buiten.

Het zonnetje kwam een beetje tussen de donkere wolken door en de Engel keek verder de straat in.

Iedereen was aan het boenen en poetsen en iedereen hielp mee. 

Het was een prachtig gezicht om te zien hoe ze de binnen- en buitenkant van hun huisjes tegelijkertijd schoonmaakten.

En de zon werd feller en feller naarmate de straat schoner en schoner werd.

~ ♥ Hemels feest ♥ ~

Ze zon was bijna onder, een jonge dame stond op haar waranda en keek naar het weidse landschap.

De uitgestrektheid was magische nu de zon bijna onder was.

Er was geen enkele huis of boom in de weide omtrek te zien en het voelde of ze alleen op deze wereld was.

Ze ging uit vanavond, ze wilde naar een feest in de stad.

Ze had haar lievelingsjurk aangedaan en wachtte tot het tijd was om te gaan.

Het was nu bijna donker, de maan was vol en de sterren kwamen steeds helderder tevoorschijn.

Ze pakte haar autosleutels en haar vestje en liep naar haar auto toe.

Een oude pick-up truck.

Startte de auto en reed langzaam de weg op.

Het was een lange stille weg, alleen bestemmingsverkeer maakte hier gebruik van.

In de verte zag ze een vel licht op haar afkomen.

Ze zette haar auto aan de kant.

Meestal was het een grote tractor, waar ze dan even voor moest stoppen om deze grote gevaarte voorbij te laten gaan.

De jonge vrouw wachtte tot het felle licht dichter bij zou komen en dat ze weer verder kon rijden, maar ze bleef het felle licht zien en het kwam niet dichterbij.

Ze deed haar auto uit en haalde de sleutels uit het contact.

Deed het portier open en stapte uit.

Voorzichtig liep richting het felle licht.

Een warm gevoel overviel haar.

Ze stond in het witte licht en ze werd omarmt door liefde, geluk en blijdschap.

Opeens was het felle licht verdwenen en ze was op een plek die ze wel herkende, maar niet goed kon plaatsen.

Ze was hier eerder geweest, maar wanneer kon ze niet meer herinneren.

Een oude vrouw stond naast haar, glimlachte en zei, “kom meisje, ik neem je mee naar een echt groot feest.”

En de oude dame begeleide haar naar een groep mensen die met elkaar stonden te praten.

“Ik wil graag iemand aan jullie voorstellen, ze is nieuw hier.

Ik heb haar een uitnodiging gestuurd om hier vannacht aanwezig te zijn.”

De groep mensen keken de jonge vrouw aan en begonnen te lachen en begroete haar allerliefst.

De muziek ging spelen en een optocht kwam langs.

Samen met de groep mensen keken ze wie er allemaal voorbij zou komen.

Ze zag Meester Sananda en ze zag Moeder Maria, ze maakte contact met Meester Kuthumi en ze kreeg een handkus van Meester Germain en ze mocht op audiëntie bij de Meester Boeddha.

Ze zag de prachtigste praalwagens, ze zag de mooiste bloemen en wat een heerlijkste muziek werd er gespeeld.

Ze zag Engelen, lichtwezens die zo lief waren en de jonge vrouw was omringt met alleen maar geluk en heel veel liefde. 

Er werd gedanst, heel veel gedanst, grote kringen zielen met verschillende gedaantes dansten zij aan zij, het was allemaal zo hemels.

Tot het moment dat ze afscheid moest nemen, de oude vrouw kwam haar halen en keek blij.

“Wat fijn dat jij zoveel plezier hebt gehad”, zei de vrouw.

Vanaf nu ben je altijd uitgenodigd om hier te zijn als wij dit feest vieren.

Kom ik breng je naar huis.”

De jonge vrouw nam afscheid van haar nieuwe vrienden en ook de Meesters namen afscheid van haar.

Meester Sananda knipoogde naar haar, en streelde zacht haar wang.

“Alles komt goed, weet dat ik altijd naast je sta.”

Ze knikte en lachte door haar tranen heen.

In een flits was ze weer aan de kant van de weg.

Het felle licht was er nog steeds en een stem zei liefelijk en zacht: “Tot volgend jaar mijn kind”, en het licht verdween.

Het was koud.

De jonge vrouw deed de knoopjes van haar vestje dicht.

Keek toen nog eens naar de sterren en de maan en huilde zachtjes.

Het gemis van die blijdschap en liefde was nu al voelbaar en ze zuchtte.

En een zachte hand streelde haar wang en ze wist dat ze nooit alleen zal zijn.

~ ♥ Tranen van een Engel ♥ ~

‘Waar ben je?’ vroeg een meisje aan de Engel die achter haar stond.

‘Ik kan je niet zien, maar ik weet dat je bij me bent.’

Het meisje kreeg geen antwoord.

Ze wilde zo graag contact maken met haar Engel.

Elke morgen als ze wakker werd vroeg ze waar hij was en elke avond voor het slapen gaan vroeg ze het weer aan hem. Maar de Engel reageerde niet.

Niet dat hij niet wilde.

Nee, hij wilde het heel graag, maar hij kon haar niet op die manier bereiken.

Elke keer als het meisje vroeg: “Waar ben je nu?”, kreeg hij medelijden met haar.

Tot op een dag hij het bedroefde gezichtje niet meer aan kon zien.

 

Hij liep van haar weg en ging op zoek naar antwoorden.

Hijzelf wilde graag contact met haar maken, maar het opmerkelijke was, dat het hem niet lukte.

De Engel zwierf door werelden en keek naar andere Engelen die wel contact hadden met hun lieve vrienden.

Ze hadden plezier en spraken elkaar heel erg veel.

Vaak zag hij dat de Engelen hielpen met het oplossen van problemen.

Ook vertelden ze hoe de werelden waarin de Engelen leefden er uitzagen.

Oh, de Engel zag zulke mooie dingen.

Hij zag dat alle Engelen alleen maar wilden helpen net zoals hij dat zo graag wilde doen.

Alles wat ze deden was uit liefde voor de mens.

 

De Engel ging verder op weg.

Hij zag andere werelden. Werelden die hij nog nooit gezien had.

Werelden met Elfjes, lieve trollen en kabouters maar ook natuurgoden.

Iedereen was bezig met de mens. Iedereen keek naar de mens.

Alles werd in de gaten gehouden en in kaart gebracht.

De Engel had hier veel van geleerd en hij besloot om naar de hogere Engelen te gaan.

Het was een lange reis en onderweg zag hij zoveel mooie dingen.

De Engel wist niet, dat de wereld van de Engelen zo groot was en daarin zoveel verschillende zielen woonden.

En iedereen stond in contact met elkaar. Het één kan niet zonder het ander.

 

Na een lange reis kwam de Engel bij de hoogste Engelen aan.

Deze hadden het universum verdeeld in verschillende ruimten van licht en tijd.

In iedere ruimte leerden de bewoners net even iets anders.

De Engel was gearriveerd.

Bij de poort stond een Engel met een zwaard.

Hij opende het hek en de Engel stapte naar binnen.

Hij liep het grote plein over en aan de overkant stond een groot paleis.

Hij klopte op de deur en de deur ging open.

Een Gouden Engel kwam naar hem toe en gebaarde hem dat hij moest volgen.

De Engel volgde de Gouden Engel en keek zijn ogen uit.

Wat hij allemaal zag! Het was zo ontzettend mooi.

Het plafond was het universum.

Hij zag alle sterren en planeten, maar ook alle ruimten van tijd.

Het paleis was van wit marmer en grote pilaren reikten tot het oneindige.

Overal waar hij zag waren de Engelen druk bezig.

Alles was zo licht en de lucht zo aangenaam warm.

Je kreeg meteen het gevoel dat je welkom was.

 

De Gouden Engel, die voor hem uit liep, opende een deur en gebaarde weer dat hij naar binnen kon gaan.

De Engel stapte naar binnen en hij zag twaalf Hemelse Wezens in het wit.

Hun ogen waren groot en als je goed keek zag je sterren en planeten.

Ze keken door alles heen. Hij hoefde niets uit te leggen.

Ze wisten waarom hij hier was.

Ze liepen allen naar hem toe en verwelkomden hem.

Eén van hen, begon tegen de Engel te praten.

De Engel luisterde naar wat dit Hemelse Wezen hem te vertellen had.

 

‘Het was een lange reis. Een hele lange reis!

Je hebt de werelden verkend. Je hebt alles gezien wat je maar kon zien.

Je hebt nu heel veel antwoorden over het universum in je zitten en dat betekent dat je nu contact kunt maken met het meisje.

Zij zal alles willen weten en alles willen zien.

Het meisje zal alles wat jij aan haar vertelt opschrijven en zo aan de wereld vertellen.

Jij zal zo goed helpen. Jij zal niet achter haar staan. Nee, jij zal naast haar staan.

Hand in hand gaan jullie onze wereld binnen.’

De Engel was zo blij. Eindelijk kon hij contact maken met het meisje.

Eindelijk kon hij haar laten weten, dat hij er al die tijd was geweest.

Het Hemelse Wezen die zijn gedachten had gelezen zei; ‘Het spijt me, maar in de wereld waar het meisje woont is tijd erg belangrijk.

Jij bent een lange tijd weggeweest. Ze is niet meer klein en schattig.

Nee, ze is nu een volwassen vrouw die zich verlaten voelt.

Een vrouw die de eenzaamheid niet goed kan verdragen. Zie hier!’

 

Het Hemelse Wezen liet hem de beelden zien, waarop getoond werd hoe de vrouw vocht, om te overleven in een wereld van tijd en dualiteit.

‘Komt dit door mij? Oh, ik heb haar in de steek gelaten!  

Wat erg, ze is al die tijd zo ongelukkig en eenzaam geweest.’

De Engel liet zich op de grond vallen en begon te huilen.

‘Hoe kon hij! Hij die zo graag wilde helpen!’

En zijn tranen vielen op de marmeren vloer.

Het Hemelse Wezen keek bedroefd naar de Engel en zei; ‘Maar vergeet niet, dat als jij terug komt zij een van de gelukkigste mensen op Aarde gaat worden.

Jullie zullen contact hebben. Hoe mooi is dat?

Het is allemaal goed geweest en vanaf nu kunnen jullie samen anderen helpen.’

De Engel stond op en veegde de tranen van zijn gezicht.

‘Echt…? Is het echt goed geweest…? Was dit de bedoeling?’

De Engel keek blij en verrast.

 

‘Ik wil zo snel mogelijk terug. Dit heeft al te lang geduurd!’

De Engel nam afscheid van de Hemelse Wezens en vertrok.

Toen het grote hek achter hem sloot, keek hij nog één keer om en zei; ‘Ik kom je halen meisje.

Ooit zullen wij hand in hand in deze mooie wereld wandelen.’

En plots stond hij naast het meisje.

Ze was ouder geworden, maar ze was nog even lief als vroeger.

De pijn van de wereld lag als een zware deken over haar heen.

Hij hoefde het alleen maar van haar schouders af te halen.

En met een zucht van verlichting zag de vrouw er weer uit zoals ze er vroeger uitzag.

Een lief en begripvol meisje met alleen maar oog voor het mooie in deze wereld.

En voor het eerst voelde ze zijn aanwezigheid.

Een traan van vreugde gleed over haar wang naar beneden.

Ze was niet meer alleen. Ze waren samen één.

~ ♥ De wachters van het licht ♥ ~

‘Wat is er Meester, waarom staart u zo naar de Aarde?’

De Meester keek zijn leerling aandachtig aan.

‘Kijk goed naar de Aarde, wat zie je dan?

Wat voor energieveld zie je om de Aarde heen?

En wat kunnen wij er aan doen?’

De leerling keek naar de Aarde, voelde eens goed en zei: ‘Ik zie een dicht energieveld Meester.

Hier en daar zie ik plekken die helemaal dicht zijn, maar ik zie ook plekken waar ik bijna doorheen kan kijken.’

De Meester was het eens met zijn leerling.

‘Maar,’ zei de Meester, ‘hoe kunnen wij helpen, zodat alle dichtheid optrekt?’

De leerling keek, maar zag nog niet de juiste oplossing.

‘Ik weet het niet’, zei hij tegen zijn Meester, ‘misschien is het een lang proces van eeuwen, want als ik vooruit kijk zie ik wel veranderingen.’

De Meester had het ook gezien.

‘Ja, het gaat de goede kant op.’

Maar wat de Meester ook zag in de lijnen van de tijd, is dat het nog maar net goed zal gaan en dat er ingegrepen zal worden van buitenaf.

 

‘Zie jij die lijnen van de tijd?’ vroeg de Meester aan zijn leerling.

De leerling keek en knikte van ja.

‘Wat is dat?’ en hij wees met zijn vinger naar een periode in de tijd.

‘Dat is een tijdlijn en op die tijdlijn zal er door ons ingegrepen worden.

Nog net op tijd, zie je dat? Dat het energieveld heel erg dicht is op die plek.’

En de Meester wees met zijn vinger naar een continent op Aarde.

De leerling keek en zag het ook waar zijn Meester over sprak.

‘Maar Meester, is er dan niemand op deze Aarde die deze planeet kan redden van die dichtheid?’

De Meester keek zijn leerling weer aan en schudde met zijn hoofd van nee.

‘Geen enkel mens alleen kan de Aarde redden.’

‘Maar Meester, hoe moet de Aarde dan weer gezond worden en liefdevol?’

 

De Meester ging een beetje dichter bij de Aarde staan en zijn leerling volgde hem.

‘Al deze mensen hebben een ziel en al deze zielen zijn heel verschillend.

De ene ziel heeft veel meer levens geleefd op de Aarde dan de andere ziel.

Zo zijn er verschillende zielen.

Babyzielen zijn hier voor het eerst op Aarde.

En als die babyzielen op Aarde de nodige ervaringen op hebben gedaan, gaan ze over naar jonge ziel.

Ook als jonge ziel reïncarneren ze meerdere keren en leren ze de nodige levenslessen.

Totdat ze over gaan naar jongvolwassen zielen en ook dat duurt vele levens.

Vervolgens gaan ze verder als volwassen ziel en zo gaat dat door naar oude ziel.

Ook als oude ziel zullen ze nog vele levens moeten leven en reïncarneren.

Vaak om de laatste levenslessen te leren die nog geleerd moeten worden.

Daarna komt het Meesterschap en hoeft de ziel niet meer terug te reïncarneren, de ziel is dan Meester geworden over het lijden.

Deze oude zielen zijn zeer belangrijk, zij begrijpen de lessen van de wereld waarin ze leven.

Zij geven geen aandacht aan de dualiteit van andere zielen.

Zij houden de dichtheid tegen met hun licht.

Daarom zie je op bepaalde plekken van de Aarde dat de dichtheid minder is dan op andere plekken van de Aarde.

Daar leven veel meer oude zielen in één land of continent.’

 

Vol verbazing keek de leerling naar de Aarde.

‘Maar waarom laten wij niet alleen oude zielen leven op deze mooie planeet?’

De Meester begon te lachen.

‘De Aarde is een Hemel, maar ook zij is op de weg van babyziel naar oude ziel.

Zolang zij erin toestemt dat alle zielen op haar mogen leren, zal zij verder komen in haar eigen zielenreis.

Uiteindelijk komt alles tezamen en zijn de Aarde en de zielen tegelijk klaar.

Ondertussen is er een nieuwe planeet die dezelfde weg aflegt als de Aarde.

Eén waarop zielen mogen leren en ervaren en zo blijft de cyclus doorgaan.’

De leerling begreep wat zijn Meester hem had verteld en keek nog eens richting de Aarde.

Hij zag de dichtheid wegtrekken en hij zag een fel helder licht het universum in schijnen.

De leerling keek zijn Meester verbaasd aan en hij lachte blij.

‘De Hemel zal op Aarde komen!’

Heb je een vraag naar aanleiding van deze verhalen? Of wil je graag een reactie plaatsen, dan kan dat ik mijn gastenboek. De vragen zal ik zo liefdevol beantwoorden hier op deze website bij Vraag & Antwoord.

~ ♥ Gastenboek ♥ ~

Commentaren: 0