~ ♥ Verhalen uit het leven 2. ♥ ~

~ ♥ De Weg naar Binnen ♥ ~

Lang geleden woonde er in een klein dorpje een lief meisje.

Ze was niet ouder dan een jaar of zes en ze was een mooi en schattig kind.

Het was een stil meisje en iedereen die haar zag, keek altijd een beetje vreemd naar haar.

Waarom iedereen dat deed, begreep het meisje zelf ook niet.

Het wereldje waar ze graag in leefde, was die van haar eigen fantasie en ze was daar ook vaak te vinden.

Het was een mooie wereld en er was er altijd wat te beleven en te zien.

Haar gedachten waren vaker in haar fantasiewereld, dan in de wereld waar ze eigenlijk echt moest zijn.

De echte wereld was niet zo leuk als haar eigen fantasie.

Dus elke dag ging ze terug naar haar eigen wereld en speelde daar met vriendjes en vriendinnetjes die veel van haar hielden.

Het was daar zo fijn en de zon scheen er altijd.

Er kwamen ook nog andere lieve vriendjes, die je in de wereld waar ze eigenlijk moest zijn, niet kon vinden. Tenminste, daar zag ze hen nooit.

In haar eigen wereld waren ook kabouters en Elfjes, Natuurgoden en lieve Engeltjes. Iedereen was altijd blij en er was er altijd feest. Iedereen hield van elkaar.

Dit was een wereld waar iedereen gelijk was en niemand was er beter dan de ander.

Het was de perfecte wereld.

 

Het was alleen jammer, dat ze er niet altijd kon blijven en de andere bewoners waren altijd een beetje verdrietig als het meisje weer terug moest naar haar echte wereld.

Het meisje kwam er vaak en de jaren verstreken.

Het meisje werd groter en groter.

Ze kwam nog vaak in haar zelf gemaakte wereld, maar er was in de loop van de jaren wel wat veranderd.

Ze was verdrietiger geworden, dat kwam door de gebeurtenissen die ze in de echte wereld had meegemaakt.

En telkens als ze haar fantasiewereld binnen ging, nam ze het verdriet met zich mee.

De Engelen konden het niet langer aanzien en gingen ergens anders spelen.

Ze keken soms even om het hoekje van die wereld, om te zien hoe het met haar ging.

Maar ook de kabouters en de Elfjes verstopten zich als ze eraan kwam en kwamen pas weer tevoorschijn als ze weg was.

Het was niet leuk van ze, maar ze konden niet anders.

Hoe kan ze liefde ervaren als ze niet meer weet wat liefde is.

‘Als ze het terug heeft gevonden zal ze ons weer zien’, zei een Engel op een dag.

‘Wij moeten ons verstoppen voor haar, maar in haar hartje weet ze dat wij er voor haar zijn, zodra ze de liefde teruggevonden heeft.’

 

Het meisje groeide verder op en werd een vrouw.

De vrouw ging niet meer naar haar fantasiewereld van lang geleden.

Ze had het verzonnen en dus was het onzin.

Haar leven was nu hier, daar hoorden geen Engeltjes en Elfjes in thuis.

Tenminste, dat zei haar omgeving.

Maar diep in haar hart voelde ze nog het geluk dat ze als klein meisje had ervaren.

‘Het was een harde wereld’, vond de vrouw en ze merkte, dat hoe meer ze naar anderen luisterde, ze steeds verdrietiger werd.

Op een dag dacht ze aan haar hartje en dat daar geen liefde meer in zat.

Maar toch was daar opeens een klein vonkje in haar hart.

Dat vonkje vertelde haar, dat er wel degelijk liefde was in haar hart.

Niet veel, maar er zat nog wel wat.

Het vonkje werd groter en groter en het hart van de vrouw begon te gloeien en krachtiger te kloppen.

‘Ik hoefde alleen maar naar mijn eigen hart te luisteren’, zei de vrouw.

En ze voelde weer echte liefde stromen.

Alle puzzelstukjes van haar leven vielen op zijn plek.

Ze leidde een leven, zoals anderen dat graag wilden, maar niet hoe ze het zelf graag wilde!

Ze begon weer geluk te voelen en hoe meer liefde en geluk ze kreeg, hoe meer Elfjes en Engeltjes weer tegen haar spraken.

Ook de kabouters kwamen terug en de Natuurgoden en vele anderen die ze nog niet kende, kwamen haar leven binnen wandelen.

Ze hoefde niet eens een eigen wereld te fantaseren.

Nee, deze keer kwamen ze uit zichzelf naar haar toe en haar leven werd met de dag mooier en mooier, het was één groot feest!

Het vrouwtje is nu gelukkig en heeft zoveel vrienden die elkaar in hun waarde laten.

Deze wereld, lijkt op de wereld die ze als kind ooit eens had gemaakt.

Alleen is deze veel mooier.

~ ♥ Zwarte nacht van de Ziel ♥ ~

Een klein meisje ligt in haar bedje te slapen.

Opeens schrikt ze op en stapt haar bedje uit.

Ze doet haar jurkje en schoentjes aan en loopt de trap af naar beneden, doet de voordeur open en loopt naar buiten.

Als ze op het zandpad aankomt, loopt ze richting het bos.

Het bos is vlak bij haar huis.

Aan het einde van de zandweg is de ingang van het bos.

Zodra het meisje het bos inloopt, zijn daar de eerste Elfjes al om haar te begroeten.

Ook de vogeltjes vlogen rond haar en waren blij.

De reetjes sprongen van plezier voor haar uit op het zandpad.

Langzaam liep ze van de ene wereld de andere wereld binnen en het meisje vond het heerlijk.

Telkens kwam ze andere bijzondere wezens en dieren tegen, die dan weer een eindje met haar meeliepen en haar op haar weg begeleidden. 

Diertjes en wezens die ze nog nooit had gezien en waar ze de naam niet van wist.

Ze was al in alle werelden geweest en ze had al heel veel vrienden gemaakt, behalve in die ene wereld, daar was ze nog nooit geweest.

Dat was een wereld waar iedereen over sprak.

Maar ze was nog nooit verder gekomen dan tot aan deze wereld.

Ze hadden wel verhalen gehoord, maar of die nu verzonnen waren of werkelijkheid, daar kon niemand een echt antwoord op geven.

 

Het meisje bleef lopen.

Het werd langzaamaan stiller en het werd donkerder.

Ze hoorde vreemde geluiden om zich heen, maar ze zag niets.

Alleen de weg voor haar was nog iets verlicht.

Het meisje bleef lopen en enge monsters probeerden haar bang te maken, maar het meisje werd niet bang.

Spinnen, slangen, spoken en hele enge monsters probeerden haar van haar pad af te duwen, maar het meisje ontweek ze allemaal en bleef stug doorlopen.

Ze voelde beestjes kruipen over haar lichaam en ze voelde allemaal handen die haar betastten, maar het meisje sloeg het weg en liep weer vol zelfvertrouwen verder.

Het pad veranderde van een harde ondergrond naar mul zand en het lopen werd zwaarder.

Het begon te regenen en het zware zand werd drijfzand, het zoog aan haar korte beentjes.

Ze wilde verder lopen maar het zand zoog haar nog verder naar beneden.

Het meisje probeerde de kant vast te grijpen, maar het lukte niet.

Heel even sloeg de paniek haar om het hart, maar snel corrigeerde ze zich weer. 

Ze werd rustiger en langzaam liet ze het drijfzand bezit van zich nemen.

Ze gaf zichzelf over en doordat ze zichzelf overgaf, was ze sneller aan de andere kant.

Weer was daar een pad, ze liep verder en weer waren er enge beesten die op haar af kwamen.

 

Een tijger stond plots voor haar met zijn brullende bek wijd open en hij kwam op haar af gelopen.

Rennen had geen enkele zin en als ze liet merken dat ze bang was, zou hij haar in stukken scheuren. 

Het meisje bleef staan en liet alle liefde die ze in zich had stromen. 

Om haar heen hing een licht van liefde en de tijger brulde wel, maar liep in een langzame beweging langs haar heen. 

Het meisje was opgelucht, want ze begreep heel goed wat er aan de hand was.

Dit was “de zwarte nacht van de ziel” en als ze rustig bleef en niet in paniek zou raken, dan had ze een kans om in die laatste wereld terecht te komen.

 

Het meisje liep verder, nog steeds was het donker en opeens was het pad weg.

Alleen de duisternis was om haar heen.

Ze wilde terug gaan, maar toen ze zich wilde omdraaien zat daar op een steen een grote dikke slang.

De slang kroop van zijn steen en sleepte zijn logge lijf naar het meisje toe.

Vlak voor haar kwam hij omhoog.

Zijn ogen keken in die van het meisje en hij opende zijn bek.

En net op het moment dat hij toe wilde slaan sprong het meisje de duisternis in. 

In een vrije val, viel ze naar beneden. In het donker, niet wetend wat er was gebeurd, niet wetend wat er komen zou, bleef ze maar vallen.

En ook hier begreep het meisje dat ze rustig moest blijven en niet bang moest zijn.

Ze ontspande zich en viel en viel en viel…


Opeens was het licht.

Ze zag een pad, wat zich voor haar uitstrekte en vanuit het niets begon ze weer te lopen.

Vlinders fladderden weer om haar heen, vogels vlogen voor haar uit en ze beleefde hetzelfde pad opnieuw.

Totdat ze weer bij de rand van de onbekende wereld was aangekomen.

Het was stil op het pad, maar de duisternis was nog niet begonnen.

Het was daar stil en vredig.

Ze kende dit gevoel niet, ze kon het ook niet benoemen.

Ze liep verder, totdat ze op een groot plein was aangekomen.

Op het plein stonden alleen maar Hemelse Wezens in prachtige gewaden.

Ze waren blij en juichten van plezier.

Ze omhelsden haar en zoenden haar wangetjes van blijdschap.

Ze had het gehaald en de wezens om haar heen leerden haar daarna wat ze mocht leren uit deze wereld, totdat de deur open ging.

Daar stond haar moeder in de deuropening. 

Het meisje werd rustig wakker met een glimlach om haar mond.

‘Ik heb zo heerlijk geslapen mama.’

Moeder gaf haar kind een zoen op haar voorhoofd en glimlachte.

Vanuit de hoek keken de Hemelse Wezens naar haar.

Zij zag ze ook en wist dat ze nooit meer alleen zou zijn.

~ ♥ De Put van Gisteren ♥ ~

Een klein meisje zat eenzaam tegen een muur aangeleund. Ze was verdrietig.

Haar hele leven heeft ze moeten vechten.

Nee, voor spelen had ze geen tijd.

Het meisje zat met haar rug tegen de muur aan en huilde zachtjes.

Dikke tranen gleden over haar betraande gezichtje naar beneden.

‘Waarom is mijn leven zo moeilijk en bij andere kinderen niet?’

Na deze vraag ging ze nog harder te huilen en zag niet dat het muurtje waar ze tegen aangeleund zat, veranderde in een diepe put.

Toen ze eindelijk uitgehuild was, was ze zo ontzettend geschrokken.

‘Hoe ben ik hier in terecht gekomen?’ En het meisje probeerde ophoog te klimmen, maar ze viel steeds weer naar beneden.

Moedeloos werd ze er van.

Ze huilde en schreeuwde tegelijk en ze probeerde het elke keer opnieuw.

En elke keer als ze naar benden viel, werd de put een beetje dieper.

 

Op een dag klom ze weer naar boven, ze was bijna uit de put, maar toen verloor de ze haar concentratie en viel weer met een harde klap terug op de grond.

Het meisje voelde zich machteloos.

Ze hulde nu dikke tranen en ze wist zich geen raad.

Ze lag op haar rug en keek naar dat ene kleine licht stipje boven haar.

Daar was de vrijheid.

Nog harder ging het meisje huilen en met gierende halen riep ze naar het licht ‘Please, Pleace, i need a miracle!!’

Nadat gezegd te hebben viel ze in een diepe slaap.

 

Ze werd mee genomen niet zo ver bij haar vandaan.

Een wereld waar de Elfjes en kaboutertjes wonen.

Het was hier zo vredig en de zon scheen zo helder, de kleuren waren zo prachtig en de wind rook zo zoet naar de bloeiende bloemen.

Het meisje lag tegen een oude wijze eik aangeleund.

Ze keek naar boven en zag de zon door de bladerenpracht heen schijnen.

Het was zo vredig hier.

Hier voelde ze geen pijn, verdriet, angst of eenzaamheid.

Nee, al deze emoties had ze achter gelaten in de put.

Het meisje dacht er over na.

‘Wat vreemd, ik heb mijn zorgen achter gelaten, en zonder al die zorgen ben ik hier, hier in deze prachtige wereld.’

De oude eik begon me haar bladeren te ritselen.

Het meisje keek op en hoorde de boom zeggen; ‘Jouw zorgen is ook  jouw denken, hier spreekt jouw hart.’

Het meisje begreep er niets van en keek de oude boom vragend aan.

‘Jouw denken zorgt er voor dat je vast blijft houden aan gebeurtenissen die al zijn geweest.

Dat is al verleden tijd. Dat is al geweest.

Daar kun je niets meer aan veranderen.

Elke dag is een nieuwe dag, en alles wat gisteren is geweest laat je los.

Ja, ik weet het, soms moet je dingen regelen, maar als je ze niet gelijk kan oplossen, laat het rusten en ga verder met je leven.

Blijf niet hangen in problemen van gisteren.’

Het meisje had met verwondering naar de wijze eik gekeken. ‘Is dat zo simpel?’

‘Ja, als je dit inzicht voelt en begrijpt kun je leven zoals hier.

En de oude eik bewoog met haar takken.

‘Kijk om je heen, hier spreekt je hart.

Dit is jouw wereld zonder zorgen.

Dit ben jij en ik’, zei de oude eik ‘ik ben jouw innerlijke gids, die jou nu uit de put haalt.’

Het meisje begreep dat alles wat ze hier zag haar zelf was, dit liefdevolle wereldje was ze gewoon zelf.

Deze wereld lag in haar hart.

Ze bedankte de wijze eik en omhelsde haar.

‘Tot snel’, zei deze. En het meisje werd wakker.

Ze zat niet meer in de put maar lag tegen een muurtje aan.

Ze stond gelijk op en stapte er over heen.

Ze leefde niet meer in de wereld van gisteren, nee ze leefde nu in de wereld van haar hart, met de wijze eik als gids.

~ ♥ De Reis is het Doel ♥ ~

Opeens stond hij daar, in een wereld die hij nog nooit had gezien.

Prachtige bomen in vele kleuren groen stonden parmantig en trots aan de oever van een rivier.

Het water was helder en als je goed keek, zag je de vissen heen en weer zwemmen. Er hing een oase van rust over deze wereld.

De jongen die deze wereld zojuist was binnen gestapt, keek zijn ogen uit.

In de verte zag hij een bankje staan en hij besloot om daar naartoe te lopen.

Onderweg zag hij vlinders, groot en klein.

De vogels die vrolijk voor hem uit vlogen, wezen hem de weg.

Zo nu en dan zag hij het hoofd van een hert nieuwsgierig boven het struikgewas uitkomen.

Het was een prachtige wereld.

De paddenstoelen die langs het pad stonden waren rood en geel van kleur.

En als hij goed keek, zag hij de kleine bewoners van deze prachtige creaties.

Ook zag hij de Elfjes heen en weer vliegen.

Ze lachten voortdurend en dat zorgde ervoor dat de sfeer prettig aanvoelde.

De jongen was nu bijna bij het bankje.

Nog één bocht en dan was hij er.

 

Langzaam werd het donker.

De zon verdween en de maan verscheen.

Het zilveren licht bescheen de rivier en de bladeren van de bomen.

Het laatste stukje duurde langer dan hij had gedacht, maar hij had zich geen seconde verveeld.

Hij had konijntjes gezien en lieve roofvogels die voor hem uitvlogen.

De krekels zongen samen met de kikkers een duet. Alles was hier zo heerlijk.

Opeens bleef de jongen staan.

Hij bedacht zich dat het idee om naar het bankje te lopen, hem alleen maar een onderliggende onrust had gegeven.

Waarom wilde hij daar nu zo graag heen?

Dacht hij soms dat daar meer te zien was dan onderweg?

Het was de bank die aangaf…: ‘Dit is de mooiste plek, hier moet je naartoe.’

De jongen keek om zich heen. Alles is hier prachtig.

De reis naar het bankje is heerlijk, maar moet er altijd een doel zijn?

Of is de weg er naartoe niet veel mooier, dan het doel zelf?

 

De jongen begon weer te lopen.

De maan verdween en de zon verscheen.

De Elfjes waren vroeg wakker en vlogen druk en lachend in het rond.

De vogels vlogen weer voor hem uit en de kleine bewoners van de paddenstoelen, openden nieuwsgierig hun deurtjes om te zien wie er voorbij kwam lopen.

De jongen ging de bocht door en daar stond het bankje.

Het was een heerlijke plek.

Hij kon de rivier van deze kant goed zien en ook de bomen aan de oevers.

Hij ging op het bankje zitten en overdacht zijn vraag nogmaals.

Opeens stond er een prachtige vrouw naast hem en ze begon tegen hem te praten: ‘Het is leuk om een doel te hebben, maar vaak is de reis er naartoe nog mooier.

Als het doel bereikt is, dan is er geen reis meer.

Vaak komt dan de onrust terug en wordt er weer een nieuw doel gecreëerd, zo begint de reis opnieuw.

Je kunt ook de doelen weglaten, dan blijft alleen de reis over.

Onderweg gebeuren dan de spannendste dingen en vervelen zul je je nooit.’

De jongen keek blij, het antwoord sprak hem aan.

Hij had genoten van de reis.

Nu hij het doel, het bankje had bereikt, moest hij opstaan en gewoon deze wereld opnieuw binnenstappen en genieten van zijn reis.

De mooie vrouw knikte en gaf hem een ketting met daaraan een sleutel.

‘Nu kun je altijd de deur openmaken naar deze wereld.’

En ze gaf hem een zoen op zijn voorhoofd. ‘Welkom mijn lieve jongen!’

De jongen keek op, maar de mooie vrouw was al verdwenen.

Hij keek in het rond en vervolgde zijn pad.

Hij had geen doel en geen verwachtingen.

Met een open geest stapte hij de wereld zonder doel binnen.

En het was de mooiste reis van zijn leven.

~ ♥ Het Meisje en Haar Pijnlichaam ♥ ~

Moeder zuchtte nog eens, ze had het volbracht.

Een prachtig meisje lag in haar armen.

Ze glunderde en ze was zo trots op haar mooie meisje, ze is zo lief en nog zo puur. Vader kwam de kamer binnen en keek vertederd naar zijn vrouw

en hun prachtige dochter.

“Lieverd, ik heb een verassing voor onze kleine meid.

Ik heb een kast met laatjes voor haar gemaakt.”

Moeder keek vader vragend aan: “Waarom een kast mijn lieverd?”

Vader keek naar zijn pasgeboren dochter.

“Mocht ze eens nare en vervelende ervaringen in het leven meemaken, dan kan ze die in de laatjes leggen.

Mocht ze verdrietig zijn in haar leven, dan kan ze dat verdriet in dit kastje leggen en weer gelukkig zijn.”

Moeder begreep wat hij bedoelde en ze hoopte dat ze dit kastje zo min mogelijk hoefde te gebruiken.

 

Het baby’tje wat net geboren was lag tegen haar moeder aan.

Ze huilde, omdat ze zo’n honger had.

Moeder wachtte nog heel even, het was namelijk nog iets te vroeg voor een volgende voeding.

De baby huilde nu harder en gilde het haast uit.

Op datzelfde moment was het of zij zichzelf zag, er was nog een baby geboren en deze leek sprekend op haar.

Ze stopte met huilen, maar het andere baby’tje huilde door.

En ze hield pas op met huilen op het moment dat moeder haar te eten gaf.

 

Samen groeiden ze op en het ladekastje wat vader had gemaakt, raakte al behoorlijk vol.

Het meisje keek vaak naar haar evenbeeld.

Haar zusje was vaak verdrietig en huilde veel.

En als ze haar zin niet kreeg, ging ze op de grond liggen en maaide dan met haar armen en benen heen en weer.

Net zolang totdat ze kreeg wat ze zo graag wilde.

Het meisje keek haar zusje vaak verbaasd aan.

Ze waren ook zo anders, zij zo lief, zo sereen, ze hoefde niets eigenlijk.

Ze was ook zo puur in haar ziel. Maar haar zusje maakte van alles mee.

Het leek ook wel of ze steeds in de val liep van het verdriet.

Ze voelde zich alleen en niet begrepen.

Ze werd vaak boos en voelde zich niet gezien.

Ze huilde vaak, omdat niemand echt van haar hield en de pijn in haar stapelde zich op.

Het kastje van vader puilde uit.

Ze had zelfs op de lades van het kastje stickertjes geplakt.

In de ene lade zat al haar woede en in een andere lade zaten alle momenten van jaloezie.

Haar verdriet had meerdere lades nodig en elke keer, wanneer ze weer eens verdrietig was, schreef ze het op een stuk papier en stopte dit dan in één van de lades van het kastje.

 

De twee kinderen werden groot, nog steeds was het ene meisje puur als liefde en haar zusje vol woede en verdriet.

Langzaamaan begon het boze zusje het meisje aan te vallen.

“Waarom moet ik alle klappen opvangen?! Waarom IK!!”

Ze was zo boos, ze wilde net als het meisje zijn, die zo mooi en puur liefde was.

Maar ze wist niet hoe.

Op een dag begon ze het meisje te pesten.

Ze was jaloers en wilde haar steeds meer pijn doen.

Maar wat ze ook probeerde, het lukte haar niet.

Ze liep weg bij het meisje en ze stond nu alleen in deze donkere wereld van zichzelf.

Het ladekastje van vader zat vol en er kon niets meer bij.

Overal in haar kamertje lagen stukjes papier op de grond, met daarop een nare ervaring geschreven.

En er kwamen elke dag meer en meer nare ervaringen en gedachten bij.

 

Ze werd depressief, ze zag filmpjes aan zich voorbijgaan over de conflicten die ze met anderen had.

Ze had gesprekken in zichzelf, over hoe ze het anders had moeten doen of zeggen.

En ze herhaalde iedere nare situatie waar ze geen controle over had, telkens maar weer opnieuw.

Ze kreeg het gevoel dat de hele wereld tegen haar was.

Ze voelde zich nog meer alleen. Ze was bang en ze zag geen uitweg meer.

Alles was zwart om haar heen en ze viel op haar knieën.

“Help me! Help me alsjeblieft!”

En langzaam kwam het meisje achter haar tevoorschijn en hielp haar overeind.

 

Ze liepen samen naar de ladekast en ze openden alle laatjes.

Ze legden alle verdrietige momenten bij elkaar.

Ze legden alle momenten van jaloezie bij elkaar

Ze legden alle momenten van woede bij elkaar.

Ze legden alle niet begrepen momenten bij elkaar.

En ze legden alle vreugdevolle momenten bij elkaar.

Het meisje liet haar zusje inzien, dat alle verdrietige momenten in haar leven teruggaan naar dat ene moment.

Het moment dat ze honger had en graag wilde eten en moeder daar nog heel even mee wilde wachten.

Het meisje liet haar zusje inzien, dat alle momenten van jaloezie uit dat ene moment zijn ontstaan.

Het moment dat het meisje rustig bleef en afwachtte en zij niet.

Zij had deze afwachtende controle niet in zich, nee zij wilde zich uiten.

 

Het meisje liet ook inzien dat vanaf dat ene moment ook woede en eenzaamheid zijn ontstaan, het gevoel niet begrepen te worden, zelfs vreugde zat erin.

Al deze emoties zijn uit dit ene moment geboren.

Elke keer wanneer er iets naars gebeurt, komt de pijn van die allereerste ervaring naar boven, maar ook al die nare ervaringen die daarna kwamen.

En zo blijf je gevangen in je eigen emoties van je eigen pijn.

“Maar wat kan ik daaraan doen?”, vroeg het zusje.

Het meisje lachte. “Wie wil je zijn? Wij zijn één.

Jij bent mijn pijnlichaam en ik sta als zuivere ziel achter je.

Jij hebt mijn pijn opgevangen en nu gaan we het omdraaien.

Nu zorg ik voor jou. Wie willen we zijn, willen we pijn of willen we liefde?”

Haar zusje stribbelde nog even tegen.

 

“Kijk daar is het weer. Ik weet het, je wilt graag de controle houden, omdat je bang bent, maar je zult je over moeten geven aan mij en alle controle los moeten laten als je heel met mij wilt worden.”

“Het spijt me!”, zei het zusje zacht.

“Ook deze emotie van, ‘ik ben niet goed genoeg’, wil weer op een slimme manier terrein terugwinnen.”

“Maar ik doe toch niets fout? Ik wil alleen maar liefde!”

“Wil je graag liefde?” vroeg het meisje weer aan haar zusje.

“Ja, ik wil alleen maar liefde! Ik wil dat iedereen van mij houdt! Ik wil vrienden!

Ik wil geld! Ik wil dat iedereen ziet dat ik liefde ben!

 

Ik wil de beste zijn! Ik wil…. Ik wil… en het zusje ging op de grond liggen en werd boos.

IK WIL! IK WIL!”

Het meisje pakte haar zusje op, legde haar in bed en vroeg haar om te gaan slapen.

“Nu laat je alles los, ik neem ons leven over.

Zodra je weer wilt opstaan zal ik je weer naar bed toe brengen en je in slaap zingen.

Jij hebt gezegd dat je liefde wilt zijn?

Dan moet jij de controle opgeven en deze aan mij geven. Is dat wat je wilt?  

Maar haar zusje was al van vermoeidheid in slaap gevallen.

Het meisje leefde vanaf dat moment in liefde.

En zodra haar zuster wakker werd en de controle weer over wilde nemen, bracht zij haar met liefde weer naar bed en liet haar heerlijk slapen.

Heb je een vraag naar aanleiding van deze verhalen? Of wil je graag een reactie plaatsen, dan kan dat ik mijn gastenboek. De vragen zal ik zo liefdevol beantwoorden hier op deze website bij Vraag & Antwoord.

~ ♥ Gastenboek ♥ ~

Commentaren: 0