~ ♥ Verhalen uit het Leven 6. ♥ ~

~ ♥ De Engel op de Stoep ♥ ~

Er zit een jongetje op een stoep, hij is nog maar vijf jaar oud.

Hij verveelt zich.

Met een stokje kerft hij op de stoeptegels maar er komt geen tekening tevoorschijn. Hij is van huis weggestuurd omdat hij niet meer welkom was bij zijn papa en mama. Hij is verdrietig en bang tegelijk en hij heeft al de hele morgen door de stad rond gezworven.

Zijn papa en mama waren niet zoals andere ouders, nee zijn ouders waren anders.

Zijn mama had nog nooit het ontbijt klaargemaakt en zijn papa had nog nooit gewerkt. Hij moest zelf elke dag naar de winkel om brood te halen, meer at hij niet.

Soms waren er dagen bij waar hij helemaal niets at, dan was het geld op.

Dan hoopte hij dat hij iets te eten kreeg op school.

Maar vaak was dat niet het geval.

Nu zat hij hier en wist niet waar hij naar toe kon.

 

Vanmorgen was weer die man aan de deur geweest.

Het was een man in een zwart pak en een zonnebril op.

Hij kwam een aantal keren in de week bij hun aan de deur.

Hij mocht het niet weten, maar hij had hem al een aantal keren de straat in zien rijden, en de man uit zien stappen.

Hij zag dan dat hij aan belde en zijn vader iets gaf in ruil voor wat geld.

Daarna verdween de man weer in zijn auto, om de volgende keer opnieuw langs te komen.

Zijn vader en moeder gingen daarna meteen naar hun slaapkamer en hij mocht nooit binnen komen.

Het jongetje wist dan, dat hij ze dan niet mocht storen.

 

Hij was eens stiekem hun slaapkamer binnen gegaan en was geschrokken.

Hij zag overal spuiten op de grond liggen. Hij was toen snel weggehold.

Vanmorgen was weer die man met zonnebril aan de deur geweest.

Hij hoorde het vanuit zijn slaapkamer. Papa maakte ruzie me de man.

De man wilde hem niets meer geven omdat papa geen geld meer had.

Toen de man weg was liep het jongetje naar beneden.

Hij zag zijn papa en mama haastig heen en weer lopen.

Ze waren boos op elkaar.

Ze begonnen tegen elkaar te schreeuwen en te slaan.

Het jongetje was op de trap gaan zitten en huilde zachtjes.

Dit was niet de eerste keer.

Hij wist wat er straks zou komen.

Zijn papa zal straks alleen nog maar bozer worden en zijn mama zal alleen maar huilen.

Na een aantal uren kreeg hij honger.

Zo stilletjes mogelijk liep hij naar de keuken.

Keek in het keukenkastje maar zag dat het brood op was.

Wat moest hij nu doen?

Hij wist dat ze boos werden, als hij om geld zou vragen. Maar hij had zo’n honger.

Hij ging op de keukenstoel zitten en overdacht zijn mogelijkheden.

Maar het was al te laat.

Moeder kwam de keuken in. Met een behuild gezicht keek ze haar zoon aan.

 

‘Wat sta jij nu stom te kijken, moet je niet naar school?’

De jongen keek bang naar zijn mama en antwoordde; ‘Nee, het is zaterdag vandaag.’

Zijn moeder keek hem nu vreemd aan.

‘Mama? Heeft u nog geld voor een brood, het brood is op en ik heb zo’n honger.’

Vader was nu ook de keuken in gekomen.

Hij had de laatste woorden van zijn zoon gehoord en kwam woedend de keuken in lopen.

‘Honger! Heb jij honger?!!  De kinderen in Afrika hebben honger.

Hoe durf je om eten te vragen. Uit mijn ogen! Schiet op…!

Ik wil je nooit meer zien!’

 

De jongen stond angstig op, greep zijn jasje van de kapstok en keek nog één keer achterom.

Zijn vader en moeder keken hem niet na, nee, ze zochten in alle laatjes en kastjes naar geld.

Verdrietig deed hij de deur achter zich dicht.

Dit was niet de eerste keer dat dit gebeurde.

Bijna elke maand werd hij weggestuurd om niet meer terug te komen.

Maar elke keer liep hij weer terug naar huis, omdat hij niet wist waar hij anders naartoe kon gaan.

Nu zat hij weer op de stoep en wachtte totdat het tijd was om naar huis te gaan.

 

Maar een oplettende buurvrouw had alles gehoord en al meerdere keren gezien dat het jochie verwaarloosd werd.

Ze liep naar hem toe en gaf hem een hand. ‘Kom’, zei ze lief. ‘Ik zal voor je zorgen.’

En de jongen gaf de vrouw een hand.

Bij haar thuis mocht hij in bad en spelen met speelgoed, ze bakte de heerlijkste pannenkoeken voor hem, hij at er wel tien op.

En ‘s avonds sliep hij in een schoon bed.

Het gordijntje van het raam in zijn kamertje stond open.

De jongen vouwde zijn handjes in elkaar en dankte de Engelen dat ze hem hadden gehoord.

Hij stapte in bed en keek naar de maan die vol was die nacht.

‘Wilt u over mijn vader en moeder waken?’ vroeg hij aan de maan.

‘Ik kan niets voor hen doen, maar misschien kunt u dat wel.’

En een warme hand ging langs zijn gezichtje.

De Engel die naast hem stond keek vertederd naar het kleine mannetje.

Zij wist dat hij niets meer voor zijn papa en mama kon doen.

 

Het enige wat hij nu nog kon doen was dit jongetje in veiligheid brengen, zodat hij in liefde kon opgroeien.

De Engel bukte voorover om de jongen een zoen te geven.

‘Slaap lekker mijn kind, ik zal je straks meenemen naar Zomerland waar je weer kind mag wezen.’

En met een glimlach viel de jongen dieper in slaap.

~ ♥ De Tafel die Weer Vol Werd ♥ ~

‘Lieverd, kom je aan tafel?’

De heer des huizes legde zijn krant opzij en stond op van zijn stoel.
Langzaam, nog een beetje stijf van het zitten, liep hij naar de eettafel.

Een grote tafel, waar twaalf stoelen omheen stonden, pronkte in de eetkamer.
Prachtige zilveren kandelaars stonden verdeeld over de tafel.
Aan het uiteinde lagen twee witte placemats, met daarop een bord eten en zilver bestek.

De man keek even naar het geheel.
Eens hadden op deze stoelen zijn kinderen en kleinkinderen gezeten…
maar nu stonden ze er alleen nog maar voor de sier.

Hij liep naar zijn plek en ging tegenover zijn vrouw zitten.
Zijn vrouw glimlachte lief naar hem.

‘Ik heb een brief gekregen van onze oudste dochter. Ze schrijft dat alles goed met haar gaat en hoopt volgend jaar met kerst een paar weken thuis te kunnen zijn.’

De man knikte en at verder.

‘En onze jongste liet weten dat ze nog een tijdje wegblijft.

Ze kreeg een aanbod om met een groep de bergen te gaan verkennen.’

De man keek zijn vrouw aan en knikte opnieuw.
Zwijgend aten ze verder.

 

De telefoon ging.

De vrouw stond op en liep naar de hal.
Op een klein tafeltje stond de telefoon. Ze nam op.

‘Ja… oké… ja jammer. Dag lieverd! Doe je voorzichtig?… ja, dat zal ik doen… ja, jij daar ook de groetjes hè, en een dikke kus van opa en oma.’

Ze hing op en liep weer terug naar de tafel.
Ze schoof aan en at verder.

‘Dat was onze John. Hij en zijn gezin laten weten dat ze dit jaar Oud en Nieuw toch liever in Nieuw-Zeeland vieren met vrienden.’

De man keek zijn vrouw weer aan en knikte.

Hij legde zijn bestek neer en stond op van tafel.

‘Waar ga jij naartoe?’ vroeg zijn vrouw.

‘Even wat veranderingen aanbrengen,’ zei haar man.

 

Hij pakte een stoel en liep ermee naar buiten.
Kwam weer binnen en nam nog een stoel mee naar buiten.
Hij liet er vier staan.

Daarna pakte hij een schroevendraaier uit de schuur en schroefde de poten van de grote tafel los.
Deel voor deel sleepte hij naar buiten.

Zijn vrouw zag alles, maar bleef rustig zitten.

In de keuken stond een lief klein tafeltje.
De man sleepte het naar de eetkamer, zette er een kandelaar op en aanschouwde het geheel.

‘Zo… dat is beter.’

‘Maar dat is toch zonde? Stel dat alle kinderen hier tegelijk aankomen, wat dan?’

‘Dan zetten we de boel wel weer in elkaar,’ zei de man.

Hij sloeg een arm om zijn vrouw heen.
‘Dit is toch veel beter, nietwaar?’

De vrouw moest hard lachen.

‘Ja hoor… veel beter.’

‘Wat zit je nu toch te lachen? Waarom heb je zo’n schik?’

 

Ze keek hem stralend aan.

‘Oh lieverd… het moest een geheim blijven, maar ik kan het niet langer voor me houden. Ik en de kinderen hebben je voor de gek gehouden.’

De man keek haar verbaasd aan.

‘Morgen komen ze allemaal naar Nederland… als verrassing voor je zeventigste verjaardag. We gaan het met zijn allen vieren.’

De man kreeg tranen in zijn ogen.

 

En al schroevend… schroefde hij de grote tafel weer in elkaar.

~ ♥ Terug in de Tijd ♥ ~

Een man stond voor het raam en overdacht zijn leven.

Zijn jeugd…
Het moment dat hij zijn ouderlijk huis verliet.
Zijn verliefdheden.
De vrouw met wie hij trouwde.

Zijn prachtige kinderen die het nu goed hadden.
Hij hoefde zich geen zorgen meer om hen te maken.

Nu waren alleen hij en zijn vrouw nog samen.
En hij hield nog net zoveel van haar als op de dag dat hij haar voor het eerst ontmoette.

Er verscheen een glimlach op het gezicht van de man voor het raam.

Zijn gedachten gingen naar zijn ouders, die al jaren geleden waren overgegaan.
Eigenlijk wist hij zo weinig over hen.

Zelfs zijn broers en zussen konden hem niet veel vertellen.

Wie was hij nu eigenlijk?
Wat was zijn voorgeschiedenis?

De man voor het raam liet zijn gedachten rustig voorbijgaan.

Hoe kon hij zichzelf en zijn kinderen en kleinkinderen laten weten wie hij werkelijk was?
Waar hij vandaan kwam?
Wie zijn ouders en grootouders waren?

Toen kreeg hij een idee.

Hij zou op zoek gaan.
Terug in de tijd…
Om zijn eigen familielijn uit te pluizen.

Misschien zou hij dan ook antwoorden vinden over zichzelf.

De man voor het raam keek tevreden voor zich uit.

Over een tijdje zou hij zijn kinderen en kleinkinderen kunnen vertellen wie hij is
en hen antwoorden kunnen geven over wie zij zijn.

 

Eén grote familie.

~ ♥ Leren Houden van Jezelf ♥ ~

Een klein meisje zit op een bankje en staart voor zich uit.
Ze heeft ruzie gehad met haar papa.

Ze kan er niet tegen als er ruzie is, dat maakt haar onrustig.
Het is niet de eerste keer dat ze ruzie heeft met haar papa.
Elke keer als ze ruzie hebben, zegt het meisje: “Sorry.”
Ook al was het niet altijd haar fout.

Maar dan was de angel eruit en konden ze weer normaal tegen elkaar doen.

Dit keer was het anders…
Dit keer was het wel heel erg.

Het meisje overdacht haar fouten, maar ze zag geen fouten.
Nou ja… misschien had ze eerder aan de bel moeten trekken en moeten zeggen wat haar dwarszat.
Maar om conflicten te ontwijken had ze niets gezegd.

Opeens was de ruzie begonnen en ze kon er niets meer aan doen.

Nu zat ze op het bankje en overdacht het conflict.
Automatisch kwamen ook de andere ruzies van daarvoor erbij…
En nu zat het meisje te huilen.

“Niemand houdt van mij…
Ze begrijpen mij niet…
Ik ben zo alleen…”

Dikke tranen stroomden over haar wangen.

 

Opeens voelde ze een warmte naast zich.
Ze keek op… en zag een Engel staan.

Het meisje schrok.
Ze had er vaak over gehoord, maar nog nooit één gezien.

De Engel ging naast haar op het bankje zitten en keek haar verdrietig aan.

“Wat ben je toch allemaal aan het doen, meisje? Je maakt jezelf zo ongelukkig.”

Het meisje wist niets te zeggen.

De Engel pakte even haar hand vast.

“Weet je… je kunt twee dingen doen.
Eén: je kunt op dit bankje blijven zitten huilen en verdrinken in zelfmedelijden.
Of twee: je staat op.

Word je bewust van wat er in en om je heen gebeurt.
Ga niet mee met die zieke gedachten uit het verleden.
Die putten je uit en maken je verdrietig en boos.

Ze laten je steeds voelen dat je alleen bent…
Maar dat is onzin.

Weet jij wel hoeveel lieve vrienden je hebt in het hiernamaals?
Vrienden die elke dag even komen kijken hoe het met je gaat?
En die verdrietig teruggaan omdat jij zo ongelukkig bent?”

Het meisje keek de Engel met grote ogen aan.

“Maar… hoe kan ik mezelf dan veranderen?
Hoe kan ik bewust worden van wie ik ben?”

 

De Engel ging er goed voor zitten en pakte nu beide handjes vast.

“Het is eigenlijk niet zo moeilijk.

Wat betreft de conflicten… daar kun je niets meer aan veranderen.
Jullie zijn te verschillend en zullen elkaar nooit volledig begrijpen.
Dus laat die gedachte los.

Ga niet mee in dat conflict van pijn.

De pijn van je vader is heel zwaar.
Elke keer als hij jou ziet, voelt hij ook jouw pijn… en dat botst.

Zorg dat jouw pijn minder wordt.
Jij kunt dat, hij nog niet.

Hij zit vast in zijn eigen verdriet.
Jij hebt al gezien dat er ook een wereld zonder pijn bestaat.

Dus wij gaan die pijn buitenspel zetten.

Zie iedere emotie die opkomt als een blauwdruk van het verleden.
Oud… niet van nu.

Als die pijn weer omhoogkomt, kijk je ernaar en zeg je:
‘Ah… daar ben je weer.’

Je glimlacht… en laat hem weer gaan.

Richt je aandacht op de stilte in je voeten… je handen… je lichaam.
Dan krijgt die pijn geen vat op je.”

 

Het meisje dacht na.

“Ik kan mijn leven dus mooier maken…
Door mijn gedachten niet op de pijn te richten… Maar op de stilte in mezelf?”

“Juist,” glimlachte de Engel.

“Maar… ik wil dat mensen mij lief vinden…” fluisterde ze.

De Engel keek haar zacht aan.

“Maar waarom? Hoe kun jij ervoor zorgen dat anderen jou lief vinden…
als jij jezelf niet lief vindt?

Je vader vindt zichzelf niet lief.
Hij heeft te veel pijn meegemaakt.
Hij kent de wereld zonder pijn niet.

Jij wel.

Ga jij die wereld binnen.
Geef jezelf die liefde.

Dan zul je merken dat je ook niet meer boos bent op hem.
Dan lost boosheid vanzelf op.”

 

Het meisje begreep het.

“Dus zolang mensen vastzitten in hun pijn… kunnen ze eigenlijk niet echt van iemand houden?”

“Dat klopt,” zei de Engel zacht.

“Maar als jij liefde in jezelf vindt… verander jij de wereld om je heen.”

 

Het meisje stond op en omhelsde de Engel.

“Dank je wel… Ik ga van mezelf houden.
En als ik klaar ben… stuur ik mijn liefde naar mijn vader.”

De Engel gaf haar een kus op haar voorhoofd.

“Je vrienden staan te klappen van blijdschap. We zullen je helpen.
We verdwijnen nooit van je zijde.”

Ze keken elkaar nog één keer aan en toen verdween hij.

“Ik ben altijd bij je,” fluisterde hij.

 

Het meisje liep een zonnige dag tegemoet.
Een dag vol liefde voor zichzelf en alles om haar heen. 

~ ♥ Laat Je Niet Verdringen ♥ ~

‘Hé, ik was eerst aan de beurt!’

Een vrouw die samen met haar man achter in de winkel stond, schreeuwde naar voren:
‘Ja, ik zag het wel! Jij dringt voor. Ik was eerder!’

Een meisje stond voor de toonbank. Haar wangen werden rood van schaamte.
Iedereen in de winkel keek nu naar haar.

‘Maar…’ stamelde ze.
‘Ik stond hier al de hele tijd. Ik kwam achter deze meneer aan binnen.’
Ze wees naar de man voor haar. ‘Er was toen niemand in de winkel.’

‘Jij liegt!’ schreeuwde de vrouw.
‘Ik stond hier al vóór jou. Jij moet achteraan in de rij staan!’

De man naast de vrouw keek angstig naar beneden. Hij durfde niet op te kijken.
Andere klanten vormden een groepje en begonnen te smoezen.

De vrouw stapte naar voren, haar man volgde zwijgend.
De winkeljuffrouw raakte in de war door wat er gebeurde en hielp de vrouw snel.

Het meisje deed een stap naar achteren en kwam naast de man van de vrouw te staan.
Voorzichtig keek hij haar aan.

Hij zag haar droevige gezicht en waterige ogen.
Hij had met haar te doen.

Toen keek het meisje zijn kant op en glimlachte door haar tranen heen.
De man glimlachte terug.

‘Het spijt me,’ zei hij zacht. ‘Ik kan er niets aan doen.’
Ze knikte, ze begreep hem.

 

De vrouw was klaar bij de toonbank, draaide zich om en wierp het meisje een venijnige blik toe.
‘Kom Jan, we gaan!’

Ze liepen de winkel uit.

Het meisje wilde naar voren stappen, maar een heer was haar voor.
‘Mag ik van u een halfje wit, juffrouw?’

De juffrouw keek het meisje medelijdend aan.

Net toen het meisje haar bestelling wilde doen, kwam de vrouw opnieuw binnen.
‘Ik ben nog iets vergeten,’ zei ze, en ging weer naast het meisje staan.

‘Juffrouw, mag ik nog een appeltaartje?’

De spanning was voelbaar.

‘Nee, ik was eerst,’ zei de vrouw scherp. ‘Ik was alleen iets vergeten.’

 

Op dat moment kwam de bakker binnen.
Hij overzag direct de situatie.

‘Sta jij hier nog steeds, kind? Jij was één van de eersten vanmorgen.’

Het meisje knikte.

De bakker knipoogde naar haar en wendde zich tot de vrouw.

‘Wat kan ik voor u betekenen, mevrouw?’

‘Ik wil nog een appeltaartje.’

‘Die zijn uitverkocht.’

‘Maar daar ligt er nog één.’

‘Ja, maar die is voor haar,’ zei de bakker, terwijl hij naar het meisje keek.

‘Dan dat slagroomtaartje.’

‘Ook uitverkocht.’

‘Maar ik zie er nog twee!’

‘Klopt. Ook voor haar.’

‘Heeft u überhaupt nog gebak?’ vroeg de vrouw venijnig.

‘Nee,’ zei de bakker kalm. ‘Helemaal uitverkocht.

Het was zó druk vanmorgen, rijen dik.’

Hij boog zich iets voorover.

‘Maar u had dat kunnen zien… als u goed had gekeken.’

 

De vrouw werd rood van schaamte.
Haar man gniffelde zachtjes.

De bakker pakte dozen, deed de taarten erin en gaf ze aan het meisje.

‘Laat je nooit meer zo aan de kant zetten,’ zei hij.
‘Als je het één keer laat gebeuren, gebeurt het steeds opnieuw.
Kom voor jezelf op, niemand anders doet het voor je.’

Hij gaf haar een knipoog.

De vrouw durfde niets meer te zeggen en liep stampvoetend weg.

De bakker fluisterde nog: ‘Zij zal het opnieuw proberen.

Maar jij kunt het nu doorbreken.’

Het meisje keek hem dankbaar aan.
Met een grote glimlach liep ze de winkel uit haar eigen feest tegemoet

Heb je een vraag naar aanleiding van deze verhalen? Of wil je graag een reactie plaatsen, dan kan dat ik mijn gastenboek. De vragen zal ik zo liefdevol beantwoorden hier op deze website bij Vraag & Antwoord.

~ ♥ Gastenboek ♥ ~

Commentaren: 0